VU-Kamerorkest home
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Symfonie nr 3 in Es, Op. 55, “Eroica”
1. Allegro con brio
2. Marcia Funebre: Adagio assai
3. Scherzo: Allegro vivace
4. Finale: Allegro molto
De naam ‘Eroica’
Beethoven was een felle aanhanger van de ideen van de Franse Revolutie - in zijn tijd een echte Rooie Jongen. (Overigens hinderde hem dat niet in het minst bij het aannemen van stipendia en toelagen van adellijke beschermheren. De Goddelijke Kunstenaar moet natuurlijk ook leven.) Hij zag in Napoleon de belichaming van de idealen van de Franse Revolutie, en zoals dat een echte Romanticus betaamt zwijmelde hij met zijn helden. De Derde Symfonie is oorspronkelijk opgedragen geweest aan Napoleon met de ondertitel “Sinfonia Grande, intitolata Bonaparte”. Maar op het moment dat duidelijk werd dat Napoleon een autocratische alleenheerser was (inclusief dynastie), verscheurde Beethoven woedend zijn opdracht en maakte ervan: “Sinfonia Eroica, composta per festeggiare il sovvenire di un grand’ Uomo” (Heroische symfonie, gecomponeerd om de herinnering te vieren aan een groot Man). De Symfonie is daarmee opgedragen aan de Ideale Held - een waarachtig Romantisch Idee.De symfonie “Eroica”
Toen Beethoven in 1804 zijn Derde Symfonie, de “Eroica”, voltooide, was hij omhooggekrabbeld uit een zwarte afgrond. Enkele jaren daarvoor had hij zich gerealiseerd dat zijn gehoorkwaal ongeneeslijk was en hoogstwaarschijnlijk op afzienbare termijn tot complete doofheid zou leiden. Zoals uit zijn beroemde “Darmstadter Testament” blijkt, heeft hij gebalanceerd op de rand van de zelfmoord. Maar de Derde Symfonie is ongelofelijk levenslustig; letterlijk, maar ook in de zin dat zo ongeveer alle aspecten van het (gevoels)leven de revue passeren. Niet alleen dat: vanaf de premiere is erkend dat deze symfonie een omwenteling in de muziekgeschiedenis betekende; zo staat vandaag de dag in alle conservatoriumleerboekjes te lezen dat ‘Beethoven met twee ferme klappen (d.w.z. de openingsaccoorden van de “Eroica”) een eind maakte aan de Klassieke periode, waarmee de Romantiek een aanvang nam’. Dit is een unieke compositie: het is maar dat u het weet.Beethoven was dus de eerste Romantische componist. Zoals u gevoeglijk bekend is, was de Romanticus in extreme mate gericht op zijn gevoelstoestand. Voor ons twintigste-eeuwers lijkt deze vergaande mate van expressie en beleving van het eigen gevoel te duiden op een manisch-depressieve geest, maar in die tijd was dat de manier waarop men kunstenaar was. In deze zin is de “Eroica” een echt Romantisch werk: geen extreem wordt geschuwd, noch in de expressie, noch in de vorm. Het eerste deel is bijvoorbeeld een onnavolgbare afwisseling van lieflijke lyriek en drammerige, agressief knallende akkoordpassages (zie notenvoorbeeld op het achterblad van dit boekje, alle akkoorden unisono sforzando fortissimo van gans het orkest). Beethoven-de-mens is daarin duidelijk te herkennen: hij was een woesteling die om het minste of geringste met deuren en borden smeet, en natuurlijk, als hij afgekoeld was, diepe spijt had. In nog een paar aspecten is de “Eroica” revolutionair: het stuk is bijna twee keer zo lang als enige symfonie die daarvoor ooit gecomponeerd is; en het was onvertoond om als langzaam deel een treurmars te kiezen, net als niemand voor Beethoven op het idee was gekomen om een spannend (maar ook humoristisch) Scherzo in plaats van een hoofs Menuet te componeren. Het Trio in dat Scherzo is trouwens buitengewoon pastoraal - alweer een begin van een traditie. Het laatste deel is een Thema met variaties. Het Thema is ook, in de beste Haydn-traditie, grappig, zeker zoals het voor de eerste maal wordt gepresenteerd door tokkelend strijkorkest.
Een Symfonie van onomstotelijk muziekhistorisch belang dus. Maar dat is eigenlijk niet wat dit stuk zo bijzonder maakt, en waarom het mij zo dierbaar is. Dat is om de aangrijpendheid van de Marcia Funebre, met die waanzinnige voorslagnootjes in de bas, en waarin de afwisseling van Mineur, Majeur en weer Mineur (op papier zo simpel) zo hartverscheurend prachtig is. En het is om de liefdevolle misterioso-passages in het Eerste Deel, en de lieflijke eenvoud van het openingsthema van dat deel, en het contrast met de slaande deuren. De Andante-variaties in het Vierde Deel zijn van een grote triestheid, en het eind ervan is ronduit beklemmend. De slotfrase van de Symfonie is bij wijze van laatste verrassing enorm onstuimig.
Rutger Hofman