VU-Kamerorkest home
Ernest Chausson (1855 - 1899)
Poème de l'Amour et de la Mer (1891)
Liedcyclus voor mezzosopraan en orkestDe twee muzieken
In 1918 publiceerde de Nederlandse componist Matthijs Vermeulen een bundel muziekopstellen onder de titel “De twee muzieken”. Daarmee bedoelt hij de “Duitse” en de “Franse” muziek, en hij is een vurige, ja fanatieke pleitbezorger van de Franse soort – in een tijd en land die zich sterk oriënteren op de Duitse muziek. Vermeulen verafschuwt vooral de Duitse Romantici: Schumann, Brahms, Mahler, Richard Strauss, en in die tijd ook Schoenberg. Al hun werk is grauw, ritmisch eenvormig, drammerig, zwaar op de hand, en ver verwijderd van Vermeulens mytische, pantheïstische, spiritueel opwekkende ideaal: de Franse muziek. Zijn grootste vijand is Wagner, die volgens hem een aantal mooie dingen heeft geschreven onder Franse invloed, maar later muziek is gaan maken die het tegengestelde is van wat Vermeulen zoekt: zwelgend in depressie, terneerdrukkend; en op de koop toe is hij allerlei vuige Duits-chauvinistische teksten gaan uitslaan! Als echt kind van zijn tijd wijt Vermeulen dit allemaal aan eigenschappen van het Duitse respectievelijk Franse ras. Hij is overigens wel een vurig bewonderaar van Mozart en vooral Beethoven, maar kijk hoe hij zich daaruit redt: Mozart is opgevoed aan allemaal Franse en Italiaanse hoven, en Beethoven is, als aanhanger van de ideeën van de Franse Revolutie en geheide anti-autoritair, toch het prototype van de anti-Duitser! Beethoven is nota bene ook nog van Vlaamse afkomst, en hij is opgegroeid in Bonn, aan de Franse Rijn.Nu moet ik (tot mijn spijt) concluderen dat het offensief van Vermeulen geen zoden aan de dijk heeft gezet. Als je kijkt wat er voor Romantische muziek op de concertpodia klinkt of over de toonbank van de CD-winkel gaat, tref je toch vooral Duitse muziek. Heel veel mensen houden erg van (alles van) Brahms. Bijna iedereen heeft een bijzondere relatie met Mahler. Er is een bloeiende Nederlandse afdeling van de Wagner-vereniging, met mensen die jaren wachten tot ze een kaartje mogen kopen voor een voorstelling van een van de mindere opera's in de Wagner-Tempel Bayreuth. En Franse Romantische componisten? Dat is geen stroom van repertoire, er zijn alleen maar een paar losse pieken: de Orgelsymfonie van Saint-Saëns voor de spectakel-luisteraars, de Vioolsonate van Franck voor de kenners, stukjes Carmen voor de meeklappers.
Nu is er ook wel iets met de Franse Romantici, neem nu César Franck en zijn leerlingen zoals Lekeu en Chausson. Zij hadden genoeg van de frivole opera die hun voorgangers beoefenden, maar de weg die ze ingeslagen zijn met hun ernstige muziek toont heel duidelijk de sporen van Wagner, de aarts-Duitser! Er is natuurlijk niets tegen beïnvloeding, zolang het product origineel genoeg is. En dat is bij Chausson (en ook Franck) zeker het geval. De chromatiek, en verzadigde orkestklank, de ellenlange muziekstromen zijn geleend van Wagner, maar de subtiliteit, de fabuleuze orkestratie, het geurpalet dat geparfumeerd is maar toch krachtig, de nostalgie die niets dweperigs heeft, dat maakt Chaussons muziek tegelijk heel eigen – en heel Frans.
Chausson
Chausson heeft een rustig en onopvallend leven geleid, waarbij zijn manier van sterven het enige spectaculaire is: hij is tegen een muur gefietst (met zo'n fiets met een reusachtig voorwiel), en dood gevonden. Zijn vader was rijk geworden als aannemer in de Parijse publieke werken. Om zijn ouders te plezieren heeft Chausson rechten gestudeerd, maar toen ze overleden heeft hij zijn baan als advocaat opgezegd, en is gaan rentenieren. Ondertussen had hij ook compositielessen genomen bij Massenet (een belangrijke Franse operacomponist), en bij César Franck. Na het eind van zijn juristencarrière besteedde hij zijn tijd aan componeren (langzaam, want hij was een perfectionist), aan zijn Salon waar Tout Paris Artiste kwam, en aan de Societé Nationale de Musique waar hij secretaris van werd. Hij is getrouwd met een net meisje. Als bewonderaar van Wagner is hij tweemaal naar Bayreuth gereisd, waar hij de premiere van de Parsifal heeft meegemaakt.Chausson heeft een klein oeuvre nagelaten van zeer hoge kwaliteit – het doet zeker niet onder voor Brahms. Violisten vinden zijn Poème voor viool en orkest een bijzonder stuk. Zijn enige Symfonie is een meesterwerk. Er zijn een aantal liederen en een aantal kamermuziekstukken, en er is een opera Le Roi Artus die door het Engelse CD-blad Gramophone is beschreven als ‘sprawling and often directionless’ wegens de ‘conspicuous Wagnerian meanderings’ – een oordeel waar ik het volledig mee oneens ben, want het stuk heeft in hoge mate de bovenbeschreven kwaliteiten die Chausson zo van Wagner onderscheiden.
