VU-Kamerorkest home
Richard Strauss (1864-1949)
Suite Op. 4 voor 13 blazers
1. Praeludium (Allegretto)
2. Romanze (Andante)
3. Gavotte (Allegro)
4. Introduction und Fuge
Het concert van het VU-Kamerorkest wordt geopend door een suite voor dertien blazers: Op. 4 van Richard Strauss. Deze Suite is een zusterwerk van de iets bekendere Serenade Op. 7 voor precies dezelfde bezetting. Beide zijn jeugdwerken, gespeend van de bombast waar Strauss zich later in zijn leven nog wel eens aan wilde overgeven. Lyriek, het spelen met het klankpalet van een blazersensemble, speelplezier voor de instrumentalisten zullen bij de compositie belangrijke drijfveren geweest zijn.
De Suite bestaat uit vier delen. Het eerste deel is een Allegro met als boventitel Praeludium om de suggestie van een Barok-suite goed bij de luisteraar te laten doordringen. Dit Praeludium begint als een vrolijk door elkaar buitelen van de verschillende instrumenten, en bereikt na veel omzwervingen een verstild wegstervend slot. Het tweede deel is een betoverend Andante met als titel Romanze, dat geopend wordt door een melancholieke klarinetcantilene. Strauss als bewonderaar van Brahms zag in de klarinet de vanzelfsprekende spreekbuis van de weemoedige zanger. Het derde deel dan is een waarlijk lichtvoetige Gavotte, die wordt onderbroken om de eerste hobo een slangenbezweerdersmelodie te laten vertolken. De Suite wordt besloten door een Introduction und Fuge, waarbij de Introduction teruggrijpt op de Romanze, en de fuga aan zowel Brahms als Strauss’ vader de raad ontlokte om zich voortaan maar verre te houden van contrapuntische spelletjes. Nu was het ook niet Strauss zelf die het idee had opgevat van een Fuga: dat kwam uit de koker van zijn strenge mentor en beschermheer, Hans von Bülow, die Strauss de opdracht had gegeven de Suite te componeren.
Von Bülow kwam kort na het voltooien van de compositie van de Suite op tournee langs in Strauss’ woonplaats München met zijn orkest, de Meininger Hofkapelle. Von Bülow besliste dat dit een goed moment was om met de blazers van de Meininger Hofkapelle de première te geven van de Suite, en verder beval hij Strauss om die te dirigeren. Schrik! Strauss had nog nooit een dirigentenstokje vastgehouden. Maar tot overmaat van ramp kreeg hij te horen dat er “natuurlijk” op zo’n orkesttournee geen tijd was om met het ensemble te repeteren. Strauss heeft zijn stuk gedirigeerd in een “lichte schemertoestand”, zoals hij zelf later schreef. Het ging klaarblijkelijk toch erg goed: Strauss is een van de bekendste dirigenten van zijn generatie geworden.
Rutger Hofman