Take away IT. Hardware Bij?

Er is momenteel veel ophef over het outsourcen van IT
richting lage(re) lonen landen.  In de bestuurskamers staan
Westerse uurlonen tegenover Oosterse, en onvolwassen
IT-organizaties tegenover op CMM 5 opererende IT-bedrijven
in verweggistan.

IT als commodity die je bij de take away IT besteld.  Mag
ik eenmaal nummer 666?  Nee niet het vers gehakte
hypotheeksysteem, maar eenmaal polisadministratie
speciaal.  Hardware bij?  Ja doe maar twee.  Helaas
berusten deze beelden niet op de werkelijkheid.  Als je
niet precies weet wat je wilt, als veel communicatie nodig
is, en als outsourcing niet coderingsgerelateerd is, dan
helpen veel uren tegen een laag uurtarief niet.  De prijs
gaat vanzelf omhoog, en het risico dito.  Het verschil
tussen de afhaalchinees en take away IT is namelijk dat er
voor de eerste een keuringsdienst van waren is, en voor de
laatste niet.

Vanuit een economisch perspectief is offshoring een middel
om zonder gedegen opleiding toch voor lage kosten
inefficiente en ineffectieve productiemethodes voor
softwareproductie te kunnen blijven subsidieren.  Met name
IT-decision makers denken nogal eens dat softwareproductie
gaat over programmeren.  Er is een klep-stadium, en dat
moet korter, vervolgens een klop-stadium, en dat moet
goedkoper.  IT-decision making in een notedop, we komen het
elke dag tegen in het bedrijfsleven.

Met die houding kun je ook snel concluderen dat er geen
plek meer is voor de huidige IT-opleidingen in Nederland,
en dat er grote verschuivingen nodig zijn.  Laten we even
niet in de val trappen van de pittige meningsvorming, de
boude uitspraken, en de gedurfde stellingen.  Daar hebben
we er namelijk veel te veel van in softwareland, en
bewijzen ho maar.  De cijfers worden sinds 1998 door de
zogeheten WO-monitor in opdracht van de VSNU
bijeengebracht.  De WO-monitor is een tweejaarlijks rapport
over het arbeidsmarktsucces van academici.  Daar blijkt in
ieder geval uit dat het werkloosheidspercentage van
academici minder dan 3% is, dus een uitstekend resultaat.
Zo kom je te weten dat in de techniek 64% van alle
baanveranderingen een promotie is, en dat technische
informatica in de top tien van best betalende beroepen
zit.

 De cijfers van VU-informatici die zijn afgestudeerd
in 2001/2002 spreken in ieder geval boekdelen.  Het
enquetemoment is het najaar van 2003.  Wat blijkt:

 * 100% van de VU-Informatici had een baan
   (landelijk 98%)

 * 100% daarvan was tevreden met de huidige functie
   (landelijk 72%)

 * voor 100% daarvan was minimaal het eigen
   opleidingsniveau vereist voor die functie
   (landelijk 54%)

 * voor 100% daarvan was de eigen of verwante
   opleidingsrichting vereist voor die functie
   (landelijk 82%)

Die cijfers staan.  Het lijkt er dus vooralsnog niet op dat
offshoring voor een aardverschuiving bij de recent
afgestudeerde VU-informatici heeft gezorgd.  Marktonderzoek
wijst uit dat ook de komende jaren de vraag naar
informatici het aanbod verre zal overtreffen.  Uiteraard is
het wel goed om na te denken over hoe het beter kan, en
daar hebben wij wel gedachten over.

Als er meer outsourcings deals gesloten worden zal daarmee
de behoefte aan afrekenmethodes navenant toenemen.  Zaken
als accountability en auditing van software en
softwareproductie zullen routinematig nodig zijn. Het
klep-stadium zal beter moeten:  de software architectuur,
het ontwerp, de test criteria, en de audit strategie moet
beter op orde komen voor het klop-stadium aanvangt.
Tenslotte, wordt softwareproductie steeds heterogener: er
zijn meerdere partijen bij betrokken, verdeeld over
meerdere locaties.  Maar ook wordt in-house ontwikkelde
software gekoppeld aan COTS, open source, enzovoort.  En
vormen van traditionele ontwikkelaanpakken gecombineerd met
agile aspecten moeten bedacht worden.

Binnen het industrieel gerichte onderzoek aan software
engineering (Jacquard) zien we die zaken ook terug.  En als
dat onderzoek vruchten afwerpt, kan dat vervolgens aan de
studenten worden meegegeven.  Zo hebben we aan de VU
hogerejaarsvakken over dit soort onderwerpen.  Bijvoorbeeld
de kwantitatieve aspecten van outsourcings deals.  En niet
onbelangrijk, wat de toegevoegde waarde is van zulke
IT-investeringen.  Combineer je twee, en je kunt
kosten/baten analyses maken met verschillende scenarios
waarin uurlonen, risico's en verwachte cashflows tesamen
een beeld schetsen.  Een GO/NO GO voor een IT-investering
kan dan, in samenhang met de gehele
IT-investeringeportefeuille, afhangen van verschillende
outsourcings scenarios.

Een tweede voorbeeld betreft het onderwerp architectuur.
Architectuur gaat tegenwoordig niet meer zozeer over
programmeren-in-het-heel-erg-groot, als wel over essentiele
ontwerpbeslissingen en hun achterliggende aannames.  Die
blijven vaak ongedocumenteerd.  Daar krijg je
indigestie van tijdens ontwikkeling en constipatie tijdens
evolutie.  Zeker in een outsourcing context, waar
organisatorische en culturele waarden sterk kunnen
verschillen en, ongedocumenteerd, tot enorme misvattingen
kunnen leiden.  Waarna een vervelende afrekening volgt.

Beide genoemde voorbeelden betreffen onderzoek dat in het
kader van Jacquard, het Nationale onderzoeksprogramma op
het gebied van software engineering, wordt uitgevoerd.
Jacquard themas zijn onder meer alignment en architectuur,
allebei van vitaal belang voor outsourcing.

Kortom, in het VU-onderwijs en onderzoek streven we naar
haute cuisine.  Niet om interessant en duur te doen, maar
om maagklachten te voorkomen bij zowel afgestudeerden als
afnemers van ons onderzoek.

Hans van Vliet  is Hoogleraar Informatica bij de Vrije
Universiteit, Amsterdam en tevens voorzitter van het
Jacquard onderzoeksprogramma.

Chris Verhoef  is Hoogleraar Informatica bij de Vrije
Universiteit, Amsterdam en tevens columnist bij de
Automatisering Gids.

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave 
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.