De 30-50-20 regel

We kennen tegenwoordig allemaal wel de 2:2:1/2 regel, die
kort uitdrukt dat opgeleverde maatwerksoftware 2 keer over
budget is, 2 keer over de deadline is, en maar de helft van
de gevraagde functionaliteit oplevert.  De politiek
correcte term daarvoor is:  challenged project.  Er zijn
ook projecten die aan de 2:2:0 regel voldoen: het duurt
veel te lang, het kost veel te veel, en het levert niets
op.  Denk maar even aan het falende automatiseringsproject
Hoger Beroep Strafrechtsysteem (HBS) dat onlangs nog in het
nieuws was.  Minister Korthals wist een en ander nogal
poetisch te formuleren:  het automatiseringsproject werd
eerst ``getemporiseerd'' om daarnaa ``beeindigd'' te worden
omdat ``deze investering niet het rendement heeft
opgeleverd dat was voorzien.''  Hoezo niet voorzien?

Het lijkt wel of er altijd weer bijzondere omstandigheden
zijn waarom er iets niet voorzien was, waardoor het lijkt
dat elk falend project een ongelukkige uitzondering is.
Maar dat is niet zo.  Falende projecten zijn onderdeel van
een patroon dat wereldwijd waargenomen wordt.  Dat is nu de
30-50-20 regel.  Die zegt in het kort:  30% van alle
projecten wordt gecancelled, 50% voldoet aan de 2:2:1/2
regel, en 20% is volgens alle afspraken op orde, zeg maar
een 1:1:1 project.  De 30-50-20 regel is gebaseerd op
onderzoek dat vanaf 1994 tot nu over honderduizenden
projecten gedaan is.  Niet iets om zondermeer naast je neer
te leggen.  In absolute cijfers: in 1995 werd er alleen al
in de Verenigde Staten 81 miljard dollar aan falende
projecten uitgegeven, en nog eens 59 miljard dollar aan
kostenoverschrijdingen door de projecten met een
uitdaging.  Deze kosten nog afgezien van de gevolgschade
door falen of te laat opleveren.

Er zijn allerlei verbanden tussen IT project
karakteristieken en de kans op succes.  Korte projecten met
niet teveel mensen gaan heel vaak uitstekend.  Als een
project langer gaat duren, dan schiet de faalkans omhoog.
Voorbeeldje.  Er staat nergens precies hoe lang het project
bij HBS geduurd heeft, maar ik las dat het in 1997 gestart
is en in november 2001 beeindigd.  Ze nu eens dat het 50
kalendermaanden geduurd heeft.  Volgens benchmark gegevens
is dan de kans op falen 32%.  Maar zelfs als het een
doorlooptijd van 36 maanden heeft, is de kans op falen
volgens benchmark nog steeds 28%.

Het is ook bekend uit benchmark onderzoek dat
state-of-the-art technieken een IT project in de high-risk
categorie plaatst.  Vooral als men voor het eerst met een
nieuwe techniek aan de gang gaat.  Een eerste ontmoeting
met OO loopt in meer dan 50% van de gevallen uit op falen.
Behalve benchmark gegevens over OO schijnt er ook ooit
iemand zijn frustratie over OO programmeren op een WC deur
uitgeleefd te hebben:

C++ is like teenage sex

  * It's on everyone's mind all the time.
  * Everyone talks about it all the time.
  * Everyone thinks everyone else is doing it.
  * Almost no one is really doing it.
  * The few who are doing it are:
       - doing it poorly.
       - sure it will be better next time.
       - not practicing it safely.
  * Everyone's bragging about their successes all the time,
    although very few have actually had any.

Wie een beetje weet hoe de hazen lopen in deze business kan
dus op zijn vingers natellen dat een grote
vernieuwingsslag, nieuwe techniek, en geringe inbreng van
de eindgebruikers een sure-failure is.  En zelfs als je er
nul verstand van hebt maar gewoon de krant leest, kon je al
weten dat het mis moest gaan: vorige keer hadden we de IB
groep met exact hetzelfde patroon van de grote
vernieuwingslag met hippe component-based development
techniek.

Misschien kan de Minister van Justitie het met de
uitvoerder van het HBS project op een accoordje gooien om
tot een mooie schikking te komen.  Beter lijkt me dat dit
soort wanprestaties bij wet verboden wordt zodat
onverantworde besteding van publieke gelden aan IT aan de
kaak gesteld kunnen worden, en bijtijds gecoupeerd kunnen
worden.  Of nu de problemen bij de opdrachtgever, de
uitvoerder, of bij beiden liggen.  Als dat nameljik niet
gebeurd, gaat Nederland bijkans nog failliet aan het
implementeren van de ozo gewilde digitale overheid.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij schrijft      
maandelijks een column in AG II.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.