Waardekloof moet dicht

PDF versie

De waardekloof kan en moet kleiner, vinden de  `idealisten'.
Er moet geen onderscheid zijn tussen gekochte en zelfopgebouwde
immaterie"le activa.  Sommigen waarschuwen wel voor
`schijnexactheid'.  Is het aangeven van de mate van onzekerheid
een oplossing?

De resultaten van een enque^te die vorig jaar werd gehouden
op initiatief van professor Auke de Bos, manager vaktechniek
bij Ernst & Young, en Gert-Jan Jordaan, accountant bij AREP
te Nieuwegein, onder ruim negentig aandelenanalisten, spreken
duidelijke taal.  Wanneer het jaarverslag als informatiebron
bij die groep pas op de zevende (!) plaats komt, na' onder
meer berichten in kranten en vaktijdschriften, en publicaties
van andere analisten, dan is er toch reden om nog eens na te
denken over de informatieve waarde van dat jaarverslag.  De
Bos en Jordaan stellen voor om de jaarrekening, he't
controle-object van de accountant, op een totaal andere leest
te schoeien.  De Bos: "In de balans van ondernemingen staat
vrijwel geen informatie over de ree"le, economische waarde
van de verschillende activaposten, terwijl gebruikers daarnaar
juist op zoek zijn." Wil men dat de bedrijfsbalans weer een
relevant verantwoordings- en beslissingsdocument wordt, dan
zou het management een serieuze poging moeten doen de marktwaarde
van activaposten we'l te schatten, vindt hij.  "Anders blijf
je zitten met een value gap die alleen maar groter wordt, nu
intellectual capital steeds belangrijker wordt."

Contra-expert De Bos realiseert zich dat dit geen eenvoudige
opgave is.  "Ik denk dat directies externe experts moeten
inschakelen om die waardes te bepalen.  De rol van de accountant
zou dan die van een soort contra-expert zijn.  Of in elk geval
zou hij moeten kunnen zeggen dat de manier waarop waardes
geschat zijn juist is geweest." Collega-onderzoeker Jordaan
denkt dat de accountant daarmee ook zijn toegevoegde waarde
beter dan nu zou bewijzen.

Jordaan vindt sowieso dat zijn beroepsgenoten te bescheiden
zijn:  "Accountants moeten meer du'rven controleren.  En
bijvoorbeeld ook iets zeggen over het realiteitsgehalte van
uitspraken van directies over de toekomst." De Bos en Jordaan
willen dat een balans veel meer activaposten toont dan nu het
geval is.  Jordaan: "Goodwill, voorzover gekocht bij overnames
van andere bedrijven, staat nu op de balans, maar waarom niet
het zelfgecree"erde intellectual capital dat verbonden is met
eigen merknamen of klantenbestanden? Merken en klantenrelaties,
maar ook de know how van personeelsleden kosten geld om op te
bouwen en ze vertegenwoordigen ook waarde voor concurrenten."
De Bos en Jordaan vinden dat kennis die al is neergeslagen in
auteursrechten, patenten of octrooien op de balans horen, maar
ook investeringen in onderzoek en ontwikkeling, zeker zodra
de resultaten wat concreter worden.  Ze verwerpen het onderscheid
tussen gekochte en zelfopgebouwde immaterie"le activa.  Zelf
ontwikkelen of kopen is vanuit de ondernemingsleiding gezien
immers een gewone `make or buy'-beslissing.  Dan is het dus
arbitrair om de ene vorm van investeren op de balans te
behandelen anders dan andere.

IT is productiefactor Overigens, dat dit onderscheid wordt
gemaakt, komt wellicht doordat ondernemingsleidingen investeringen
in immaterie"le activa meer zien als kosten, die via de
resultatenrekening moeten worden verwerkt.  Dat laatste is
ook de ervaring van Chris Verhoef, hoogleraar informatica aan
de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij houdt zich bezig met
nut en waarde van IT-systemen.  Verhoef: "Ik word wel eens
ingeschakeld als bedrijven willen fuseren en dan onder meer
moeten weten wat de waarde is van IT-systemen van de
fusiepartners." Verhoef merkt vaak dat directies daar geen
idee van hebben.

