Oostblok in opkomst

In Nederland loopt de belangstelling terug voor  het
studeren van fundamentele wetenschappen zoals wiskunde
en natuurkunde.  In het voormalige Oostblok is dit niet
het geval.  Het is in Nederland bijvoorbeeld vrij zeldzaam
om gepromoveerd te zijn in de informatica of in de
wiskunde.  De mensen met dat soort opleidingen zijn over
het algemeen in staat om complexe problemen op te lossen,
en zijn erg in trek bij ICT-intensieve bedrijven.

Hoe zeldzaam is zeldzaam?  In de Verenigde Staten heeft
86 procent van de ICT professionals een Bachelor in
Science (BSc), een Associate in Arts (AA), of helemaal
geen formele opleiding.  Een Bachelor in Science is lager
dan een doctorandus titel (binnenkort gaat dat een Master
heten).  Een Associate in Arts is een graad die ontworpen
is voor mensen die naast hun werk studeren voor een
diploma.  Ter vergelijking, Rusland heeft een overvloed
aan zeer hoog opgeleide mensen: de typische Russische
programmeur is minimaal universitair opgeleid in de
informatica, wiskunde of natuurkunde.  Meer dan 75 procent
van de Russische software bedrijven heeft gepromoveerden
in dienst.  In iets meer dan 45 procent van de gevallen
is ongeveer 10 procent van de werknemers niet alleen
afgestudeerd maar ook nog eens gepromoveerd.  De hoogst
haalbare opleiding die er is.

Ik hoor wel eens vooroordelen jegens Oostblok studenten.
Veel gehoord is corruptie.  Mensen die bang zijn dat een
graad gekocht is, in plaats van door studie.  Of, dat de
kwaliteit van de universiteiten daar wel te wensen over
zal laten.  Begrijpelijk wellicht, maar niet gestoeld op
feiten.  Laat ik eens een paar zaken noemen die tot
nadenken stemmen.  Neem nu bijvoorbeeld eens de
wereldkampioenschappen programmeren.  Dat is geen klein
grut: meer dan 3000 teams met meer dan 17000 zeer goede
studenten van meer dan 1300 universiteiten uit meer dan
60 landen.  Er doen zo 50 Amerikaanse teams aan mee.
Zowel in 2000 als in 2001 won de afdeling wiskunde en
mechanica van de Staats-universiteit van Sint Petersburg
de eerste prijs.  Van diezelfde universiteit won de
afdeling wiskunde en optica de vierde prijs in 2000 en
haalde een jaar later de derde prijs binnen.  Dat is dus
gewoon een uitermate goed universiteit, en zo zijn er
meer.  In 2002 staan er ook weer tussen de beroemde
Amerikaanse universiteiten MIT en Stanford twee Russische
staats-universiteiten in de top 10.  Helemaal niets mis
dus met die educatie daar.

Op de Vrije Universiteit merken we dit ook.  Jonge mensen
uit het Oostblok willen graag naar landen als Nederland
komen, om daar te studeren.  Kies exact!  Dat wisten ze
al, spotjes om ze daarop te wijzen zijn niet nodig.  Ook
hun resultaten zijn opmerkelijk.  Normaal zie je voor de
resultaten een klok-kromme, een dromedaris zeg maar.  De
bult is de middenmoot en de uiteinden representeren de
uitschieters van slechte en heel goede studenten.  Die
dromedaris is bij de Vrije Universiteit een kameel
geworden: er zijn nu twee bulten.  De ene bult is de
middenmoot die we al kenden, en dan komt er nog een bult
met een hoger gemiddelde.  Die tweede bult wordt veroorzaakt
door de zeer goede resultaten van de zorgvuldig geselecteerde
Oostblokkers.

Op verzoek van de Nederlandse regering, heeft de commissie
Risseeuw onderzoek gedaan naar onder andere vraag en
aanbod voor ICT deskundigen.  Er bleek inderdaad een
groot tekort aan goed opgeleide ICTers is, en dat er veel
behoefte is aan mensen met formele opleidingen zoals de
Oostblokkers routinematig lijken te hebben of te ambieren.
Meer dan 20000 mensen per jaar bleken er nodig en ordes
minder mensen worden per jaar afgeleverd door universiteiten.
In 2000 was het aantal verleende graden in Rusland voor
informatica gerelateerde studies al meer dan 25000.
Binnenkort gaan de Nederlandse bedrijven dus Russisch
leren en aan off-shore outsourcing doen.  Dan bestaat
het gevaar dat we op het gebied van ICT een kennis-import
land worden.  Op termijn maken we ons dan voor een zeer
belangrijke productiefactor die het BNP van Nederland
sterk beinvloed afhankelijk van derden.

We kunnen ook kijken hoe dat talent naar Nederland gehaald
kan worden.  Het is dan nodig dat de Nederlandse regering
fondsen beschikbaar stelt zodat de universiteiten de heel
goede studenten naar Nederland kunnen halen, en ze een
aangepast programma kunnen aanbieden.  Want dat voor de
reguliere student lijkt te makkelijk te wezen.  Een
excellent programma kost geld: op goede Amerikaanse
universiteiten zijn de collegegelden zonder problemen
tien keer zo hoog als in Nederland.  Dit kan dus niet
gratis.  Omdat er een grote vraag is naar mensen die goed
opgeleid zijn, verwacht ik dat velen zullen blijven.
Dan volgt Nederland gewoon de trend zoals die zich in de
Verenigde Staten al aan het voltrekken is.  Ik hoorde al
de volgende definitie van van wat een Amerikaanse
universiteit is: professoren uit het Oostblok en Aziatische
studenten.  Voor informatica zou het ook andersom kunnen,
tenslotte heeft de Shanghai JiaoTong Universiteit de
wereldkampioenschappen programmeren in 2002 gewonnen.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij schrijft      
maandelijks een column in AG II.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.