VU-Kamerorkest home
Francis Poulenc
La Voix Humaine
Een opera van Francis Poulenc op tekst van Jean Cocteau
Synopsis
Na een relatie van vijf jaar heeft de minnaar van de vrouw hun relatie verbroken. Hij heeft aangekondigd nog eenmaal te bellen. Als zij hem, na de nodige problemen met de centrale, aan de lijn krijgt kan ze nog eenmaal met hem spreken. Hij belt echter alleen om zijn brieven terug te krijgen alvorens hij de dag erna vertrekt, waarschijnlijk om met een ander te trouwen. De vrouw tracht zich groot te houden, maar heeft het er niet gemakkelijk mee; haar leven werd bepaald door het zijne en zij kan dat niet loslaten. Langzaam wordt het haar duidelijk dat hij haar voorliegt over waar en met wie hij vertoeft, maar zij kan haar liefde voor hem nog niet opgeven. Zij probeert nog zoveel mogelijk momenten van hem te stelen, maar wat zij hem werkelijk te zeggen heeft kan ze niet meer uitspreken, want niemand is hier meer in geïnteresseerd.Jean Cocteau
De dichter, schrijver, schilder, tekenaar, acteur en cineast Jean Cocteau werd in 1889 geboren. Al heel jong kwamen zijn zeer verschillende talenten aan het licht. Het succes dat hij met zijn gedichten oogstte verschafte hem toegang tot de Parijse kunstwereld. Het is vanaf het begin duidelijk dat Cocteau zich schaart bij de vernieuwende en revolterende kunstenaars. Hij volgt de stromingen van het dadaïsme en surrealisme met grote belangstelling en met zijn eerste gedichten, schilderijen en ballet-scenario’s voor Djaghilev levert hij een belangrijke bijdrage aan de avantgarde van die tijd. Hij neemt het op voor een groepje Franse componisten dat zich heeft verzameld in de ‘groupe des Six’. In 1921 schrijft hij Les Mariés de la Tour Eiffel, waarvoor vijf van deze groep componisten muziek schrijven. In 1919 leert Cocteau de veelbelovende schrijver Raymond Radiguet kennen. Zowel emotioneel als artistiek ontstaat er een sterke band tussen de twee mannen.Zij schrijven samen het muziektheaterstuk Le Gendarme Incompris. Als Radiguet in 1923 sterft laat hij Cocteau in volstrekte wanhoop achter. Hij raakt gefascineerd door de figuur van Orpheus, die zijn verloren Eurydice uit het dodenrijk terughaalt. Samen met de acteur Jean Marais en met componist Auric maken de drie vrienden het voor hun misschien wel belangrijkste filmproject Orphée, waarop vele andere zouden volgen. In 1922 schrijft hij een bewerking van de Sophocles-tragedie Antigone. Deze tekst gebruikte Honegger twee jaar later voor zijn gelijknamige opera. Strawinsky vroeg Cocteau een libretto voor hem te schrijven over Oedipus. Na veel bewerkingen (o.a. naar het Latijn) ontstond hierdoor Oedipus Rex. Voor Darius Milhaud schreef hij Le Pauvre Matelot. De monoloog La Voix Humaine schreef hij in 1927.
“Ik kwam erop dit stuk te schrijven toen ik door verbindingsfouten in de telefoonlijnen per toeval in een treurige scène terechtkwam waarin een vrouw met haar naïeve listen een gesprek zo lang mogelijk wilde rekken, terwijl een man zo snel mogelijk wilde opleggen. Door deze verschrikkelijke ongelijkheid van ritmes ontstonden stiltes, herhalingen en absurde zinnen waarin de personen die ze uitspraken elkaar de waarheid wilden vertellen, terwijl de angst dat het de laatste keer zou zijn hen verlamde.” Aldus Cocteau.
“Niet alleen is de telefoon soms gevaarlijker dan een revolver, maar de meanderende draad slokt onze krachten op en geeft ons er niets voor terug.”
Francis Poulenc
De Franse componist Francis Poulenc (1899-1963) heeft geen muzikale vakopleiding gevolgd. Hij was echter een getalenteerd pianist en schreef reeds in 1919 zijn ‘comédie bouffe’ Le Gendarme Incompris op een tekst van Cocteau en Radiguet. Samen met Honegger, Milhaud, Auric, Durey en Tailleferre vormde hij de ‘groupe des Six’, die zich tegen de Duitse romantische traditie en Wagner enerzijds en tegen het Franse impressionisme en Debussy anderzijds keerde. Inspiratiebronnen vormden de populaire muziekcultuur als café-chantant, music-hall, circus en cabaret. Zijn ballet Les Biches voor Djaghilev werd zijn eerste grote succes. Zijn opera’s Les Mamelles de Tirésias en Dialogues des Carmélites volgden hierop. Zijn vriend Claude Rostand kenmerkte hem als een componist met twee gezichten, die van een kwajongen en die van een monnik. Lange tijd bestond weinig belangstelling voor de muziek van Poulenc omdat men zijn werk te eclectisch vond. Hoewel hij niet afwijzend heeft gestaan tegenover nieuwe uitdrukkingsvormen, hield hij vast aan de tonaliteit. In 1959 schreef Poulenc een tragédie lyrique op het mono-drama La Voix Humaine voor sopraan en orkest. Hij gebruikte de letterlijke tekst van Cocteau en schrapte alleen hier en daar enkele zinnen. Hij beschouwde het zelf als zijn beste muziekdramatische werk.
“Hij komt al twee dagen
niet meer uit de voorkamer. Ik heb hem willen roepen, hem aanhalen.
Hij laat zich niet aanraken. Nog even en hij bijt me.
Ja, mij! Ik zweer je dat hij mij
angst aanjaagt. Hij eet niet meer. Hij beweegt niet. En als hij naar
me kijkt bezorgt hij me kippevel. Hoe wil je dat ik dat weet? Hij
denkt misschien dat ik je iets aangedaan heb. Arm beest! Ik kan het
hem niet kwalijk nemen. Ik begrijp het maar al te goed. Hij houdt van
je.
Hij ziet je niet meer komen. Hij denkt dat dat mijn schuld is. ”
Marcel Sijm