VU-Kamerorkest home
Dimitri Sjostakowitsj
Kammersymphonie
Sjostakowitsj schreef zijn Achtste strijkkwartet opus 110 in c in drie dagen gedurende een bezoek aan de verwoeste stad Dresden in 1960. Het stuk is geschreven Ter nagedachtenis van de slachtoffers van het fascisme en de oorlog, een opdracht die de Sowjet autoriteiten zeer welgevallig was: zij verleenden het kwartet een wereldwijde publiciteit zoals ook het geval was met de Zevende symfonie (Leningrad) en de Elfde symfonie (Het Jaar 1905).Nu is het merkwaardig dat Sjostakowitsj het Achtste strijkkwartet heeft voorzien van een groter aantal citaten uit eigen werk dan enige andere compositie. Bovendien is de muziek doordrenkt van zijn eigen muzikale handtekening: de letters D S C H (Dmitri SCHostakowitsj), waarbij de Duitse notennamen zijn gedacht (Ned: B is Duits: H):
[Voorbeeld 1]
Dit thema vormt het belangrijkste element van de langzame hoekdelen, en wordt daarin canonisch gebruikt, maar het duikt ook in de andere delen in vele gedaanten op. In de razemij van het tweede deel:
[Voorbeeld 2]
maar ook in het duivelse dansliedje dat als contrasterend thema optreedt:
[Voorbeeld 3]
Ook in het derde deel, een scherzo, maar met de bitterheid van galgenhumor, en mct obsessionele herhalingen:
[Voorbeeld 4]
en onverwacht lyrisch in een cellosolo:
[Voorbeeld 5]
Bij een compositie die zo ingenieus is opgebouwd op de naam van een componist is het niet verwonderlijk dat het autobiografisch is. Sjostakowitsj vertelt erover in zijn roemruchte memoires: ‘Alles is zo helder als glas. Ik citeer Lady MacBeth (zijn sociaal-kritische opera uit 1934, die hem op een felle reprimande kwam te staan in de Prawda en de Izwestia), de Eerste en de Vijfde Symfonie. Wat heeft fascisme daar mee te maken? Het Achtste is een autobiografich kwartet. Het citeert een lied, dat alle Russen kennen: Uitgeput van de ontberingen in de gevangenis:
[Voorbeeld 6]
Maar natuurlijk is de autobiografie van Sjostakowitsj niet los te zien van de tragische geschiedenis van zijn land. En wat Sjostakowitsj in zijn memoires over zijn symfonieën zegt is mijns inziens ook in hoge mate van toepassing op dit strijkkwartet:
‘Ik voel eeuwige pijn om diegenen die door Hitler werden omgebracht. maar ik voel niet minder pijn om diegenen die in Stalins opdracht zijn gedood. Ik lijd om iedereen die gemarteld, doodgeschoten of uitgehongerd is. En dat waren er miljoenen in ons land voordat de oorlog met Hitler begon.’ ‘Mijn symfonieën zijn in meerderheid grafstenen. Teveel van de onzen stierven en werden begraven op plaatsen waar niemand, zelfs de familieleden niet, van af wist. Het overkwam vele van mijn vrienden. Waar moet je de grafstene plaatsen van Meyerhold en Toekhatsjewsky? Alleen muziek kan dat voor hun doen. Ik wil een compositie schrijven voor elk slachtoffer. maar dat is onmogelijk, en daarom draag ik mijn muziek aan hen allen op. Ik denk voortdurend aan deze mensen. en in bijna elk groter stuk probeer ik anderen te gedenken.’
Daan Admiraal