Postbank aan de Nijl

Bij legacy kan de gemiddelde bestuurder alleen
maar denken: weg ermee en dat terwijl het vaak de
meest stabiele systemen in de organizatie zijn.
Toegegeven, de green screens zijn niet van deze
tijd, maar de functionaliteit is vaak heel
geraffineerd, volledig, en ondersteunt complexe
bedrijfsprocessen adequaat.  Uiteraard is er
altijd iets mis, en dan is de user-interface de
stok om een hond mee te slaan: het oordeel van
vervanging valt.  Medewerkers moeten dan als
brugman praten om uit te leggen dat dat helemaal
niet kan, en zo slepen in vele organizaties dit
soort discussies jaren voort.  Met enige
regelmaat spreek ik hierover met
belanghebbenden.

Een paar jaar geleden kwamen er echter twee heren de
VU binnen met een heel ander verhaal: weggooien
is zonde, gun IT een tweede ronde.  Die legacy
zouden ze eigenlijk heel goed kunnen gebruiken om
mensen in ontwikkelingslanden te helpen, en dat
met een sluitende business case.  Ook in
ontwikkelingslanden gaat namelijk geld om.  Dat
zijn de zogenaamde cash-based societies.  Baar
geld is het enige dat telt.  Uiteraard zijn er
wel banken, maar dan gaat het om grote bedrijven
en instellingen en een paar strijkstokken waar
geld aan blijft hangen.

Het idee was even sterk als simpel: geef iedereen
in een ontwikkelingsland een rekening op basis
van het traditionele betalingssysteem via de
postkantoren en banken zoals we dat in Nederland
nog steeds kennen.  Ja u was het wellicht even
kwijt, maar vroeger hadden we hier ponskaartjes
waarmee je kon betalen.  Dat is nu de acceptgiro
en werkt afgezien van de gaatjes nog ongeveer
hetzelfde:  middels optische en/of magnetische
herkenning vinden jaarlijks honderden miljoenen
transacties plaats, allemaal via de post
verstuurd.  Omdat Nederland meer en meer aan het
digitaliseren is, zullen postale acceptgiro's
hier juist een uitzondering worden.  Sinds
januari van dit jaar is een bank al van start
gegaan met die digitale acceptgiro.  Die
paperless society kan onze economie dan ook weer
bakken met geld schelen.

Als je zo rond de miljard dollar aan geld op
betaalrekeningen hebt staan kun je afhankelijk
van de rente minstens honderdmiljoen dollar per
jaar verdienen.  Een prachtrendement met een
addertje onder het gras:  de instapkosten.  Je
hebt een behoorlijke IT-infra nodig om zoveel
geld van relatief arme mensen bijeen te harken.
En de software, hardware, en logistiek kost
zoveel dat niemand dat aandurft.

Zo niet deze heren.  Even om je heen kijken leert
je dat de businesscase van wat vroeger de
Postgiro heette, anno 2006 ook een kans maakt.
De hardware is er en de legacy software ook.  Als
er nu ook nog een postkantoor en bank is waar men
vertrouwen in heeft dan zijn in principe alle
ingredienten aanwezig om de zaak uit te rollen.
Dat lijkt werkelijkheid te worden in Egypte.
Daar is samen met deze heren een publiek-private
samenwerking op stoom aan het komen met een
Egyptische staatsbank, de Egyptische Posterijen,
en een Egyptisch-Amerikaanse private bank.  Het
geheel heet heel toepasselijk Giro-Nil.  Vrij
vertaald Postbank aan de Nijl.

Tot de producten behoren de ons zo vertrouwde
girobetaalrekening en de acceptgiro.  Die laatste
lijkt sprekend op onze acceptgiro.  Geel en rood,
met wit voor de nog in te vullen gedeeltes.  De
tekst is zowel in het Engels als het Arabisch, en
omdat de ene van links naar rechts leest en vice
versa, is het formulier niet eens te druk.
Beschouwen wij de automatische verwerking van
onze dagelijkse beslommeringen als
vanzelfsprekend, het blijft indrukwekkend om een
automaat stukjes papier in hoog tempo te zien
verwerken.  De Egyptische Minister van ICT moet
dit ook gedacht hebben.  Hij ondersteunt dit
initiatief dan ook van harte omdat een nationale
financiele transactie infrastructuur van grote
waarde is voor de Egyptische economie en
sociale ontwikkeling.

Of het beproefde Nederlandse giro model het
overal gaat maken is geen wet van Meden en
Perzen.  Bedrijven of landen gaan soms---zij het
versneld---door eenzelfde cyclus zoals nu ook het
geval lijkt in Egypte.  Het gaat sneller omdat er
een hoop kennis en kunde is geaccumuleerd bij
eerdere voorbeelden.  Maar wat ook kan is dat men
een aantal fasen helemaal overslaat.  Vooral als
de legacytechnologie nieuwe ontwikkelingen niet
goed genoeg of snel genoeg kan uitbuiten.  Het
Nederlandse giro model was bijvoorbeeld nooit
ge-ent de prominente aanwezigheid van mobiele
telefonie.

In Zuid Afrika heeft een bank samenwerking met
mobiele providers gezocht om via de GSM te
bankieren.  Dan heb je geen PIN-automaat of
postkantoor nodig maar wel een mobiele
infrastructuur.  Software downloaden kan een
kind: bel naar *141*777# of *170*5# al naar
gelang je provider, en de bancaire software komt
naar je toe.  Een mobiel uitgerust met 32K aan
SIM en je bent klaar voor bush-bush banking via
SMS-berichten.  Dit persoonsgebonden
spaarvarkentje zou in landen waar de mobiele
infra beter werkt dan de posterijen wel eens
kunnen gaan prevaleren boven ons oude vertrouwde
giro model.

Als een cashless society van de grond komt,
levert dat allerlei mogelijkheden op.  Denk aan
verstrekking van microkredieten,
ontwikkelingshulp, en andere financiele middelen
waar het geld dan strijkstokvrij meteen bij de
juiste persoon terecht komt.  Dat zou een
prachtig neveneffect zijn van de tweede ronde van
legacy in ontwikkelingslanden.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij
schrijft maandelijks een column in AG II.  hij is
te bereiken via email:  x@cs.vu.nl.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.