Poème de l'Amour et de la Mer
En er is de prachtige liedcyclus Poème de l'Amour et de la Mer. De tekst is een gedichtencyclus van zijn vriend Maurice Boucher, en ondanks de dramatische inkorting is de tekst nog steeds wijdlopig. Zoals dat hoort in de Romantiek gaan de gedichten over een verloren liefde, met alle symbolen van seringengeur, bloeiende en uitgebloeide rozen, zee en eenzame eilanden, en helaas uitmondend in de constatering dat de geliefde de ik-persoon vergeten is. Leest u vooral de tekst mee, om te genieten van de sublieme manier waarop Chausson muzikaal illustreert en becommentarieert. De cyclus bestaat uit slechts twee gedichten en een instrumentaal tussendeel, maar duurt toch een half uurtje! Chausson heeft lang over de compositie gedaan, van 1882 tot 1893. Het eerst ontstond het eind van het derde deel, vanaf Le temps des lilas, gepubliceerd als lied met pianobegeleiding in 1886.Rutger Hofman, oktober 2007
Poème de l'Amour et de la Mer | Gedicht van de Liefde en de Zee |
I. La fleur des eaux | I. De bloem van de wateren |
| L'air est plein d'une odeur exquise de lilas, | De lucht is vol van een exquise geur van seringen, |
| Qui, fleurissant du haut des murs jusques en bas, | die, bloeiend van bovenaan de muren tot onder, |
| Embaument les cheveux des femmes. | de haren der vrouwen lekker doen geuren. |
| La mer au grand soleil va toute s'embraser, | In het volle zonlicht zal de zee geheel in vuur en vlam raken, |
| Et sur le sable fin qu'elles viennent baiser | En op het fijne zand dat ze komen kussen |
| Roulent d'éblouissantes lames. | Rollen verblindende golven. |
| O ciel qui de ses yeux dois porter la couleur, | O hemel die van haar ogen de kleur zal dragen, |
| Brise qui vas chanter dans les lilas en fleur | Bries die in de bloeiende seringen zal zingen |
| Pour en sortir tout embaumée, | om er geurend uit te voorschijn te komen, |
| Ruisseaux, qui mouillerez sa robe, | beekjes, die haar kleed bevochtigen, |
| O verts sentiers, | O groene paden, |
| Vous qui tressaillerez sous ses chers petits pieds, | jullie die zullen opschrikken onder haar lieve kleine voeten, |
| Faites-moi voir ma bien aimée! | toon mij mijn teder-geliefde! |
| Et mon coeur s'est levé par ce matin d'été; | En mijn hart is opgesprongen door die zomermorgen; |
| Car une belle enfant était sur le rivage, | want een mooi meisje was op het strand, |
| Laissant erer sur moi des yeux pleins de clarté, | dat haar heldere ogen over mij liet dwalen, |
| Et qui me souriait d'un air tendre et sauvage. | en dat me teder en wild toeglimlachte. |
| Toi que transfiguraient la Jeunesse et l'Amour, | Jij die de Jeugd en de Liefde een ander aanzien gaven, |
| Tu m'apparus alors comme l'âme des choses; | Jij verscheen mij dra als de ziel der dingen; |
| Mon coeur vola vers toi, tu le pris sans retour, | Mijn hart vloog naar je toe, je nam het onherroepelijk, |
| Et du ciel entr'ouvert pleuvaient sur nous des roses. | en vanuit de zich openende hemel regenden rozen op ons. |
| Quel son lamentable et sauvage | Welk een treurig en wild geluid |
| Va sonner l'heure de l'adieu! | zal het uur van ons afscheid aankondigen! |
| La mer roule sur le rivage, | De zee rolt op het strand, |
| Moqueuse, et se souciant peu | spottend, en zich weinig bekommerend |
| Que ce soit l'heure de l'adieu. | dat dit het uur van het afscheid zal zijn. |
| Des oiseaux passent, l'aile ouverte, | Vogels vliegen voorbij, de vleugels wijd, |
| Sur l'abîme presque joyeux; | over de bijna-vreugdevolle afgrond; |
| Au grand soleil la mer est verte, | In het volle zonlicht is de zee groen, |
| Et je saigne, silencieux, | En ik bloed, in stilte, |
| En regardant briller les cieux. | terwijl ik de hemelen zie fonkelen. |
| Je saigne en regardant ma vie | Ik bloed als ik mijn leven bezie |
| Qui va s'éloigner sur les flots; | dat zich zal verwijderen op de golven; |
| Mon âme unique m'est ravie | Mijn unieke ziel is me ontrukt |
| Et la sombre clameur des flots | En het sombere lawaai der golven |
