Hoe uniek zijn unieke nummers?

Als belangrijke zaken nu maar een uniek nummer zouden
hebben, kunnen we in principe alle problemen oplossen.  Dat
is vaak de inzet om fraude te voorkomen, te traceren, of op
te lossen.  En we hebben nogal wat van die nummers.  Denk
aan postcodes, oormerken, Sofinummers, enzovoort.

Neem nu zoiets makkelijks als een postcode: iedereen weet
dat dat 4 cijfers en 2 letters zijn.  Daar worden hele
systemen op gebaseerd:  bijvoorbeeld locatienet.nl.  Daarin
kun je simpel twee postcodes intikken en je krijgt een
kaartje hoe je moet reizen.  Eerst vissen we even een
willekeurige postcode op van postcode.nl: de Einsteinweg in
Amsterdam, beter bekend als de ringweg waar geen file meer
stond toen eraan gewerkt werd.  Postcode.nl geeft vele
mogelijkheden, want die weg is lang.  We nemen gewoon de
eerste: 1013.  Inderdaad, geen letters.  Ik vermoed dat er
alleen letters zijn als er een telefoonaansluiting is die
tevens geregistreerd staat op de Einsteinweg.  De postcodes
zijn ooit verzonnen om verwerking te vereenvoudigen.  En
dat is vast aan een bestaand systeem geborduurd dat de
postcodes genereert op basis van telefoon-kabels of
aansluitingen.  Okay, dus geen letters.  Laten we eens
checken met locatienet.nl wat die site denkt van deze niet
aangeklede postcode.  Die meent dat het gaat om de De
Ruyterkade 1-9 in Amsterdam, bekend van een ander soort
werk-aan-de-weg.  Geen Einsteinweg te bekennen daar.  Als
je dan nog even doorgraaft blijkt dat de postcode van de
beruchte kade eigenlijk 1013 AA is.  Maar net als ik, neemt
locatienet.nl voor het gemak aan dat als je geen letters
opgeeft dat je dan de eerste geldige postcode beginnend met
1013 bedoelde.  Nee dus.

Wat is hier aan de hand?  De postcodes zijn wel uniek, maar
de interpretatie ervan niet: het ene systeem kent aan een 4
cijferig getal de betekenis toe dat er geen bebouwing is
met een geregistreerde telefoonaansluiting (of iets anders
duisters), en het andere denkt dat de 4 cijfers een
afkorting voor de eerst geldige met letters is.  Door die
betekenisverschillen worden de unieke nummers van hun
uniciteit beroofd.  In feite zijn er voor de postcode 1013
nu twee adressen volgens twee verschillende web-sites.  Dit
betekent dat het koppelen van locatienet.nl met postcode.nl
niet werkt, terwijl je best wilt weten hoe je vanuit een
uitzichtloze file op de Einsteinweg er even tussenuit kunt
wippen richting de De Ruyterkade.

Nu is dat met die postcodes wellicht niet zo erg, maar als
het met postcodes al aanmodderen is, hoe is het dan met
andere identificatie-codes?  En de koppeling tussen
verschillende systemen, die allemaal hun eigen idee hebben
over de betekenis van die codes?

Wat dacht je van oormerken?  Ieder beest een uniek nummer
zodat integrale keten-bewaking een feit is.  Van elk drupje
melk weet men waar het vandaan komt, en waar het naartoe
gaat.  Hoe is het dan mogelijk dat volgens het
Identificatie en Registratie systeem van de overheid Tina
28 al vijf keer geslacht is, terwijl ze volgens eigenaar
Kees van 't Hoog, melkveehouder in het  Zuid-Hollandse
Schipluiden, nog springlevend is?  Over unieke nummers
gesproken, Tina's nummer is werkelijk uniek te noemen:  NL
111111110.  Wat doe je als je moet oefenen met dat
systeem?  Je tikt een nummer in, bijvoorbeeld allemaal
enen.  Maar dat voldoet niet aan de 11-proef, dus het
systeem zal een foutmelding geven, dat het een ongeldig
nummer is, en na een paar keer proberen, kom je dan uit op
111111110.  En als je dat nu in de productie-omgeving doet,
dan krijg je al die slachtmeldingen.  Het nummer is wel
uniek, maar de interpretatie niet:  een trainee weet niet
dat oefenen met zo'n systeem gevolgen heeft voor de
productie database.

Waarom zouden Sofinummers nu oplossingen zijn, als
postcodes, oormerken, en vele andere identificatienummers
zich ontpoppen als problemen?  Sofinummers zijn net als
oormerken 9-cijferig en voldoen aan de 11-proef.  En wat
schertste mijn verbazing laatst?  Net als oormerken in
paren komen, had een collega van me ook een setje
Sofinummers:  een voorlopige en een definitieve.  Uiteraard
bleek het voorlopige Sofinummer onuitroeibaar, en levert
tal van problemen op.

Het is jammer dat er op grote schaal fraude gepleegd wordt
met Sofinummers, maar gegeven de vele problemen met
allerhande zogenaamd unieke nummers, zou dat toch werkelijk
geen verrassing moeten wezen.  Met alleen een 11-proef
alleen kom je er niet---het eerste de beste oormerk van een
rund voldoet dan ook.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij schrijft      
maandelijks een column in AG II.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.