VU-Kamerorkest home
Joseph Haydn (1732-1809)
Symfonie nr. 99
1. Adagio - Vivace assai
2. Adagio
3. Menuet (Allegretto) - Trio
4. Finale (Vivace)
Toen Haydn als oude zieke man zijn einde voelde naderen, kon hij terugzien op een produktief leven waarin hij een ontzagwekkend oeuvre tot stand had gebracht. Behalve 13 opera’s schreef hij ca. 16 missen, meer dan 60 pianosonates, meer dan 40 klaviertrio’s, meer dan 20 strijktrio’s, ca. 75 strijkkwartetten en 104 symfonieën, om een kleine greep uit zijn werk op te noemen. Hij genoot een grote faam in Europa, terwijl hij bijna zijn hele leven aan het hof van Hongaarse huis Esterhazy had doorgebracht. Ondanks die afgelegenheid had zijn roem zich echter toch kunnen verspreiden.
Onder de vele tijdgenoten die hevig onder de indruk waren van zijn muziek behoorden hoogstwaarschijnlijk ook de dieven die zijn schedel reeds voor de ter aarde bestelling ontvreemdden. Toen een en ander in 1820 (11 jaar na zijn overlijden) aan het licht kwam, verklaarde de omgekochte grafdelver dat de dieven de schedel hadden weggenomen ten behoeve van een onderzoek naar genialiteit.
De 99e symfonie uit 1794 (één van de 12 die Haydn componeerde voor zijn twee consertseries in Londen) is nooit een van zijn populairste geworden, hoewel Haydn het zijn mooiste vond en de ontvangst in ’94 zeer positief was. In dat licht bezien moet Haydn dan ook blij geweest zijn dat zijn vrouw hem niet vergezelde op zijn Londense reizen. Zij had naar men zei de nare gewoonte de muziek van haar echtgenoot te gebruiken als onderzetters voor pasteitjes of papilotten voor heur haar. Misschien was dat wel haar wraak dat ze voor Haydn slechts tweede keus was geweest; eigenlijk had hij haar zuster willen trouwen, maar die zocht haar heil in een klooster.
Doorgaans geeft Haydns muziek blijk van een subtiel gevoel voor humor en een onverwoestbare blijmoedigheid. Na een zware jeugd verliep zijn leven dan ook niet bijzonder dramatisch, afgezien van een waardeloos huwelijk. Als hofcomponist van het Hongaarse huis Esterhazy had hij een druk maar in sommige opzichte bevoorrecht bestaan. Hij was vrij de muziek te schrijven die hij wilde en leidde zelf de uitvoeringen ervan. Onafhankelijk van anderen kon hij zo naar hartelust experimenteren, schaven en slijpen. In deze relatieve afzondering had hij de gelegenheid uit te groeien tot de ‘uitvinder’ van het strijkkwartet en de klassieke stijl, waarmee hij veel, zo niet alle na hem komende componisten aan hem verplichtte. Mozart erkende de waarde en grootheid van Haydn en raakte met zijn grote voorbeeld goed bevriend. En ook Beethoven heeft veel aan papa Haydn te danken, al probeerde hij dat later (ter vermeerdering van zijn eigen glorie) ernstig te bagatelliseren.
In het eerste deel laat Haydn zich meteen zeer karakteristiek gelden. Na een verwachtingsvolle langzame inleiding jubelt hij er onmiddellijk lustig op los alsof het leven een lolletje is. Op het fundament van een eenvoudig thema wordt een zonnig en licht bouwwerk opgericht. Het bijzonder mooie langzame deel dat daarop volgt ademt een meer serene sfeer. Toch lijkt ook deze muziek wel een muzikale uitbeelding van het in de optimistische 18e eeuw populaire idee dat de wereld waarin wij leven de best denkbare aller werelden is. In de energieke en verrassende laatste twee delen van de 99e symfonie - waarin Haydn ruim uit het feestwinkel arsenaal van klapsigaren en schertstoetertjes put - wordt reeds het bedje gespreid waarop Beethoven ongeveer acht jaar later van de vurige stijl van zijn eerste twee symfonieën zou bevallen.
Diegenen die al die vrolijkheid en levenslust niet aankunnen hoeven niet te wanhopen. Na de pauze zal op effectieve wijze eerste hulp verleend worden.
Simon Verhaar