VU-Kamerorkest home

Sergej Prokofjev (1891-1953)

Vioolconcert nr 2 in g, Op. 63


1. Allegro moderato
2. Andante assai
3. Allegro, ben marcato
Sergej Prokofjev leefde van 1891 tot 1953 en was een invloedrijke Russische componist. Hij studeerde vanaf zijn 13e aan het St. Petersburg Conservatorium bij Reinhold Gliere en Nikolai Rimski-Korsakov. Op die leeftijd had hij al het een en ander geschreven, genoeg in ieder geval om Alexander Glazoenov, de conservatieve directeur van het conservatorium, te shockeren. Na de revolutie kreeg hij toestemming om rond te reizen buiten Rusland. Van 1918 tot 1933 leefde hij in Europa en Amerika voornamelijk rondreizend als concertpianist. Terug in Rusland lag hij uit de gratie bij de Russische autoriteiten, in 1948 was hij zelfs slachtoffer van directe censuur. Zijn dood in 1953 – ironisch genoeg op dezelfde dag als Stalin – maakte een eind aan deze onderdrukking. Ongetwijfeld heeft de ironische en vaak scherpe toon van zijn muzikaal idioom daarmee te maken.

Het vanavond gespeelde tweede vioolconcert in g klein, Opus 63, dateert uit 1935. Het is wat populairder dan het eerste concert uit 1917, maar eveneens berucht lastig voor de violist.

In het eerste deel begint de viool met een expansieve melodie, die uitgebreid wordt met steeds gespierdere begeleiding. De eerste violen houden zich opvallend rustig in het begin van dit deel, zodat (het register van) de vioolsolo alle ruimte krijgt. Als tegenbeweging klinkt er een snel en energiek zestienden-thema. Dan keert een lieflijker versie van de eerste melodie terug. De afwisseling van gedragen en energiek geeft het deel het karakter van een aards sprookje. Luister naar het grimmige ponticello in de strijkers; Lekker Eng. De pauken ontbreken in de orkestratie, maar dat wordt door de grote trom goedgemaakt.

Een prachtige vondst is de tegenstelling tussen de lyrische melodie in het tweede deel die aanvoelt als een tweedelige maatsoort. Maar daaronder loopt de pizzicato-begeleiding van de strijkers en klarinetten in een twaalfachtste, dus driedelige, maatsoort. De violen mengen zich in de melodie en omcirkelen de melodie van de solo viool. Het snellere, beweeglijke tussenstuk (allegretto) wordt ingeleid door een paar maten cellosolo. Daarna komt de eerste melodie terug, nu met de violen als een wingerd om de solist heen gekronkeld. Tot slot van dit deel zijn de rollen even omgekeerd als de solist het blaasorkest pizzicato begeleidt.

Het hoofdthema uit het derde deel blijft hangen als een meezinger. Deint u gerust een beetje mee. Opzwepende dansmuziek, die al vroeg in het deel naar een onontkoombare eindsprint toewerkt. Het is een soort circus van dansritmes, waarin allerlei variaties als een soort parade de revue passeren. Zoals ook een volksmelodie hoog op de g-snaar van de solist. Daartoe behoren ook de stukjes met onregelmatige maatsoorten (twee maal zevenkwarts en eenmaal een blok van vijfkwarts bewegingen) die een duivelsachtig karakter hebben. Tot slot is het (lage) strijkorkest met name als ritmisch apparaat aanwezig.

Er zijn musicologen en dirigenten die zich uitvoerig verdiepen in het liefdesleven van een componist, waarschijnlijk om diens ziel en zaligheid bloot te leggen. Nu, bij Prokofjev is daar niet veel te over te vertellen. Behalve dan misschien dat zijn echtgenote op een mysterieuze wijze ontvoerd schijnt te zijn door de KGB naar Siberië. En dat Prokofjev - handig bekeken - uitgerekend in die tijd een maîtresse gehad schijnt te hebben. Enfin, U denkt er maar het uwe van. Geniet in elk geval van deze Russische sprookjesmuziek.

Erik-Jonas van de Griendt

VU-Kamerorkest home


View My Stats