VU-Kamerorkest home
Theo Verbey (1959)
Triade (1991, revisie 1994)
I.
II.
III.
Iedere muziekliefhebber vraagt zich bij tijd en wijle af waar zo’n componist het allemaal vandaan haalt. Ook een componist wordt regelmatig met de vraag geconfronteerd wat hij/zij als basismateriaal moet gaan gebruiken. In deze eeuw lijkt dit meer dan ooit actueel: alles schijnt te kunnen en te mogen. Tonaal of atonaal componeren? Citeren? Popmuziek integreren? Improviseren? Wiskundig trans-formeren? Helemaal niet theoretiseren? Lastige vragen in een verwarrend tijdsgewricht.
Theo Verbey is bij Triade uitgegaan van de Praagse Symfonie van Mozart. Luisteraars die zich nu gaan verheugen op een feest der herkenning zullen echter bedrogen uitkomen, want er wordt nergens direct geciteerd uit deze symfonie. Ook van een stijlcitaat zoals bijvoorbeeld Stravinsky nogal eens heeft toegepast is geen sprake. De Praagse wordt uitsluitend gebruikt als uitgangspunt voor de melodievorming en zinsbouw van Triade, en is dan ook niet meer herkenbaar als compositie van Mozart. En dat is maar goed ook, want Triade is nu eenmaal geschreven door Theo Verbey. Deze heeft bewust gekozen voor het creëren van een volstrekt eigen werk, waarbij enkele compositorische principes van Mozart als fundament hebben gediend.
In dit licht kan ook zijn bewerking van de pianosonate van Alban Berg voor orkest als logisch vervolg beschouwd worden: hoe verandert een compositie als je het overzet naar een nieuw medium? Wat gebeurt er met de Praagse Symfonie als je dezelfde compositorische basisprincipes hanteert, maar transformeert naar een persoonlijk, eigentijds idioom? Verbey probeert zo een link te leggen naar het verleden, en de waardevolle elementen te behouden en een nieuwe inhoud te geven.
In deze eeuw is naarstig gezocht naar een nieuwe muzikale taal, maar de vraag die Verbey stelt is of je niet ook moet kunnen profiteren van de kennis van oude meesters. Het ontkennen van deze oude waarden is natuurlijk buitengewoon intrigerend, en is doorslaggevend geweest voor de ontwikkeling van de nieuwe muziek. Maar waarom zou je bij het bouwen van een overkapt voetbalstadion niet gebruik mogen maken van wat men eeuwen geleden al ontdekt had bij de constructie van een kathedraal? Gebruik maken van de constructietechniek wil niet zeggen dat je zo’n oud gebouw kopiëert, of dat je daarmee nieuwe esthetische waarden geen kans geeft. Triade bewijst dat je met behoud van identiteit oude principes gewoon kunt blijven gebruiken.
Uiteraard is voor de luisteraar alleen het uiteindelijke resultaat van belang; compositorische uitgangspunten zijn abstracte begrippen die waardevol zijn voor de componist maar voor zijn publiek van minder belang. Het resultaat, Triade, is een compositie die bij het klinken niet de indruk wekt van een vreselijk geconstrueerd, doorwrocht stuk. Met name het laatste deel lijkt helemaal niet het resultaat van dagen? weken? maanden? denkwerk maar lijkt eerder in een spontane opwelling geschreven. En dat is waar Triade de Praagse het meest direct de hand reikt.
Hendrik-Jan Bosma