VU-Kamerorkest home
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Vioolconcert in D, Op.61
1. Allegro ma non troppo
2. Larghetto
3. Rondo. Allegro
Beethoven
In het VU-Kamerorkest speelt een Duitse jongen. Hij vertelde me dat in Duitsland iedereen tegen Beethoven opkijkt als een god, de ongenaakbare top onder de componisten. In Nederland is dat een beetje anders. Hier hebben we meer met Mahler, wiens dualiteit tussen onbedorven kinderlijkheid en de zwartste depressie ons klaarblijkelijk bijzonder bekoort; ook hebben we een speciaal plekje voor de Bach van de Matthäuspassion. Over Beethoven zijn we (in elk geval veel amateurspelers) bijna een beetje lauw, ach ja, een beetje zo’n klassiek-romantische componist, is dat zo bijzonder dan? Hiermee slaan wij behoorlijk de plank mis. Beethoven begon te componeren in de Klassieke tijd, toen de componisten over al hun muziek een dikke laag poedersuiker van elegantie strooiden om de diepe zieleroerselen (die er wel degelijk vaak inzitten) goed te verstoppen. Beethoven heeft daar eigenhandig mee afgerekend, zijn muziek draagt bepaald geen fraaie pruik meer: soms is ze buitengewoon drammerig, soms in haar lyriek de diepste roerselen van de mensenziel peilend, maar in elk geval heel direct. Beethoven was een radicale vernieuwer, zowel in de muziek als in zijn levenshouding: hij was de goddelijke kunstenaar, en bepaald niet meer de hofcomponist voor een of andere vorst, zoals de Klassieken. Maar niet alleen hierdoor hebben de Duitsers echt gelijk: ook door de inhoud van zijn muziek moeten we erkennen dat Beethoven helemaal bovenin het componistenpantheon woont. Sommige mensen claimen dat sommige Adagio’s van Beethoven ongeëvenaard zijn in diepgang en sublimiteit; zijn composities zijn eigenlijk heel erg gevarieerd, want hij heeft ook een motorische, montere, Haydn-achtige Achtste Symfonie gecomponeerd, en pastorale naast humoristische scherzo’s, drammerige fuga’s zoals de Finale van de Hammerklaviersonate, en onvoorstelbaar lieflijke, lyrische stukken zoals de Frühlingsonate (voor viool en piano), de twee vioolromances, en het Vioolconcert Op.61.Vioolconcert in D Op.61
Als je je orienteert in de literatuur (of het www) over het Vioolconcert van Beethoven, kom je eigenlijk overal dezelfde anekdotes tegen die door Beethovens biograaf Czerny zijn opgetekend. Ze zijn ook te aardig om ze u te onthouden.Het vioolconcert is in 1806 in zeer korte tijd (5 weken, terwijl het stuk de ongeëvenaarde lengte van drie kwartier heeft!) gecomponeerd voor Franz Clement, vioolvirtuoos en dirigent van het Theater an der Wien. Nu was de planning echt wel een beetje te krap geweest, zodat in elk geval het orkest de muziek voor het eerst zag tijdens het premièreconcert. Clement vond het stuk misschien ook wel een beetje lang, want tussen het eerste en tweede deel speelde hij een compositie van hemzelf, een stuk op één snaar dat hij op de ondersteboven viool speelde. Het publiek was enthousiast over Beethovens vioolconcert, maar de Kenners wisten het beter: “Er zit veel schoonheid in dit stuk, maar de samenhang wordt voortdurend verbroken, en de oneindige herhaling van sommige gewone passages kan makkelijk vermoeiend worden.” Het stuk verdween van het repertoire, om eigenlijk pas weer in 1844 geïntroduceerd te worden door de 13-jarige Joseph Joachim, die later de beroemdste vioolvirtuoos van de 19e eeuw zou worden, met Mendelssohn op de dirigentenbok. Sinds dat moment is Beethovens vioolconcert niet meer uit de concertzalen weg te denken.
Interview met Yvonne Smeulers
We hebben onze soliste van vanavond gevraagd naar haar meningen over Beethovens Vioolconcert. Ze vertelt zoveel over dit concert dat wij verder geen commentaar op het stuk zelf meer hoeven op te nemen.Heeft dit concert voor jou dezelfde betekenis als andere vioolconcerten, ik denk aan Mendelssohn, Brahms, Mozart?
Ja, nu noem je ook wel alleen maar topvioolconcerten. In principe kan ik zeggen dat ik meestal het meest van het stuk houd waar ik op dat moment mee bezig ben. Maar Beethoven neemt wel een heel bijzondere plaats in. Al vanaf de eerste keer dat ik het concert als klein kind hoorde was ik erdoor ontroerd en heeft het me nooit meer los gelaten. Op dat moment niet zozeer de thema’s, want die kon ik niet allemaal onthouden, maar meer de gevoelens die deze muziek bij me opriep.
Houd je evenveel van alle drie delen? Wat vind je van het gemopper
van sommige ‘Kenners’ dat het derde deel zo vol herhalingen zit
van het Rondo-thema, en dat het zo’n eenvoudig, enorm vrolijk thema
is?
Noot 1: een Rondo is een vorm waarin een refrein telkens wordt herhaald, en
tussen de refreinen komen alsmaar andere episoden die afwisseling of extra
verwerking bieden.
