VU-Kamerorkest home
Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)
Ouverture “Hebriden” Op. 26
Felix Mendelssohn Bartholdy werd op 3 februari 1809 geboren in een welvarend Hamburgs bankiersgezin. Al jong leerde hij zowel muziektheorie als pianospelen en snel bleek hij een wonderkind te zijn. In verschillende genres schreef hij composities, waaronder tussen zijn twaalfde en veertiende jaar maar liefst twaalf strijkerssymfonieën.
In 1829 maakte Mendelssohn samen met zijn vriend Karl Klingemann, amateur-dichter en musicus een reis naar de Schotse hooglanden. De twee romantici deden zich hier tegoed aan het overweldigende landschap. Mendelssohn, die ook goed kon tekenen, vereeuwigde het ruige Schotse landschap, waarbij Klingemann deze schetsen illustreerde met poëtische invallen.
Zoals meer toeristen deden in het begin van de negentiende eeuw, bezochten ook Mendelssohn en Klingemann het Hebriden-eiland Staffa. Dit eiland is bekend geworden om zijn zuilenvormige basaltformaties (vandaar “Staffa”: eiland van “staven”) die in het Tertiair (ongeveer 60 miljoen jaar geleden) zijn gevormd door zeer snel afkoelend magma. Aan de kust bevinden zich in deze basaltformaties bovendien verschillende grotten, waaronder de “Fingal’s Cave”.
Deze laatste grot maakte zoveel indruk op Mendelssohn, dat hij, ondanks het feit dat hij erg zeeziek was, meteen aan het componeren sloeg en een brief naar huis schreef met daarin de openingsmaten van de ouverture “Die Hebriden”. In deze openingsmaten, die meteen ook het leidmotief van de hele ouverture vormen, is duidelijk te horen hoe de golven tegen de rotsen beuken. Na een melodisch tweede thema, geïntroduceerd door de celli, horen we een fanfareachtig thema, dat later, als een soort echo, een aantal malen terugkeert. Tenslotte eindigt de ouverture tamelijk abrupt, alsof de zee plotseling tot rust is gekomen.
Zowel Richard Wagner die Mendelssohn na het horen van deze ouverture een “eersteklas landschapschilder” noemde als Johannes Brahms waren erg enthousiast van dit werk. Zo verklaarde Brahms: “Ik zou graag alles opgeven wat ik ooit gecomponeerd heb, om één stuk als Mendelssohns Hebriden-ouverture te schrijven.”
Jonathan Huizer