VU-Kamerorkest home
Maurice Ravel (1875-1937)
Ma Mère l’Oye
1. Pavane de la Belle au Bois Dormant
2. Petit Poucet
3. Laideronette, Impératrice des Pagodes
4. Les entretiens de la Belle et de la Bête
5. Le Jardin Féerique
Maurice Ravel heeft het laatste decennium (postuum) de status van megaster bereikt. Wie kent niet de Bolero van Ravel? Het is gezonken cultuurgoed geworden: op de Albert Cuyp zijn verschillende versies voor dumpprijzen te krijgen, van ‘verantwoord’ tot een dwarsfluitvariant van Berdien Stenberg. De orkestsuite Ma Mere l’Dye (1911) heeft die status niet, zodat symfonieorkesten dit stuk nog zonder gêne kunnen programmeren. Want stukken dalen in koerswaarde als de straat zich erover ontfermt. Hoe dan ook, een klein meesterwerkje is het.
Stravinsky vergeleek Ravels werkwijze met die van een ‘Zwitserse klokkenmaker’. Ravel, wiens vader ingenieur en uitvinder was, instrumenteerde zijn werken met een feilloze precisie. Maar ondanks deze Zwitserse nauwkeurigheid, die een ongelooflijke doorzichtigheid tot gevolg heeft, is zijn muziek niet doods, netjes en burgerlijk; suggestievere muziek is bijna niet denkbaar. De suite Ma Mere l’Oye schildert in vijf korte deeltjes enkele hoogtepunten uit de sprookjes van Moeder de Gans. Er is hier geen sprake van een ‘realistische’ uitbeelding van de episodes, eerder van het verklanken van de stemming die sprookjes bij kinderen en andere vatbare geesten kunnen oproepen. (Ravel droeg het stuk op aan twee kinderen van een vriend.)
De deeltjes zijn:
1. De pavane rand de schone slaapster in het bos. De hovelingen dansen
langzaam en plechtig rond de sponde van de slapende prinses.
2. Klein duimpje. Het angstige en vermoeide ventje sleept zich afgemat
door het bos, in zijn kommer begeleid door het gezang der vogels.
3. Laideronnette, keizerin van de pagode. Deze vrolijke muziek
veraangenaamt het baden van Laideronnette, keizerin van het dwergenvolkje.
4. Het gesprek tussen Belle en het Beest. Het monster (contrafagot)
blijkt een prins als het meisje hem, ondanks zijn afzichtelijkheid, haar
liefde bekent.
5. De tuin van de feeën. Na een lange en diepe slaap van vele jaren
ontwaakt de schone slaapster.
Simon Verhaar