VU-Kamerorkest home

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Celloconcert Op. 58


1. Andante - Poco meno mosso (andante assai) - Adagio
2. Allegro giusto
3. Thema (allegro) en variaties

Sergei Prokofjev (1891-1953) was een schoolvoorbeeld van een enfant terrible. Hij liet zich niet door regels van bovenaf inperken en hij was bepaald niet wars van arrogantie. In zijn jonge jaren op het conservatorium, waar de late Romantiek nog de gevestigde stijl was, deed hij nogal wat stof opwaaien door met dissonante harmonieën en scherpe, hamerige melodieën een totaal andere weg in te slaan dan zijn leermeesters Lyadov en Rimsky-Korsakov voor ogen hadden. Maar juist de op zichzelf minder geprezen eigenschappen koppigheid en arrogantie hebben er voor gezorgd dat Prokofjev uiteindelijk kon groeien tot één van de belangrijkste Russische componisten van de vorige eeuw.

De kracht van Prokofjev was dat hij dicht bij zichzelf bleef. Hij had geen speciale ideeën over hoe muziek zou moeten klinken en schreef ook zonder theorie. Hij volgde slechts zijn gevoel.

“I have always felt the need for independent thinking for pursuing my own ideas. I was always in conflict with my professors at the Conservatoire as I never wanted to do anything just because the rules demanded it. (...) When I completed the composition class at the Conservatoire I found I had too many ideas and not enough technique to carry them out. However, I decided that it was better this way then the other way round. And every year I composed at least one large orchestral work until I felt that after five or six years of tenacious struggle I had earned my “salvation” in composition. I am not ashamed to admit that in essence I am the student of my own ideas. In everything I write I adhere to two main principles — clarity in expressing my ideas, and laconism, avoiding everything superfluous in their expression.”

Anders dan bij genieën als Mozart schreef Prokofjev vaak een stuk niet in één keer naar tevredenheid af. Prokofjev geeft hierboven zelf al één van de oorzaken aan; zijn technische vaardigheden schoten soms te kort om de ideeën die hij had goed uit te werken. In plaats van aan zichzelf te gaan twijfelen werd een compositie dan herzien en verbeterd, zelfs als het al een keer was uitgevoerd, totdat het naar tevredenheid was. En hier konden jaren overheen gaan.

De drang om onafhankelijk en onconformistisch zijn eigen weg te gaan heeft het Prokofjev niet makkelijk gemaakt. Waren het op het conservatorium de professoren die zijn ideeën nauwelijks konden waarderen, in zijn latere jaren was het het communisme van Stalin dat zijn eigenzinnigheid niet op prijs stelde. Hij werd beschuldigd van decadentie, omdat veel composities, vol met ironie en dissonanten, niet dienstbaar zouden zijn voor het volk. Verscheidene malen werd hij op het matje geroepen. Maar waar iemand als Shostakovitsj, die ook geregeld door de partij “gecorrigeerd” werd, onder gebukt ging, trok Prokofjev zich hier maar weinig van aan. Hij verontschuldigde zich voor zijn “buitensporigheden”, maar ging ondertussen gewoon zijn eigen weg.

In zijn volharding om onbelemmerd te componeren en met zijn gevoel voor humor komt Prokofjev tot een zeer eigen en herkenbare stijl. Als geen ander kon hij met muziek beelden schetsen, zoals bijvoorbeeld in “Peter en de Wolf”. Hierin weet hij allerlei dieren tot leven te roepen zonder ze na te bootsen. Met deze kernachtige en karakteristieke manier van beschrijven heeft Prokofjev een onontgonnen en kleurrijk gebied in de wereld van de muziek aangeboord.

Celloconcert Op. 58

Eën van de werken die maar met moeite tot stand kwamen is het celloconcert Op. 58. In 1933 begon Prokofjev aan het concert, maar hij zou het pas in 1938 voltooien. Over het celloconcert is maar weinig bekend. Misschien wel, omdat het bij de première maar heel matig werd ontvangen. Prokofjev zelf moet er ook niet helemaal tevreden mee zijn geweest.

Nadat het na de eerste uitvoeringen jaren in de kast heeft gelegen, heeft de cellist Mstislav Rostropovich het concert in 1948 in het bijzijn van Prokofjev met veel succes ten gehore gebracht. Dit heeft blijkbaar zoveel indruk op hem gemaakt dat Prokofjev Rostropovich heeft uitgenodigd het concert samen met hem te herzien. De wijzigingen waren echter zodanig dat Prokofjev het concert omdoopte tot Symfonie-Concerto en er een nieuw opus nummer aan gaf: Op. 125.

Het concert dat u vandaag zal horen is het oorspronkelijke concert. Aanvankelijk had Prokofjev een danssuite in vier delen gedacht, maar het is uiteindelijk een concert geworden dat bestaat uit drie delen, het laatste een thema met variaties. Het stuk vertoont qua sfeer overeenkomsten met het ballet “Romeo en Julia” (1936), dat in dezelfde periode geschreven werd. De grote creativiteit van Prokofjev is te horen in de kleurrijke orkestratie. De donkere lyriek en het krachtige karakter van het stuk zijn dwingend. Laat u gerust, na de gepassioneerde melodieën in het Andante en de hoekige lijnen in het Allegro giusto, door de stapelende opbouw van de lange finale overweldigen.

Quirijn Calis, 2004

VU-Kamerorkest home


View My Stats