VU-Kamerorkest home

W.A. Mozart

Requiem

Tekst en vertaling van Requiem

Mozart heeft de laatste twee of drie maanden van zijn leven aan het Requiem gewerkt. Het was door een anonieme opdrachtgever via een bode besteld en er was een forse aanbetaling gedaan. Toen Mozart op 5 december 1791 stierf, was het Requiem echter onvoltooid. Mozarts weduwe Constanze bleef achter met twee kinderen en een aanzienlijke schuld. Er was haar dan ook alles aan gelegen het Requiem te laten voltooien. Als eerste werd nog diezelfde maand Joseph Eybler benaderd - Mozart had eens een klinkende aanbevelingsbrief voor hem geschreven. Hij orkestreerde enkele delen, maar gaf de opdracht terug. Constanze schijnt met meer musici contact te hebben gezocht, maar richtte zich uiteindelijk tot Franz Xaver Süssmayr. Deze voltooide het Requiem. In deze traditionele Mozart-Süssmayr-versie wordt het Requiem meestal uitgevoerd.

Vanaf het verschijnen van de eerste gedrukte uitgave (bij Breitkopf & Härtel, 1800) zijn er kritische stemmen geweest over Süssmayrs werk. Hijzelf stelde bescheiden naar aanleiding van de eerste druk vast: “Ich bin fest überzeugt, dass meine Arbeit diesen grossen Mannes unwurdig ist.”

Al in 1801 verscheen in de ‘Leipziger Allgemeinen Musikalischen Zeitung’ een veel meer gespecificeerde kritiek, en er werd gesproken over de “sehr fehlerhafte Instrumentalbegleitung”.

De kritiek bleef; Johannes Brahms meende dat “diese Reliquie veruntsiert ist durch sehr swache unf linkische, von Einem oder Zweiem ausgeführte versuchen, die Partitur auszufullen” en Richard Strauss sprak van een “furchtbar putzige Instrumentation”.

Pas na 1970 verschenen er (in totaal vijf) nieuwe uitgaven waarin gepoogd is de ontsierende zwakten van de Mozart-Süssmayr-partituur te verbeteren. In deze revisies is duidelijk de controverse terug te vinden over de omvang van Süssmayrs bijdrage aan de muziek. Süssmayr beweerde zelf dat Sanctus en Benedictus (beide met Hosanna-fuga) en Agnus Dei “ganz neu von mir verfertigt” waren. Het hoge niveau en de stijl van componeren zijn echter niet te rijmen met zijn eigen middelmatige oeuvre. Naast dit subjectieve oordeel zijn er ook concrete aanwijzingen dat Süssmayr de beschikking had over meer van Mozarts gedachtengoed dan uit het manuscript blijkt. Uit een brief: “die Witwe sagte mir, es hätten sich auf Mozarts Schreibpulte einige wenige Zettelchen mit Musik vorgefunden, die der Süssmayr übergeben habe”. Bovendien “war der Süssmayr bei Mozart am Bette, dann lag auf dem Bette das bekannte Requiem und Mozart explizierte ihm, wie seine Meinung seie, dass er es nach seinem Tode vollenden sollte.”

Beyer, Landon en (zeer recent) Levin gaan uit van Süssmayr, die onderworpen wordt aan correcties en retouchen. Maunder en Druce zijn veel radicaler: zij schrappen veel en gaan zelf componeren. Zo beweert Richard Maunder terecht dat “unfortunately Süssmayr was a musician of limited technic and ability”, maar de tijd zal moeten uitmaken of hijzelf en Druce een betere kwalificatie verdienen.

Daan Admiraal

VU-Kamerorkest home


View My Stats