VU-Kamerorkest home
Johann Sebastian Bach
Concert voor Twee Clavecimbels en Orkest
Bach vloekte zelden maar nu had hij een goede reden. Zojuist was de concertmeester van het Collegium Musicum bij hem geweest met het verzoek een concert voor twee clavecimbels te schrijven. Dat was nou niet zo”n probleem, tenslotte had Bach vaker voor dit gezelschap geschreven, zoals de Kaffee-kantate en ander spul. Maar deze snotaap had de moed om te vragen of het over twee weken klaar kon zijn. Alsof Bach niets anders aan zijn hoofd had! Hij moest niet alleen de muziek verzorgen voor de kerken van Leipzig, maar ook op begrafenissen en bruiloften musiceren. Dan waren er de lessen aan de Thomasschule en op dit moment was hij bezig aan een Kyrie en Gloria in verband met het overlijden van August Friedrich I. Er kon echt niets meer bij. Zuchtend opende hij de grote kast waarin hij al zijn muziek bewaarde. Die lag werkelijk boordevol. Hier zat vast wel iets tussen wat bewerkt kon worden. Hij pakte een stapel uit de kast en begon te bladeren. Al neuriend kwam hij van alles tegen en af en toe liet hij een goedkeurend gebrom horen. ‘Misschien deze suite’ mompelde hij. Nee, die had hij al een keer uitgevoerd op een of ander lunchconcert. Ah, misschien was dit wat, een concert voor hobo en viool dat hij een jaar of 12 geleden in Köthen voor prins Leopold had gemaakt. Dat was toen in goede aarde gevallen en de kans was uiterst gering dat ze het hier zouden kennen. Terwijl hij de pagina’s omsloeg, zag hij ook dat het hem weinig tijd zou kosten om het te bewerken. Aan het eerste deel hoefde bijna niets veranderd te worden, het tweede deel had wat basstemmen nodig en in het derde deel zouden wat typische vioolpassages klaviertechnisch moeten worden omgezet, maar voor de rest was het kinderspel.Op dat moment kwam de 8-jarige Godfried Heinrich binnen. “Wat ben je aan het doen pappa?” vroeg hij met zijn heldere jongenssopraantje. Bach trok zijn zoon op schoot en bedekte met een hand de woorden viool en hobo. “Wat is dit, denk je?” vroeg hij. Het jongetje trok een denkrimpeltje in zijn neus en bekeek de partituur. “lk denk een concert voor hobo en viool” sprak hij eindelijk. “Waarom denk je dat?” glimlachte zijn vader trots. “Nou” ging het ventje ijverig verder, “omdat de eerste speler, de viool, heel vaak een g0 speelt en de tweede speler niet lager dan c” komt, .dus wel een hoho ofzo moet zijn”. Toen keek hij zijn vader guitig aan en fluisterde: “En omdat u uw hand er niet goed genoeg op houdt”, en roettsj, hij was de kamer uit. Bach lachte uitbundjg: “Zo”n Lauselub. Maar nu, an der Arbeit ...”
Een paar dagen later was hij klaar. Hij had de baslijn van het clavecimbel deels uit de bestaande basso continuo en deels uit nieuw contrapuntisch materiaal opgebouwd en de karakteristieke mogelijkheden van het clavecimbel gebruikte hij voor allerlei harmonische opvullingen. Hij was zelf erg te spreken over de welluidende thema”s in het eerste en het laatste deel, de fugatische solo”s in het middendeel zouden ook wel zeer bij de toehoorders in de smaak vallen, dacht hij. Bovendien kwam het contrast tussen de clavecimbels en begeleidende strijkers nu nog wel zo aardig uit ...
Verheugd nam de student van het Collegium Musicum een week later het manuscript in ontvangst. Weinig kon Bach vermoeden dat latere generaties slechts in deze versie dit schitterende concert zouden leren kennen, aangezien het werk voor viool en hobo verloren zou gaan.
Manje Dijkema