Offshore outsourcing bedreiging kenniseconomie?

De overheid heeft er de mond van vol: de kenniseconomie,
Nederland moet mee in de vaart der volkeren.  Informatie
technologie is daar de grondstof voor zoals iedereen die in
de IT werkt wel aanvoelt.  Maar zoals genoegzaam bekend is,
is er momenteel wereldwijd een exodus op gang aan het komen
van uitbesteding van stukken kenniswerk naar lage lonen
landen.  Want ja, uurlonen die een factor 4 of meer
schelen, daar kun je niet tegenop, kan elke manager
uitrekenen.  Uiteraard kun je in landen waar geen sociale
zekerheid is, waar geen stringente kwaliteitsbewaking is,
zonder enig probleem tegen lagere kosten produceren.  Twee
woorden: Kip en Thailand.  Het is niet moeilijk om kip
tegen heel lage kosten te produceren als je geen geld uit
hoeft te trekken voor controle en preventie ten behoeve van
details als aviaire influenza.  Maar in een echte
landbouweconomie, doe je aan preventie en
kwaliteitsbewaking, regelgeving en wat dies meer zei.
Gewoon omdat de schade niet te overzien is voor de
economie, als het mis gaat.  En dan kost de kip meer ja.

Hoe zit dat nu met kennis in een echte kenniseconomie: de
Verenigde Staten?  Daar lijkt iets goed mis te wezen met
offshore outsourcen van kenniswerk.  Twee Washington State
congresleden Adam Smith en Jay Inslee hebben afgelopen
zomer de General Accounting Office verzocht om een federale
studie te starten die beoogt vast te stellen wat het effect
is op permanent verlies van banen in de Verenigde Staten,
mede als gevolg van offshore outsourcen.  In het bijzonder
willen deze heren meer weten over blijvend baanverlies van
Amerikaanse high-tech werkers, aerospace engineers, en
zelfs al verscheidene overheidsbanen die daar aan offshore
werkers ten deel gevallen zijn.  Dus verre van
bollenpellers, uienrapers, en aspergestekers.  Ook daar is
men zich ervan bewust dat nieuwe banen en een industrieel
plan nodig zijn om de focus te bepalen op de toekomst:  de
Amerikaanse kenniseconomie.  Blijkbaar kan offshore
outsourcing roet in het eten gooien.

De argumenten van de congresleden: aan de ene kant besteed
de Amerikaanse overheid geld aan educatie van studenten en
werkzoekenden, terwijl meer en meer blijkt dat het
volstrekt niet duidelijk is of die mensen wel een baan
gegund wordt.  Zoals Smith aangeeft: "Offshore outsourcing
(of information technology services) has become
increasingly common for U.S.  organizations, generally
because of the perceived cost savings and to enhance
competitiveness in the global economy".  Maar Smith en
Inslee zijn bang dat al het geld voor opleidingen van
studenten en werkzoekenden wel eens weggegooid kan zijn,
als die banen allemaal aan de andere kant van de oceaan
uitbesteed worden. Volgens de statistieken zijn er sinds
2001 tachtigduizend banen verdampt in de regio waar ze zelf
actief zijn.  Dat klinkt niet als een bloeiende
kenniseconomie.

Moeten we ons ook in Nederland net ens afvragen hoe of dit
nu zit?  Bijvoorbeeld, Nederlandse bedrijven toucheren aan
de ene kant grote hoeveelheden subsidies voor het
financieren van hun R&D.  Uiteraard is een voorname reden
voor het verlenen van dergelijke subsidies dat deze
bedrijven van groot belang zijn voor de Nederlandse
economie.  Daar komen banen van, er wordt winst gemaakt met
innovaties, en ga zo maar door.  Dus we moeten in de
kenniseconomie investeren, en in hoger onderwijs om in de
kennisvraag te voorzien.  Maar als aan de andere kant
steeds grotere happen van het kenniswerk in lage lonen
landen uitbesteed worden, dan lijken die beelden over
banen, kennisontwikkeling, en groei ineens veel minder
aannemelijk.

Net als voor de Amerikaanse kenniseconomie, weet men ook
hier niet waar grootschalige offshore outsourcing toe leidt
voor onze economie.  Ik zou er dus voor zijn om door de
Nederlandse Rekenkamer te laten bekijken hoeveel geld er in
bedrijven gestoken wordt, en wat zij daarvoor terugdoen
voor de Nederlandse economie.  Als die bedrijven zich
namelijk rijkrekenen door aan de ene kant subsidies op te
strijken, en aan de andere kant kenniswerk uit te besteden
aan lage lonen landen, dan lijkt me dat een ongewenste
situatie.  Gewoon omdat op de lange termijn schade
toegebracht kan worden aan onze kenniseconomie, het wapen
om Nederland vitaal te houden nu en in de toekomst.
Immers, Nederland leidt mensen op, stopt geld in innovatie,
verleent de industrie subsidies, maar het zet wellicht geen
zoden aan de dijk door bedrijven die alleen denken in de
bezuinigingsdoelstellingen voor het volgende kwartaal.

Ik ben van mening dat de Rekenkamer onderzoek zou moeten
doen naar de lange termijn effecten van offshore
outsourcing.  Tot dat duidelijk is wat de lange termijn
effecten zijn, zouden er wellicht preventieve maatregelen
genomen moeten worden zijn om de Nederlandse kenniseconomie
te beschermen.  Bijvoorbeeld, als je minder kenniswerk aan
Nederland gunt, dan moet misschien ook minder steun krijgen
van datzelfde Nederland.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij schrijft      
maandelijks een column in AG II.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.