VU-Kamerorkest home
Felix Mendelssohn-Bartholdy
Vierde Symfonie
De ‘Italiaanse’ en ‘Schotse’ symfonieën danken hun ontstaan aan de Grande Tour door Europa die de jonge Mendelssohn van 1829, toen hij twintig was, tot 1831 ondernam. Zo’n lange Bildungsreise, waarin meestal Duitsland, Frankrijk en Itali werden aangedaan, werd onontbeerlijk geacht voor de voltooiing van de opvoeding van de rijkeluiszoontjes. De op de drempel van de volwassenheid levende jongeling werd geacht aan zijn vorming te werken door de beroemdste kunst- en cultuurschatten van Europa te bezichtigen. In werkelijkheid bezochten de wittebroodskinderen vaak hele andere gelegenheden. Jammer genoeg kan de componist zich niet meer tegen dergelijke misselijke insinuaties verdedigen. Daarom gaan we er van uit de door Mendelssohn in Italië genoten vrolijkheid in zijn ‘Italiaanse’ te kunnen terughoren. De symfonie is er levenslustig genoeg voor.
De vierde symfonie, die vóór de derde voltooid werd maar na de vijfde (wie het begrijpt mag het zeggen), kreeg zijn definitieve vorm in maart 1833, maar niet dan nadat Mendelssohn met het laatste deel een geduchte worsteling had geleverd. De componist bleef zich echter zijn hele leven afvragen of hij dat gevecht wel werkelijk gewonnen had. Wij zijn het hier niet mee eens. Het hele stuk wordt gekenmerkt door een klassieke evenwichtigheid die meer doet denken aan Bach (al is dat een anachronisme), Mozart en Haydn dan aan zijn modernere tijdgenoten Chopin en Berlioz, afgezien van het tweede deel misschien. Nietzsche formuleerde het als volgt: “Felix Mendelssohn’s muziek is de muziek van de goede smaak voor al het goede, dat reeds geweest is: zij wijst steeds achter zich”. Het klinkt wat denigrerend, maar zoals bekend hield Nietzsche niet erg van goede smaak en klassieken, die hij Barbarij en ‘Nicht-Kultur’ van de Bildungsphilisters noemde. Wij zijn het hier niet mee eens. Zonder klassieken geen VU-kamerorkest. Leve de Bildungsphilisters!
Simon Verhaar