Kenniseconomie in gevaar door proefballonnetje Schuurman

Hannie Schuurman van de PvdA had 18 februari haar
Maidenspeech, en die was gewijd aan het
concurrentiebeding.  Als voorbeeld werd een electromonteur
ten tonele gevoerd, die op straffe van 1000 gulden per dag
niet elders mocht werken.  Na verhuizing binnen een straal
van 100 kilometer en een verandering van baan, kreeg hij
het aan de stok met de vorige werkgever, omdat hij elders
weer electromonteur werd.  Dat concurrentiebeding hield
uiteraard geen stand voor de rechter.  Nu wil Schuurman het
concurrentiebeding gaan opheffen, om dit soort rechtzaken
te voorkomen.  Ik denk dat het gewoon een domme ondernemer
was die niet vooraf goed juridisch advies had ingewonnen,
maar achteraf met hoge kosten toch wat geleerd heeft.

Het opheffen  van het concurrentiebeding is een slecht
idee, en dat vindt de overheid zelf ook.  Je hoeft alleen
maar te kijken naar de anti-draaideurconstructie: de
situatie waarin een voormalig ambtenaar onmiddellijk of
kort na zijn ontslag wordt ingehuurd om opnieuw
werkzaamheden voor de oude werkgever te verrichten.  Als je
eerst veel investeert in je ambtenaren, en je ze dan alleen
via hoge uurtarieven nog voor je kunt laten werken ben je
niet goed bezig.  Daar moest een einde aan komen, dus
vandaar de antidraaideurconstructie:  een oud ambtenaar mag
een paar jaar op geen enkele manier als externe worden
ingehuurd door die overheid.  Geheel terecht!  De crux van
die constructie zit hem in de grote investering die de
werkgever doet om een werknemer waardevol te maken voor de
eigen organisatie, een ander mag ddan niet ten koste van de
investeerder gaan cashen.

Als we het concurrentiebeding nu volledig laten vallen,
zoals Schuurman beargumenteert met voorbeelden waar de
kennisproblematiek niet speelt, dan zijn de gevolgen voor
onze kenniseconomie desastreus.  De motor van de
kenniseconomie is informatie technologie, en als die motor
niet goed loopt, loopt de rest ook spaak.  Je moet dus echt
investeren in IT-kenniswerkers.  Als je dat namelijk niet
doet, zijn er in de lage lonen landen tien anderen die het
voor je overnemen.  Dus oveleven in Nederland betekent
investeren in kennis.  Maar zulke IT-ers zijn een gewild
object van overname.  Diegenen die zich in de markt willen
onderscheiden met hoogproductieve goed opgeleide mensen,
komen dan bedrogen uit zonder een concurrentiebeding.  Er
zijn namelijk altijd partijen die gewoon wachten tot een
ander de nodige investeringen gedaan heeft, en die kopen de
mensen dan ongestraft weg om de kennisinvestering te
cashen, zoals de overheid genoegzaam bekend is.

Dat kun je maar een tijdje volhouden, want de
kennisintensieve bedrijven moeten dan excessief veel gaan
betalen om de kenniswerkers uberhaupt in dienst te kunnen
houden.  Daardoor zal de dienstverlening veel te duur
worden, waardoor er een uitstroom naar lagere lonen landen
op gang komt.  Dus weg bestaansrecht voor het bedrijf.  En
als je niet extreem veel gaat betalen, dan gaat zo'n
bedrijf ook kapot aan het feit dat ze hun investeringen
nooit terugverdienen.  Dan blijven dus over de bedrijven
die niet in IT-kennis investeren, maar dan gaat de
kwaliteit van de IT omlaag, waarmee je een pennywise and
poundfoolish situatie bevorderd.

Wat kun je hier nu aan doen?  Als je de kenniseconomie wilt
stimuleren moeten kennisinvesteringen door bedrijven juist
bevorderd worden, door ze te kunnen activeren, subsidies te
verstrekken (zoals WBSO), maar ook door een transfersysteem
in het leven te roepen, waarin gewoon door de branche
geregeld wordt wat IT-kenniswerkers bij transfer kosten.
Op die manier stimuleer je juist bedrijven die jong talent
opleiden, omdat die investering behoudenns het
ondernemersrisico terugkomt.  Op dit moment zien we de
trend dat vele IT-dienstverleners minder en minder aan
kennisontwikkeling doen, het ene na het andere
opleidingscentrum wordt gesloten.  Hier ligt dan ook een
taak voor de universiteiten, maar ook daar is een injectie
nodig om onderzoek en onderwijs op het gebied van IT te
kunnen blijven doen.

Een goed begin zou zijn wanneer de overheid bij
IT-projectcontracten in het kader van een Europese
aanbesteding duidelijke clausules aanbiedt voor het
vergoeden van investeringen in de kennis van personeel van
projectuitvoerders, bij transfer van dat personeel naar de
uitbestendende dienst. In dat geval zouden bedrijven zonder
aarzeling in de competentie van hun personeel kunnen
blijven investeren en tegelijkertijd het optimaal opgeleide
personeel bij overheidprojecten kunnen inzetten zonder de
zorg te hebben dat dit personeel naar de opdrachtgever
weglekt zonder een redelijke vergoeding voor de gemaakte
kosten.

Als de negatieve spiraal van desinvestering in IT-kennis
namelijk aanhoudt, en versterkt wordt door suggesties a la
Schuurman, gaat het bergafwaarts met IT, de
IT-kenniswerker, en daarmee de Nederlandse kenniseconomie.
En dat brengt de Nederlandse kenniseconomie ernstig in
gevaar.

Jan Bergstra is hoogleraar Informatica aan de Universiteit
van Amsterdam en directeur van het Onderwijsinstituut
Informatiewetenschappen van de UvA.  Guus Delen is
principal consultant bij Verdonck, Klooster & Associates en
gespecialiseerd in sourcing vraagstukken.  Chris Verhoef is
hoogleraar Informatica aan de Vrije universiteit en
columnist voor de AG.

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave 
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.