| Couvre le bruit de mes sanglots. | overstemt het geluid van mijn snikken. |
| Qui sait si cette mer cruelle | Wie weet of deze wrede zee |
| La ramènera vers mon coeur? | Haar zal terugvoeren naar mijn hart? |
| Mes regards sont fixés sur elle; | Mijn blik is op haar gefixeerd; |
| La mer chante, et le vent moqueur | De zee zingt, en de spottende wind |
| Raille l'angoisse de mon coeur. | hoont om de benauwdheid van mijn hart. |
II. Interlude | II. Tussenspel |
III. La mort de l'amour | III. De dood van de liefde |
| Bientôt l'île bleue et joyeuse | Dadelijk zal het blauwe en blije eiland |
| Parmi les rocs m'apparaîtra; | tussen de rotsen tevoorschijn komen; |
| L'île sur l'eau silencieuse | Het eiland zal op het stille water |
| Comme un nénuphar flottera. | als een waterlelie drijven. |
| A travers la mer d'améthyste | Over de amethysten zee |
| Doucement glisse le bateau, | glijdt zachtjes de boot, |
| Et je serai joyeux et triste | En ik zal blij en triest zijn |
| De tant me souvenir – Bientôt! | Als ik me zoveel ga herinneren – Dadelijk! |
| Le vent roulait les feuilles mortes; Mes pensées | De wind liet de dode bladeren rollen; Mijn gedachten |
| Roulaient comme des feuilles mortes, Dans la nuit. | Rolden als dode bladeren, In de nacht. |
| Jamais si doucement au ciel noir n'avaient lui | Nooit hebben, in de zwarte hemel, de duizend gouden |
| Les mille roses d'or d'où tombent les rosées! | rozen, waaruit de dauwdruppels vallen, zo zachtjes gestaan! |
| Une danse effrayante, et les feuilles froissées, | Een schrikwekkende dans, en de verkreukelde blaadjes, |
| Et qui rendaient un son métallique, valsaient, | die ook een metalig geluid maakten, walsten, |
| Semblaient gémir sous les étoiles, et disaient | schenen te kreunen onder de sterren, en spraken |
| L'inexprimable horreur des amours trépassés. | van de onzegbare gruwel van voorbije liefden. |
| Les grands hêtres d'argent que la lune baisait | De grote zilveren beuken die de maan kuste |
| Etaient des spectres: moi, tout mon sang se glaçait | waren spookbeelden: ik, al mijn bloed verijsde |
| En voyant mon aimée étrangement sourire. | bij het zien van de vreemde glimlach van mijn geliefde. |
| Comme des fronts de morts nos fronts avaient pâli, | Als de voorhoofden van de doden waren onze voorhoofden verbleekt, |
| Et, muet, me penchant vers elle, je pus lire | En, stom, me naar haar buigend, kon ik dat fatale |
| Ce mot fatal écrit dans ses grands yeux: l'oubli. | woord lezen, dat in haar grote ogen geschreven stond: vergeten. |
| Le temps des lilas et le temps des roses | De tijd van de seringen en de tijd van de rozen |
| Ne reviendra plus à ce printemps-ci; | zal deze lente niet weeromkomen; |
| Le temps des lilas et le temps des roses | De tijd van de seringen en de tijd van de rozen |
| Est passés, le temps des oeillets aussi. | is voorbij, en ook de tijd van de anjers. |
| Le vent a changé, les cieux sont moroses, | De wind is gedraaid, de hemelen zijn somber, |
| Et nous n'irons plus courir, et cueillir | En we gaan niet meer rennen, en de bloeiende |
| Les lilas en fleur et les belles roses; | seringen plukken en de mooie rozen; |
| Le printemps est triste et ne peut fleurir. | De lente is droevig en kan niet bloeien. |
| Oh! joyeux et doux printemps de l'année, | Oh! vreugdevolle en zachte lente van vorig jaar, |
| Qui vins, l'an passé, nous ensoleiller, | Die ons, een jaar terug, vrolijk kwam maken, |
| Notre fleur d'amour est si bien fanée, | De bloem van onze liefde is zozeer verwelkt, |
| Las! que ton baiser ne peut l'éveiller! | Helaas! dat jouw kus haar niet kan wekken! |
| Et toi, que fais-tu? pas de fleurs écloses, | En jij, wat doe jij? Geen ontluikende bloemen, |
| Point de gai soleil ni d'ombrages frais; | Geen vrolijk zonlicht, noch koele schaduwen; |
| Le temps des lilas et le temps des roses | De tijd van de seringen en de tijd van de rozen |
| Avec notre amour est mort à jamais. | is, met onze liefde, voor eeuwig dood. |