VU-Kamerorkest home

Richard Wagner

Siegfried Idyll

In 1869 kregen Cosima, de natuurlijke dochter van Liszt, en Richard Wagner hun derde kind en eerste zoon, Siegfried. Cosima was toen nog steeds getrouwd met de beroemde dirigent Hans von Bülow, maar in 1870 was de scheiding eindelijk een feit en trouwde ze met Wagner. Zo kwam een einde aan een moeilijke, met schande overladen periode die enkele jaren daarvoor op een buiten in Starnberg zo idyllisch begonnen was, toen Wagner en Cosima ondanks hun beider echtelijke beslommeringen, definitief voor elkaar kozen. Dit was een keerpunt in Wagners leven; behalve het geluk hervond hij zijn scheppingskracht en hij begon te werken aan een stuk dat zijn gelukzaligheid zou weergeven. Het bleef echter bij een eerste aanzet en de invallen van deze Starnberg Idyll zou hij later gebruiken voor de Siegfried Idyll.

Deze Idyll schreef Wagner uiteindelijk in het jaar van hun huwelijk voor zijn vrouw, als dankbetoon voor het geluk dat hen met de geboorte van Siegfried ten deel was gevallen. Het stuk werd in het geheim ingestudeerd door de jonge Hans Richter, Wagners assistent, die later een vermaarde dirigent zou worden. Er wordt beweerd dat Cosima bijna de haar toebedachte verrassing bedorven heeft door haar grote bezorgdheid over de levenswandel van Hans Richter, die iedere avond van huis was om de Siegfried Idyll te repeteren.

Op de ochtend van de eerste kerstdag – Cosima’s verjaardag – werd het orkestje in het trappenhuis van de villa “Triebschen” bij Luzern opgesteld, en ontwaakte zij op de vredige muziek van deze serenade. Het stuk ademt dan ook een intiemere en transparantere sfeer dan de gelijknamige opera. Wagner ontleende aan zijn Siegfried weliswaar enkele thema’s, maar gaf ze een totaal andere betekenis. Tevens putte hij uit zijn onvoltooide strijkkwartet uit 1864.

Aan de eerste uitvoering werkten slechts 13 musici mee; in plaats van het tegenwoordig gebruikelijke strijkorkest liet Wagner de strijkerspartijen solistisch bezetten. Er is aan bet eind van het stuk een raadselachtige passage, waarin plotseling gedurende 7 maten een tweede altviool wordt voorgeschreven. Vermoedelijk heeft Hans Richter, die hoornist was, maar vele instrumenten bespeelde, de trompetpartij gespeeld. Daarna had hij alle tijd om zijn altviool te pakken en die paar simpele maten te spelen.

Daan Admiraal en Simon Verhaar

VU-Kamerorkest home


View My Stats