VU-Kamerorkest home

Dmitri Sjostakowitsj (1906-1975)

Celloconcert nr. 2 Op 126


1. Largo
2. Allegretto
3. Allegretto

Gegeven de bittere verhouding tussen de componist en de sovjetautoriteiten wekt het geen verbazing dat Sjostakowitsj zijn meest geïnspireerde muziek niet in opdracht schreef. Inspiratie voor het werk aan zijn soms zeer persoonlijke kamermuziek en soloconcerten vond Sjostakowitsj in het kunnen van bijzondere musici. Dit geldt zeker voor zijn twee celloconcerten, die beide geschreven werden voor en opgedragen aan Mstislav Rostropovich, die ze ook ten doop hield.

De première van het Tweede Celloconcert vond plaats op 25 september 1966, tijdens een galaconcert in Moskou ter ere van de 60e verjaardag van Sjostakowitsj. Waar Sjostakowitsj voor het Eerste Celloconcert al een (karikatuur van een door Stalin geliefd) Georgisch volksliedje had gebruikt, verwerkte hij in het Tweede Celloconcert ook een melodietje van lage komaf. Het idee voor dit thema wordt wel gedateerd op Oudjaarsavond 1965: wanneer Sjostakowitsj met familie en vrienden het spel ‘Mijn lievelingsmelodie’ speelt, komt hij plotseling naar voren met een populair straatmelodietje uit de jaren ’20, getiteld Bubliki, kupite bubliki, ofwel, Zoute krakelingen, koop mijn zoute krakelingen. Het wijsje moet lang in zijn hoofd zijn blijven hangen, want toen hij het Tweede Celloconcert vier maanden later voltooide, had Sjostakowitsj Bubliki tot het hoofdthema van het tweede deel verwerkt.

Van de twee celloconcerten is het Tweede minder bekend en toegankelijk, meer naar binnen gekeerd van karakter, maar even virtuoos als het Eerste. Een volledige cadens als in het Eerste Celloconcert ontbreekt, hoewel er korte cadens-achtige passages voorkomen.

Het concert bestaat uit drie delen. Het eerste deel is voor het grootste deel donker en contemplatief van karakter. De solo-cello opent het concert onbegeleid, met een uiteenzetting van het hoofdthema dat in diverse vormen het eerste deel beheerst. Ongeveer halverwege het eerste deel komen we een meer expressieve passage tegen. Hier ontspint zich een repeterend tweede thema met het karakter van een dans. Na een quasi-cadens komt het ingetogen hoofdthema weer terug. Het tweede deel heeft een typisch Sjostakowitsj-scherzo karakter. Dit deel bevat het Bubliki thema, levenslustige ritmes en de nodige humoristische noten en effecten. Een duet door twee hoorns kondigt het laatste deel van het concert aan, dat direct op het tweede deel volgt. Het hoofdthema is een romantische melodie, begeleid door strijkers. Dit geeft het deel een warm, nostalgisch karakter, naast afwisselende ritmische en melodische figuren, af en toe onderbroken door een cadens-achtige figuur in de solo-cello. Het concert wordt beëindigd door de solo-cello, begeleid door een klokachtig ritme in het slagwerk.

Liesbeth Wilmer en Youdi Schipper

VU-Kamerorkest home


View My Stats