VU-Kamerorkest home

Igor Stravinsky (1882-1971)

Orpheus (Ballet in three scenes)


  • Premier Tableau
    • Lento sostenuto
    • Air de Danse: Andante con moto
    • Dance of the Angel of Death: L’istesso tempo
    • Interlude: L’istesso tempo
  • Deuxième Tableau
    • Pas de Furies: Agitato in piano
    • Air de Danse (Orpheus): Grave
    • Interlude: L’istesso tempo
    • Air de Danse (concluded): L’istesso tempo
    • Pas d’action: Andantino leggiadro
    • Pas de deux: Andante sostenuto
    • Interlude: Moderato assai
    • Pas d’action: Vivace
  • Troisième Tableau
    • Orpheus’s apotheosis: Lento sostenuto
“The ballet was a great success, and it was brilliantly danced, especially by some of Balanchine’s present and future wives.” - Igor Stravinsky

Volgens de Griekse mythologie daalde Orpheus af in het dodenrijk om zijn overleden vrouw Eurydice terug te halen. Hij bekoorde de schimmen en Persephonen met zijn muziek en kreeg toestemming om Eurydice mee te nemen. Alleen mocht hij, zolang hij nog in de onderwereld was, niet omkijken. Toen hij bijna de Hades uit was kon hij zich niet meer bedwingen en draaide zich toch even om, waarop Eurydice voorgoed teruggleed naar het schimmenrijk. Bij terugkeer in de bovenwereld werd hij verscheurd door de Bacchanten waarna zijn hoofd al jammerend om zijn verloren geliefde de rivier afdreef.

Igor Stravinsky werd geboren op 18 juni 1882 te Oranienbaum bij St. Petersburg. Hij studeerde aanvankelijk bij Rimsky-Korsakov en zijn vroegere werken tonen duidelijk de invloed van zijn leermeester. Al spoedig verschoof hij echter richting de stijl van de Franse impressionisten Claude Debussy and Maurice Ravel, doch met behoud van zijn nationalistische houding. Van Stravinsky’s vermogen om muzikale ideen op te pikken uit zijn omgeving en ze nieuw leven in te blazen zijn voorbeelden te over: Russische (volksdans-) elementen zijn terug te vinden in Petroesjka en l’Histoire du soldat; jazzelementen in zijn ‘Ebony Concerto’ en elementen uit de barok in ondermeer Pulcinella en The Rake’s Progress. Zijn nieuwsgierigheid voor de barok werd na de eerste wereldoorlog gewekt toen zijn vriend Diaghilev voorstelde om voor de Ballets Russes enkele stukken van Pergolesi te arrangeren. Stravinsky voelde daar in eerste instantie weinig voor. De simpele maar charmante stukjes werkten echter op zijn fantasie en hij begon met het manipuleren van ritme en harmonie waardoor het karakter van de muziek intrinsiek veranderde: zo ontstond de neoklassieke stijl van Stravinsky.

De choreograaf George Balanchine droeg Stravinsky het idee aan om een ballet over het verhaal van Orpheus te componeren. In 1947 kregen zij de opdracht om het werk te schrijven voor de New Yorkse Ballet Society. Gewapend met de metamorfosen van Ovidius en een woordenboek werkten ze nauw samen om de plot te construeren. De première vond plaats in New York op 28 april 1948 waarna de New Yorkse Ballet Society er uitgebreid mee op tournee ging. Het ballet was een groot succes en Balanchines choreografie wordt algemeen gezien als een van zijn beste creaties. Vaak wordt een invloed van Monteverdi’s Orfeo herkend in Stawinsky’s versie. Hijzelf ontkent echter stellig enige invloed van andere componisten: “Er is geen Monteverdi in de einddelen, geen Czerny in de arpeggio, geen Ives in de tantara!”. Opmerkelijk in Stravinsky’s Orpheus is de klagende ingetogen sfeer die karakteristiek is voor het gehele ballet. Zelfs wanneer de Furies worden uitgebeeld ontstijgt de muziek nauwelijks mezza voce. Stravinsky merkt hierover op dat hij een dergelijke soberheid al eerder had toegepast in zijn String Concerto. Een ander idee dat hij al in eerder werk (Symphony in Three Movements) had toegepast is de concertante rol van de harp. Hier vertegenwoordigt zij het lierspel van Orpheus.

Gerard van Rooij
april 2005

VU-Kamerorkest home


View My Stats