Noot 2: het tweede deel van dit concert is bijzonder omdat nergens de violist
het thema speelt. Die taak wordt aan het orkest overgelaten, en de solist
omspeelt en becommentarieert uitsluitend.
Ik houd van alle drie de delen evenveel, al moet ik er wel bij zeggen dat dat
bij het tweede deel pas is gekomen toen ik het concert diepgaand ben gaan
bestuderen. Het geeft zich gewoon minder makkelijk.
Dat gezeur over het derde deel is natuurlijk nonsens. Een rondo zit altijd vol
herhalingen, daar is het een rondo voor en het thema is juist geweldig in zijn
eenvoud. Aan het einde van de avond is het juist dit thema dat bij het publiek
zal blijven hangen en iedereen, muzikaal of niet, zal het kunnen
nazingen/fluiten. Er zijn maar weinig gecomponeerde thema’s waarbij dit
ook het geval is. Als ik denk aan bijvoorbeeld Beethovens 5e symfonie, de
eerste twee maten, Eine kleine Nachtmusik, thema’s uit Rigoletto;
iedereen kent dit en kan het nazingen en die thema’s zijn al eeuwen
populair juist door hun eenvoud.
Welke cadens ga je spelen? Waarom deze, en bv. niet (een van) de cadensen die Beethoven zelf heeft gemaakt toen hij het vioolconcert omwerkte tot een versie als pianoconcert?
Ik speel de cadens van Kreisler. Persoonlijk vind ik dit gewoon de allermooiste. Met name het einde van de cadens wanneer de viool de twee thema’s in dubbelgrepen door elkaar speelt is gewoonweg geniaal en bezorgt me iedere keer weer tranen in de ogen.
Wat vind je van de rolverdeling tussen orkest en solist? Is dit zo’n echt dialoog-stuk waarbij de partijen elkaar uitdagen, van repliek dienen, wegblazen, overbluffen? Of werkt dit concert anders?
Dat is in dit concert heel interessant en maakt het tamelijk uniek in zijn soort. Het lijkt wel alsof de viool steeds het hoogste lied zingt, maar als je goed luistert hoor je dat het orkest eigenlijk voortdurend de thema’s of in ieder geval fragmenten daarvan speelt en zo de muziek verder drijft. Dit is ook de reden dat het concert 40 jaar lang in de vergetelheid is geraakt. In die tijd wilde men meer een solistisch concert met bravoure waarin de solist kon schitteren door middel van veel volume, snelle toonladders en moeilijke dubbelgrepen, denk maar aan Paganini, Viotti, Hummel. Een concert dat zo lyrisch was vond men gewoonweg niet mooi. Het grappige is dat, heden ten dage, juist dit concert bekend staat als een van de allermoeilijkste.
Voor mij is het sleutelwoord bij dit concert ‘lyriek’. In veel andere muziek is Beethoven een woesteling, die blijft beuken en drammen.
Juist die uitbarstingen die hij heeft en het drama trekken me erg aan in Beethoven. Bij hem heb ik altijd het gevoel dat hij je beetpakt en dwingt te luisteren. Bijna alsof hij tegen je schreeuwt: luister naar me. Beethovens muziek is altijd zo direct en heeft zoveel te vertellen. Natuurlijk zijn de echte uitbarstingen van woede in dit concert niet aanwezig, maar het heeft wel degelijk heel dramatische momenten, maar in dit concert is dat dan dramatisch zonder frustratie. Het is zo groots, zo open, zo verhalend en vertellend, zo prachtig georkestreerd. Zo lyrisch, zo gevoelig. Ja, echt een concert dat me raakt als ik het hoor of speel.
Is er een violist die in Beethovens vioolconcert voor jou een lichtend voorbeeld is geweest?
Persoonlijk houd ik erg van de live-opname van de Russische violist Leonid
Kogan (1924-1982). Ik vind het prachtig hoe hij erin slaagt vrij te spelen
zonder onritmisch te zijn, tijd te nemen zonder de muziek stil te laten
staan; de lijnen die hij maakt zijn zo lang en de toon zo zangerig en
gevarieerd. Werkelijk uit de kunst.
Verder vind ik nog steeds de opname van mijn vroegere leraar Herman Krebbers
erg goed. Hij speelt het concert heel nobel. En ook ben ik gecharmeerd van de
wijze waarop Ida Haendel het concert vertolkt. Zo gevoelig in klank.
Mijn ideaal zou zijn om deze drie interpretaties in mijzelf te verenigen.
Waarom staan vioolconcerten (zo ook dit concert) zo vaak in D?
In D groot (anders dan in veel andere toonsoorten) komen alle vier de toonhoogten waarop de snaren van de viool gestemd zijn voor: G, D, A, en E. Op die manier klinkt de viool heel goed, want je profiteert optimaal van de meeresonerende snaren.
Wat wil je zelf nog graag kwijt over dit vioolconcert?
Iedere keer dat ik het concert speel ga ik het mooier vinden en ontdek ik
er steeds meer in en het is natuurlijk geweldig om dit met een dirigent als
Daan Admiraal te kunnen spelen, die er de tijd voor neemt, zodat we het
kamermuziekmuzikale aspect kunnen uitdiepen en op deze wijze het concert
echt recht kunnen doen.
Alvast heel erg bedankt.
14 december 2004, Rutger Hofman