VU-Kamerorkest home
Tristan Keuris (1946-1996)
Vioolconcert nr. 2
1. Allegro moderato
2. Molto espressivo
3. Molto vivo (pesante)
Het VU-Kamerorkest is een emotioneel orkest. Grote monden, heel erg kleine hartjes. We mogen altijd graag een beetje volschieten tijdens het spelen. Het is niet voor niets dat we een van Mozarts meest emotionele symfonieën op het programma hebben gezet. En het is ook niet voor niets dat we na Keuris’ Symfonie in D, die wij enkele jaren geleden uitvoerden, wederom een werk van deze componist hebben geprogrammeerd. Keuris, die studeerde bij Ton de Leeuw (een componist die niets moest hebben van het in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw in zwang zijnde, gortdroge serialisme) staat immers in tegenstelling tot sommige van zijn tijdgenoten te boek als een neo-romantisch componist. Dat wil niet zeggen dat we hier te maken hebben met een soort surrogaat-Schumann, wel dat Keuris in zijn muziek veel aandacht besteedt aan de ontwikkeling van horizontale muzikale lijnen en spanningsopbouw.
Keuris heeft zijn eigen inspiratiebronnen nooit verloochend. Zo heeft hij onze dirigent Daan Admiraal in de partituur van zijn Symphonic Transformations eens plekken aangewezen die naar eigen zeggen “een beetje Sibelius” of “een beetje Mahler” waren. Het lijkt misschien vreemd dat een componist daar zelf zo openlijk voor uit durft te komen. Het gaat dan ook niet om letterlijke citaten, maar veel meer om de manier van orkestbehandeling. Met name op dit gebied heeft Keuris veel met Mahler gemeen.
Een voorbeeld. Gustav Mahler was een van de eerste componisten, zo niet de eerste, die sommige instrumentgroepen piano of pianissimo liet spelen terwijl tegelijkertijd elders in het orkest forte werd voorgeschreven. Een dergelijk gebruik van dynamiekverschillen komen we ook veelvuldig tegen bij Keuris. Een blik in een willekeurige orkestpartij van Keuris illustreert dit. Vrijwel onder iedere nieuwe noot staat een nieuwe dynamiek, al dan niet met crescendo of decrescendo. De dynamiek luistert dus erg nauw.
Andere belangrijke inspiratiebronnen vond Keuris in Anton Webern, met wie hij qua melodiebehandeling veel gemeen had en in Igor Strawinsky, wiens ritmische structuren en neoclassicistische schrijfwijze hij waardeerde.
Vioolconcert nr. 2
Ter gelegenheid van het vijftig jarig jubileum van het Radio Kamerorkest schreef Keuris in 1995 twee werken voor kamerorkestbezetting: de eerder genoemde Symfonie in D en het Tweede Vioolconcert. Dit vioolconcert, dat mede werd opgedragen aan de violist Yayoi Toda, heeft heel klassiek drie delen: snel - langzaam - snel.Het eerste deel is zoals gezegd een snel deel, maar wel met typisch Keurisiaanse dromerijen, waarin de viool zich op zijn subtielst kan laten horen.
Het tweede deel begint met een langzaam Messiaen-achtig thema in de houtblazers, waarbij zich later de solist voegt. Maar het blijft niet lang rustig. De muziek wordt hoe langer hoe onstuimiger. Na een korte en heftige climax, gevolgd door een cadens van de viool, keert de rust terug. Het derde deel is een echt slotdeel, compleet met het virtuoze vuurwerk zoals je dat ook in klassieke soloconcerten tegenkomt.
Jonathan Huizer