VU-Kamerorkest home

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Sinfonietta Op. 5/48


1. Allegro giocoso
2. Andante
3. Intermezzo: Vivace
4. Scherzo: Allegro risoluto
5. Allegro giocoso
De toelichting op Prokofjevs Sinfonietta Op. 5/48 is geschreven door Fransje Rijken, die haar brood verdient met schrijven. Daarom staat de toelichting niet op de web site van het VU-Kamerorkest. Neem contact op met de web master als u met Fransje Rijken in contact gebracht wilt worden.

Naast de toelichting van Fransje Rijken heeft het programmaboekje van de concerten van het VU-Kamerorkest nog een paar paragrafen extra gekregen van Rutger Hofman.

Assepoester en haar elegante stiefzusje

Altijd als het over de Sinfonietta van Prokofjev gaat, gaat het ook over de Klassieke Symfonie. Dat is natuurlijk geen toeval, want de Klassieke Symfonie in D Op. 25 is overbekend bij een groot publiek - ze is bijvoorbeeld gebruikt als dat montere deuntje bij de bloedige bende-vechtpartij in Kubricks film “A Clockwork Orange”. Ook Prokofjev zelf trekt in zijn autobiografie de vergelijking. Hij merkt op: “Ik begrijp niet waarom de lotsbestemming [in de publieke waardering] van deze twee composities zover uiteen heeft moeten lopen”. De overeenkomsten in stijl tussen beide composities liggen dan ook voor de hand: ook Sinfonietta is heel erg klassiek van opzet en idioom. Waar de Klassieke Symfonie getrouw de vorm volgt van een Haydn-symfonie, heeft Sinfonietta vormen die aan de barokke Suite herinneren zoals de Gigue in 6/8 maat van het eerste en laatste deel, die hetzelfde liedje als thematische basis hebben. Ze zijn even zuinig met hun thematisch materiaal, dat zich net zo gemakkelijk laat wegzingen.

Naast overeenkomsten zijn er ook heel duidelijk verschillen. De Klassieke Symfonie is onafgebroken monter, speels en lichtvoetig: we mogen zeker spreken van de ondragelijke lichtheid van de Klassieke Symfonie - zeker bezien door de bril van de orkestspeler, want vrijwel alle partijen, speciaal die van eerste violen en fluiten, zijn zo goed als onspeelbaar door hun helse moeilijkheid die bovendien nog makkelijk en opgewekt moet klinken (was dit weer een treiterij van de jeugdige Prokofjev?). Sinfonietta is ook vaak opgewekt en fris, en daar zou ze, net als de Klassieke Symfonie, evengoed uit de pen van een Franse meester van de Groupe des Six hebben kunnen vloeien. Maar regelmatig blijkt Prokofjev in Sinfonietta te beschikken over een Echte Russische Ziel. De opening van het tweede deel (in de interpretatie van maestro Admiraal eeder een zwaar Adagio dan een vloeiend Andante) is duister; het deel gaat onheilszwanger verder, ondanks de etherische fluitsoli; een ijskoude Siberische wind waait door het strijkorkest dat onvoorspelbaar moduleert. Het aangenaam babbelende derde deel eindigt in een dramatische climax die aan Moessorgski herinnert. Daarna begint het vierde deel met demonische lage strijkers die een grotesk pizzicato-thema (dwz. getokkeld) van de hoge strijkers blijken te begeleiden. De fluitjes proberen tevergeefs nog lichtvoetiger kost op te dissen, maar dat leidt tweemaal tot een zeer dissonante climax. Ondanks de bewering van Prokofjev dat hij bij de herziening niets heeft toegevoegd, maar alleen geschoven heeft, herinneren deze duistere, harmonisch interessante passages soms aan de latere meester van de duistere Vijfde en Zesde Symfonie.

Doordat Sinfonietta enerzijds zoveel meer te bieden heeft, althans voor de liefhebber van zware kost, dan de Klassieke Symfonie en anderzijds zoveel minder geapprecieerd wordt, verdient ze zeker de naam Assepoester. Overigens heeft Prokofjev ook een echte Assepoester-compositie gemaakt: het ballet Cinderella uit de oorlogsjaren. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Rutger Hofman

VU-Kamerorkest home


View My Stats