VU-Kamerorkest home


Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Pianoconcert in c, KV 491


1. Allegro
2. Larghetto
3. Allegretto

Misschien wel het leukste verhaaltje in Maarten ’t Harts bundel opstellen over muziek “Du Holde Kunst” gaat over Mozart. Hij vertelt hoe hij, als beginnend biologiestudent, diep verliefd wordt op een beeldschone medestudente. Als ze door toeval practicummaat worden, ontdekt hij ook nog dat ze buitengewoon vaardig is en van mooie muziek houdt, en bovendien gaat ze hem ook heel sympathiek vinden. Op een goed moment zal ze voor het eerst bij hem thuis op bezoek komen, en beiden weten dat Nu Het Moment zal komen. Als ze bij ’t Hart binnenkomen, doet hij de radio aan, en er klinkt de Haffner-Symfonie van Mozart. Dan zegt ze: “Bah, Mozart, al die vlugge fliebertjes.” In één klap is al ’t Harts gevoel voor haar verdwenen, en er is verder nooit iets gebeurd.

Wat aan dit verhaal zo illustratief is (naast ’t Harts haatdragendheid jegens degenen die aan zijn muziekgoden komen) is het idee van Mozart als gemakkelijke, zelfs oppervlakkige componist. Zelf heb ik, net als zovelen, dat idee ook ooit gehad, maar zoals het een goede bekeerling betaamt ben ik tegenwoordig vol geloofsijver om deze misvatting de wereld uit te helpen. Het is ten dele wel de schuld van Mozart en vooral van zijn vader, die wilde dat Mozart muziek schreef die alle broodheren moeiteloos konden consumeren; Mozart heeft zelf opgeschept dat hij zo schrijft dat zijn muziek voor oppervlakkige luisteraars aangenaam is, maar dat er ook voor de “connoisseur” veel te beleven is. Tegenwoordig nemen de niet-ingewijden vooral de laag poedersuiker bovenop waar, en dringen niet zo door tot de bijna expressionistische lagen eronder, waar tranen en gein en onrust en compassie en dramatiek en rust een complete weergave van de mensenziel zijn.

In de laatste jaren van zijn korte leven heeft Mozart zijn expressionistische kant duidelijker aan de oppervlakte laten komen. De hellevaart van Don Giovanni is een voorbeeld, het Dissonantenquartet KV 465, het Strijkquintet KV 516 en het Strijktrio KV 563, of het Pianoconcert in c KV 491.

Pianoconcert 24 in c, KV 491

Mozart was een van de eerste componisten die zelfstandig, dus niet in dienst van een adellijke broodheer, een bestaan als componist, uitvoerend musicus en leraar wilde opbouwen. In de jaren 1784-1786 was hij daarin bijzonder succesvol. Hij schreef in opdracht, speelde en dirigeerde, en organiseerde concerten met muziek van en door hemzelf waar de aristocratie gretig dure abonnementen op nam. In deze jaren is het merendeel van zijn beroemdste pianoconcerten ontstaan, en in 1785-1786 schreef hij KV 466, 482, 488 en 491 uitsluitend voor eigen gebruik. Volgens een brief van vader Mozart aan zus Nannerl uit die drukste tijd werd bijna elke dag Mozarts fortepiano zijn huis uitgedragen voor alweer een optreden.

KV 491 is een van Mozarts twee mineur-concerten (tegen 25 majeur-concerten). Mozarts expressionistische kant uit zich hier in dramatiek, veel voorkomende chromatiek en harmonische instabiliteit. Hierom was dit concert in de Romantiek een van Mozarts meest gewaardeerde. Het moet bijvoorbeeld Beethovens favoriet zijn geweest. Net als in de andere concerten uit Mozarts rijpe periode zijn de blazerspartijen geëmancipeerd uit het orkest; voor Mozarts tijd deden ze mee met het strijkorkest, of traden ze als strijkers- versus blazersblokken in antifoon op. Nu worden aan individuele blazers veel solistische thema’s gegeven, vaak in dialoog met de solopiano.

In het eerste deel heeft het orkest een onstuimige inleiding, waarna de piano opvallend genoeg met een heel ander, veel lieflijker thema opent: gewoonlijk herhaalt het soloinstrument de orkestinleiding (met variaties en omspelingen).

Het tweede deel is een Larghetto in rondo-vorm. De rondo-vorm is ABACADA..., die je juist vaak tegenkomt in finales van concerten uit de Klassieke en Romantische periode. Mozart heeft zelf heel wat rondo-finales geschreven. De meeste Mozart-rondo’s hebben een bijna schokkend simpel refrein (A), zo ook hier. Dat is misschien een simpele truc om het contrast met de prachtige tussencoupletten (B,C,D,...) (voor de connoisseur!) te verhogen. In dit Larghetto vinden we dramatische naast pastorale en bespiegelende coupletten.

Het derde deel is een Thema met Variaties. Het thema is net zo harmonisch instabiel als de opening van het eerste deel, en de dramatische mogelijkheden die dat geeft buit Mozart ten volle uit in de Varaties. Mozart de expressionist komen we hier bovendien tegen in pastorale, intieme en uitbundige variaties.

Rutger Hofman, maart 2001

Mozart met zus, vader en moeder

Mozart met zus, vader en moeder (in het portret)

VU-Kamerorkest home


View My Stats