post naar aanleiding van het VPRO De Avonden interview


Net in de post: een pakketje.  Door het
ouderwets bruine pakpapier schijnt in
spiegelbeeld: EET 'NS WAT FRUIT!  Van een
onbekend adres in Den Haag.

Met een vlijmscherp worstmesje krijg ik
langzaam grip op op de zorgvuldig
dichtgeteepte fruitzak.  Het dozijn metrisch
aangebrachtte stukjes plakband.  De
meetkundig minimale oppervlakte van het
pakpapier.  Het handgeschreven adres in een
schreefloze drukletter.  Vrijwel
onzichtbaar, over de postcode een
plakbandje: een stukje pakpapier dat de
foute postcode corrigeert.  Het lijkt
ingelegd als ging het om een kostbaar
behang.  De enige dissonant is de
postzegel.  Kafkaeske codes in
kassabonkwaliteit in combinatie met een
onnodig precies poststempel.  Deze
'timestamp' is op de seconde nauwkeurig
29-10-05 11:18, Big Brother is watching
you.

Voorzichtig trek ik de zuigend passende
pocketeditie uit haar fruitfoudraal.  De
stugheid strookt echter niet met de normale
pocketsensatie.  Ik zoek naar een boodschap,
een teken, een kattebelletje: maar de zak is
leeg.  Het vaalgele opsnee van het puntgave
exemplaar wordt onderbroken door een
hardwitte strook.  LIBRA zegt het, plus twee
concentrische cirkels in diepgrijs en oker,
hier en daar als een doolhof opengelaten.

De bewaker der bladzijden krijg ik verder te
zien door met twee duimen de beide kaften
voorzichtig uiteen te duwen.  Achter de
voorkaft loopt de strook door tot het einde,
en geeft zich niet prijs.  Meer geluk heb ik
bij de achterkant: het uiteinde laat zich
pakken.

Nu het boek van zijn vouwslot is ontdaan,
breng ik lucht tussen de bladzijden aan.  Zo
hoort een pocket aan te voelen.  Ik leg hem
terzijde naast het pakpapier waar mij door
de lichtval heen ineens een fruitmeisje
toelacht.  Het wat priegelige handschrift op
het strookje steekt enigszins af tegen de
duidelijke addressering pal naast de
episcopische allegorie op de betere
groenteboer:  ze heeft kersen als
oorbellen.

Uitgevouwen ontpopt het briefje zich ineens
als boekenlegger: het is subtiel vijf
strepen langer dan het boek zelf, en de
breedte is een derde van van een bladzijde.
In combinatie met het aflopend cirkellogo
doet het geheel aan een chic uitneembaar
ex-libris denken.

Na al deze verassingen begin ik te lezen.
Een luisteraar stuurt me een geschenk naar
aanleiding van een radiointerview.  Een
voorschot nemend op het gevaar van
bevoogding danwel bemoeizucht, desavoueert
brievenschrijver zichzelf:  leeghoofd,
nietsnut.  Onnodig en hoogst
onwaarschijnlijk.  De zorg, de perfectie, de
afwerking, de subtiliteit, de moeite, de
tijd, de kosten, de deskundigheid.  Wat een
cadeau!

Een toepasselijker manier om Orwell's 1984
te mogen ontvangen zou ik niet kunnen
bedenken.

X

Hier het briefje:

Geachte Heer,  Den Haag, 28 oktober 2005

Toen ik U in het radioprogramma 'de Avonden'
hoorde zeggen dat U het boek '1984' niet had
gelezen dacht ik dat ik U misschien met een
exemplaar van dat boek een plezier zou
kunnen doen.  In een voorstedelijk
antiquariaat zocht ik en vond ik vandaar de
nog gave Nederlandse vertaling die ik U nu
toestuur.  Er is een gevaar dat U dit
geschenk als bevoogdend of bemoeizuchtig op
zal vatten; om dat te vermijden zeg ik nu
dat ik in vergelijking tot U een leeghoofd
en een nietsnut ben, die het op dergelijke
wijze van 'helpen' van zijn meerderen
aangrijpt als manier om zich een gevoel van
bestaansrecht te geven.

'1984' heb ik eertijds vele malen gelezen
(van hoeveel klassieken kan ik dat echter
niet zeggen...) en de ervaring van Orwell's
onvergelijkbaar heldere schrijfstijl, dat
ook in vertaling doorklinkt, 'gun' (als had
ik dat recht..) U graag.  Daarom dit
geschenk.

Met de meeste hoogachting,

Jan van Griethuysen

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef