VU-Kamerorkest home
Igor Stravinsky (1882-1971)
Apollon Musagète
Naissance d’Apollon
Variation d’Apollon
Pas d’Action
Variation de Calliope
Variation de Polymnie
Variation Terpsichore
Variation d’Apollon
Pas de Deux
Coda
Apothéose
Of het nu altijd zin heeft of niet, kunstkenners onderscheiden periodes in het werk van kunstenaars. Soms hoeft een kunstenaar niet meer te doen dan te brouilleren met een collega-kunstenaar, naar een andere stad te verhuizen, of een andere pot verf te kopen om een nieuwe periode in zijn oeuvre van start te laten gaan. Sommige meesters, zoals Stravinsky, delen hun werk echter alvast zelf in voor het nageslacht. Met het ballet Apollon Musagète startte Stravinsky een cyclus die gekenmerkt wordt door de zogenaamde ‘goût français’, de Franse stijl. Deze ‘goût français’ is een herschepping van de componeerstijl van het 17de eeuwse Frankrijk. Kon Stravinsky zelf niet iets verzinnen?
In 1962 kijkt de 80-jarige Stravinsky met onmiskenbare trots terug op zijn leven en zegt: “Hebben Eliot [T.S] en ik de oude schepen niet opnieuw toegerust? Het opnieuw toerusten van oude schepen, dat is de werkelijke taak van de kunstenaar. Hij kan immers alleen maar opnieuw zeggen wat reeds gezegd is? Maar dan wel op zijn eigen manier.”
Stravinsky doelt met deze maritieme metafoor op zijn methode van het ‘werken naar model’, later door de kunstkenners tot ‘neo-classicisme’ gedoopt. Met het ‘herscheppen’ van de ‘goût français’ neemt hij een wending richting het puur decoratieve, het elegante, het lyrische. Hij ‘herschept’ een polyfone stijl met lange lijnen, waarin hij extra aandacht besteedt aan de sonoriteit van de viool, haar cantabile en haar lange adem. Na Apollon wordt de serie voortgezet met o.a. TheFairy’s Kiss en Capriccio.
In het ballet Apollon Musagète (Apollo als meester van de Muzen), komen drie van de oorspronkelijke negen Muzen aan bod in drie allegorische dansen. Het zijn de Muzen die Stravinsky het meest representatief acht voor de choreografie: Calliope, de personificatie van het ritme van de poëzie; Polyhymnie, de personificatie van mime, van het vertellen met behulp van gebaren; Terpsichore, de personificatie van de dans. De drie dansen worden voorafgegaan door een verbeelding van de geboorte van Apollo, en worden afgesloten door een apotheosis waarin Apollo Terpsichore begeleid bij de bestijging van de Parnassus.
Roomser dan de Paus
In zijn Apollon wil Stravinsky uitdrukken wat hij verstaat onder de puurheid van de kunst, zonder dramatische conflicten en contrasten. De enige contrasten die hij in dit werk toestaat, zijn contrasten van dynamiek. Stravinski bereikt zodoende in Apollon een betrekkelijke afwezigheid van emotie die het werk iets puurs en sereens geeft. Ik zeg ‘betrekkelijk’ omdat emoties m.i. nooit helemaal afwezig kunnen zijn, of door hun schijnbare afwezigheid juist sterker aanwezig zijn dan ooit. Zo ook hier. De afwezigheid van enige passie is soms haast pijnlijk emotioneel. Apollon biedt de luisteraar puur esthetisch genot....John Zondag, dec. 2006