"Als men al aan waarde denkt dan is het vervangingswaarde.
Maar goede investeringen in hard- en software gaan vaak vijftien
jaar of langer mee, ze kunnen voor fusiepartners ook een grote
strategische waarde vertegenwoordigen.  Nog los van eventuele
databestanden.  IT is een productiefactor, net als een machine."

Roependen in de woestijn Aan bedrijfseconomische argumenten
ontbreekt het dus niet in het balansmodel zoals De Bos en
Jordaan het voorstaan.  Maar wie hoopt dat wanneer dat model
wordt toegepast de gebruiker ook fluks de marktwaarde---en
`juiste' aandelenkoers---van een onderneming kan bepalen
(balanstotaal min vreemd vermogen) vergist zich.  De Bos: "De
onderneming moet schatten wat gemiddeld de marktwaarde van
elke activapost bij gei"soleerde verkoop zou zijn.  Voor veel
immaterie"le activaposten is dat moeilijk omdat ze uniek zijn
en er geen courante markt voor bestaat.  Dan zul je het indirect
rendement moeten schatten." Bij De Bos en Jordaan geeft het
balanstotaal op z'n best een soort break up value.  Het extra
winstpotentieel als gevolg van de combinatie van al die
activaposten bij elkaar, zit daar niet in.  De Bos: "Die
restpost is dan de echte eigen goodwill van de onderneming.
Die taxatie is niet aan het management, maar aan de markt,
lees de aandeelhouders en fusie- of overnamekandidaten." Zulke
opvattingen mogen revolutionair lijken, maar De Bos en Jordaan
zijn geen roependen in de woestijn.  Internationaal gaan de
regels al steeds meer in de richting van een streven naar
`fair value' op de balans.  En ook in Nederland denkt menigeen
dat het die kant op moet.  Fred Versteeg bijvoorbeeld, manager
bij het bureau vaktechniek van KPMG zegt---op persoonlijke
titel---dat van directies op zijn minst verlangd zou mogen
worden dat ze een `voorzet' geven, om immaterie"le activa te
kunnen taxeren.  Versteeg: "Het doel van een balans is dat je
kunt zien waarmee een onderneming zijn productie maakt.  Dus
ook van intellectual capital moet je laten zien hoeveel je
erin hebt gei"nvesteerd e'n hoeveel je denkt dat de actuele
marktwaarde is." In het kader van een doctoraalscriptie deed
Versteeg ooit onderzoek naar de waarde van `intellectual
capital' en hij gelooft niet dat taxeren noodzakelijkerwijs
op natte vingerwerk uitdraait, zoals critici beweren.

Transparantie Maar het noemen van exacte bedragen gaat nog
een stap verder dan taxeren.  Het suggereren van exactheid---bij
immaterie"le, maar ook voor materie"le activa---is waarmee
Martin Hoogendoorn het meest moeite heeft.  Hij is niet alleen
partner bij Ernst & Young en hoogleraar in Amsterdam, maar
ook voorzitter van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Hoogendoorn meent---nog niet als RJ-voorzitter maar wel als
individu---dat je zou kunnen proberen tegelijkertijd iets te
zeggen over waarde e'n over risico.  Een specifiek bedrag
achter een balanspost zetten is een puntschatting.  "Maar
iedereen weet dat daarachter altijd een mate van onzekerheid
schuilt.  De post `Liquiditeiten' is zekerder dan `Debiteuren'
en die zijn weer zekerder dan de waarde van een merk."
Hoogendoorn pleit dus voor intervalschattingen in de toelichting:
hoe zekerder, hoe kleiner het interval.  Daarmee zou ondervangen
worden dat er oeverloze discussies over waarderingen ontstaan.
En de directie zou toch extra informatie geven.  Hoogendoorn
beseft dat het management zich hiermee kwetsbaar zou maken.
"Het gaat in wezen om transparantie.  Maar is het niet een
teken van kracht als een bedrijf transparant durft te zijn?"

Bert Bakker

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef