VU-Kamerorkest home

Einojuhani Rautavaara

Hommage à Liszt Ferenc


Pesante - Tempestuoso<

Hommage à Liszt Ferenc is een korte compositie voor strijkorkest van de Finse componist Einojuhani Rautavaara. Rautavaara werd in 1928 geboren in Helsinki en studeerde compositie en musicologie in Finland, de Verenigde Staten en Keulen. Hij begon in de vijftiger jaren te componeren in een moderne stijl. Hij gebruikt seriële technieken, en zijn Epitaph for Béla Bartók (1955/86) getuigt van zijn bewondering voor de Hongaarse meester. In de zeventiger en tachtiger jaren zien werken het licht met beeldende titels als het contrabasconcert ‘Angel of Dusk’, en de Zevende Symfonie ‘Angel of Light’. Heel populair is de Cantus Arcticus (1972) geworden: een concert voor orkest met vogelgeluiden.

Een citaat: ‘In de zeventiger jaren voelde ik mij zelfverzekerd over het kiezen van engelen in mijn titels, toen mijn collega’s hun werken abstracte titels gaven zoals ‘structuren voor strijkers’. Nu ben ik mij wel bewust ervan dat met het New Age fenomeen engelen populair geworden zijn in een banale zin.’ Inderdaad zijn enkele werken van Rautavaara door profeten van het Aquarius-tijdperk omarmd. Meer betekenend is dat zich bij Rautavaara vergelijkbare ontwikkelingen lijken af te tekenen als bij Arvo Pärt, Gorecki en Penderecki waarbij de componist op latere leeftijd een muzikale taal zoekt van emotionele eenvoud. Nog een citaat: ‘Als een artiest geen modernist is als hij jong is, dan heeft hij geen hart. En als hij een modernist is wanneer hij oud is, dan heeft hij geen hersens.’

De muziek van Rautavaara is zeer kleurrijk. De onerwerpen en mystieke titels evenals het gebruik van welluidende sonore orkestklanken tonen een romantische inslag. Neo-romantiek is als modieuze term veel in gebruik. Rautavaara gebruikt in zijn moderne werken een synthese van stijlen. Hij is zeer productief. Tot op heden hebben acht symfonieën het levenslicht gezien en daarnaast opera’s, strijkkwartetten, werken voor strijkorkest en koorwerken.

Hommage à Liszt Ferenc (1989)

Als een CD-boekje vrijwel geen informatie over een werk geeft, kan je tegenwoordig op het internet gaan surfen. Als de componist Einojuhani Rautavaara heet, kom je terecht bij het Finse Muziek Informatie Centrum en met een belangstellende dienstbaarheid worden de vragen doorgestuurd naar de uitgever van de muziek van Rautavaara, zodat je een goede week later uit monde (ofwel mail) van de componist zelf nog wat informatie kunt ontvangen.

Hommage à Liszt Ferenc is gecomponeerd in opdracht van ‘the Helsinki Junior Strings’.

The Helsinki Junior Stings is een orkest met zeer jonge spelers. De stuwende kracht achter het ensemble zijn de broers Géza en Csaba Szilvay. Zij zijn van Hongaarse afkomst en hebben jarenlang in Finland een eigen ‘colour string method’ ontwikkeld voor het onderwijs met strijkinstrumenten.

Hun oorspronkelijk nationaliteit zou de aanleiding kunnen zijn geweest voor de beide ‘Hommage’-werken van Rautavaara (De Hommage à Zoltán Kodály uit 1982 was opgedragen door de Kodály Society in Finland en eveneens in première gebracht door de Helsinki Junior Strings).

Hommage à Liszt Ferenc is geschreven voor een stijkersbezetting van drie vioolpartijen, cello en bas. Er is geen altvioolpartij. In de uitvoering van het VU-Kamerorkest spelen de altviolen de derde vioolpartij, terwijl in één passage partijen zijn uitgewisseld met de tweede violen. Volgens de uitgever zou de opdracht van de Helsinki Junior Strings de enige reden zijn; ook waren er volgens de componist geen specifieke klanktechnische redenen. Hierdoor is een werk ontstaan waarin de tegenbewegingen van de lage en hoge strijkers prominent aanwezig zijn.

In Rautavaara’s eigen woorden is het werk Hommage à Liszt Ferenc genoemd omdat hij de twee meest essentiële karakteristieken van Liszts muziek heeft geïncorporeerd in het brede en kleurrijke spectrum van de strijkorkestklank: weelderige romantiek en virtuoos élan. Het werk zou geen muzikaal materiaal ontlenen aan de muziek van Liszt, of enige andere referentie of gelijkenis vertonen.

Wat vertelt het werk zelf? In ruim vier minuten en zes in elkaar overgaande secties schildert Rautavaara een andere formele structuur. Een afwisselend opgaande en neergaande beweging lijkt een centraal gegeven. In de openingspassage bewegen de lage en hoge strijkers in trage tegenbeweging uit elkaar over een octatonische toonladder. In de volgende stormachtige passage vliegen afwijkende drieklanken (kwart-secunde-stapelingen) heen en weer onder een zoekende vioolmelodie. De rust keert tijdelijk terug in een repetitieve passage met glissandi die die doet denken aan de vogelgeluiden uit de Cantus Arcticus.

Een pentatonisch motief in parallelle akkoordligging wordt abrupt ingezet, maar zijgt weer ineen tot het geluid van een vogelkolonie. Als andermaal een heftig gemarkeerd motief inzet en wordt gecombineerd met de snelle beweging uit eerdere passages, komt het werk abrupt tot een ontknoping.

Liszt of geen Liszt? In ieder geval maakt Rautavaara zijn belofte van ‘weelderige romantiek en virtuoos élan’ waar.

Marien Abspoel

VU-Kamerorkest home


View My Stats