De openbare computer

Een paar decennia geleden had niemand een
computer.  Wel waren er toen al grote computers
die onze gegevens verwerkten.  Enige tijd later
deed de personal computer haar intree, en vanaf
dat moment is de hoeveelheid computers per
persoon drastisch gestegen.  Nu met de realiteit
van mobiele telefoons, personal digital
assistents, et cetera, komen de computers tot ons
in vele verschillende gedaantes.  Alhoewel we dus
overstelpt worden met die dingen, zitten ze
dusdanig verborgen in het scala van electronica
dat we niet eens meer in de gaten hebben dat we
met het fenomeen computer te doen hebben.

We zien ook dat verschillende technieken naar
elkaar aan het toegroeien zijn.  Telefoons worden
eletronische agenda's, de kabelmaatschappij biedt
Internet en ga zo maar door.  We zien meer en
meer een samengaan van communicatietechnologie en
de computers die deze ontwikkelingen mogelijk
maken.  Het wordt ook steeds makkelijker om
overal Internet te ontvangen.  Met een mobieltje
en een laptop is dit al goed te doen.

De openbaarvervoersbranche speelt hier op in.  Zo
zijn de NS en KPN gestart met een proef om
draadloos internet in de trein te faciliteren.
Connexxion doet het met Vodafone om Internet in
de bus te krijgen.  Ook in het buitenland zien we
deze trend, zo werken Deutsche Bahn en T-Mobile
aan Internettoegang op een aantal intercity
expres treinen.  Thalys doet ook mee, maar dan
met een satelliet van het European Space Agency.
Kennelijk is een beginnende convergentie gaande
tussen de logistieke en communicatiesector,
gedreven door draadloze verbindingstechniek.

Uiteraard worden stopcontacten in het openbaar
vervoer steeds belangrijker, dus je zou zeggen:
we zijn er bijna.  Toch mis ik met al die
techniek om ons heen nog een essentieel aspect.
Scherm, toetsenbord, muis, oftewel de openbare
computer.  De computing power die in een bus of
trein zit, is zo uit te breiden met een simpele
computer waar je mee kunt doorloggen naar je
eigen omgeving.  We hebben namelijk geen grote
hoeveelheden rekenkracht nodig als we
connectiviteit nodig hebben, want we gebruiken
veelal programma's die op een server elders
staan: email, textverwerking, spread sheets,
presentatiesoftware, kortom kantoorautomatisering
via het net.  En uiteraard wat via het web
benaderbare maatwerkapplicaties.  Eigenljik weer
terug naar het mainframe tijdperk, maar dan heeft
iedereen toegang.

Vroeger hadden we naast onze vaste aansluiting
ook openbare telefoons, dat werden toen
langzaamaan autotelefoons; dingen van kilo's
zwaar, en naarmate de miniaturisering vorderde
zijn het de heel kleine dingetjes die we nu
hebben.  De mobieltjes zijn werkelijk mobiel, en
handig is het.  Wellicht hebben we over enige
tijd geen vast net meer nodig en de openbare
telefoon is al een fossiel.  Die mobiele
miniaturisering is zo succesvol omdat we nog
steeds kunnen praten en luisteren.  Als we dat
doortrekken naar computers, dan weten we allemaal
dat een heel klein toetsenbordje niet lekker
werkt, en dat een minischermpje eigenlijk geen
optie is voor computerwerk.  Dus de
madurodamvariant van de computer lijkt een
heilloze weg.  Hoe zou dat nu verder kunnen
gaan?

NS en Deutsche Bahn experimenteren al met
schermpjes in de stoelen, en sommige auto's zijn
er ook mee uitgerust.  Als er nu in het
uitklapbare eetblad een krasvrij toetsenbord met
molestproof muisvlak zou zitten begint het erop
te lijken.  Je kunt dan namelijk doorloggen naar
het bedrijfsnetwerk, je prive provider, de
computer op je bureau thuis.  Zo beland je in je
eigen omgeving zonder dat een laptop, modem,
batterijen, snoeren, en meer nodig is.  Betaling
kan net als met de ouderwertse openbare
telefoon:  kwartje in de gleuf, via een
vervoersbewijs of anderszins.

Als computertechnologie dezelfde ontwikkeling
door zal maken als de telefonie, dan gok ik dat
die nieuwe computer er heel anders gaat uitzien.
Ongebreidelde verkleining lijkt niet
waarschijnlijk.  Met alleen een goede
spraakinterface ben je er niet, je wilt namelijk
feedback, wellicht visueel.  Zouden we over enige
tijd allemaal met brillen oplopen die beelden in
onze ogen projecteren?  Hebben we dan een
sophisticated spraakinterface zodat toetsenborden
onnodig worden?  Of tikken we vrolijk in de lucht
en geeft onze kleding de imaginaire
toetsaanslagen door?  Al die technieken hebben
toch een hoog science fiction gehalte.  Maar bij
de openbare computer heb ik dat gevoel niet.  Die
is er al.

Zo was ik laatst in een warenhuis in de
binnenstad van Amsterdam, en moest even iets
opzoeken uit een emailtje.  Even naar de computer
afdeling, en ja hoor, daar stond een unix machine
waar standaard een secure shell op bleek te
zitten.  Dus ik kon veilig en wel inloggen,
dingetje opzoeken, en de juiste aankoop doen.
Voor mij een primeur, maar ik hoop dat dit in de
toekomst gemeengoed gaat worden.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij
schrijft maandelijks een column in AG II.  hij is
te bereiken via email:  x@cs.vu.nl.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.