Innovatie: push potentieel ipv marktaandeel

Niet iedereen weet het, maar flowers & food is
een van de dynamische, sterke en veelbelovende
sleutelgebieden in Nederland.  Dat is door het
innovatieplatform bepaald, en dus moet daarin
geinvesteerd worden.  Maar wat betekent sterk
eigenlijk?  Volgens de Porter-methode kun je de
sterkte van sectoren scoren langs een bepaalde
meetlat.  Grof gezegd is dat kijken naar de
wereldexporthandelsstatistieken omdat je op dat
niveau ziet wie de spelers zijn, en hoe die het
ten opzichte van elkaar doen.

Als je dat toepast op de Nederlandse situatie
vind je in de top 100 van meest concurrerende
goederensectoren 50% in het agrofoodcluster.  Met
op nummer 1:  snijbloemen met een marktaandeel
van 84%.  Dit marktaandeel is in absolute termen
groot 2.8 miljard dollar.  Wat verstaat het
innovatieplatform onder veelbelovend?  Ik versta
er in ieder geval onder dat er potentieel in
zit.  Dat potentieel kun je kwantificeren:
versterking van snijbloemen levert maximaal een
half miljard dollar op, namelijk 16% van 2.8
miljard.  Ik noem dat bedrag het
exportpotentieel.  Uiteraard met disruptieve
snijbloeminnovaties ziet de vergelijking er
wellicht anders uit, maar dat geldt voor elke
sector.

De strategie van het helpen van winnaars
is een logische: doe beter wat je al goed kunt in
plaats van je buurland te imiteren.  Maar hoe
logisch is dat als we naar de kenniseconomie
kijken die we willen worden?  Uit vergelijkend
onderzoek blijkt dat de concurrerende
goederensectoren tussen 1990 en 2005 niet of
nauwelijks veranderd zijn volgens de
Porter-methodiek.  Dat kan deels aan de methodiek
liggen die het agrofood cluster prominent in
beeld brengt.

Blijft staan dat nieuwe sterke sectoren hier maar
langzaam opkomen.  In de top 100 is op plek acht
nieuw binnengekomen step & repeat aligners,
oftewel wafersteppers.  Die sector pakt een
marktaandeel van 60.5%, en zit onder zaken als
foelie (61.5%), cashewnoten (64.1%),
kokosnootolie (67.7%), wonderoliezaad (73.8%),
bollen en knollen (83.3%), etc.  Het absolute
marktaandeel van die sterkere sectoren is 3809
miljoen dollar met een exportpotentieel van 797
miljoen dollar.

Het absolute aandeel voor foelie is 2,68 miljoen
dollar, dat geeft een volkomen vertekend beeld
want bij wafersteppers is dat 1567,60 miljoen
dollar.  Wafersteppers heeft dus een
exportpotentieel van 1023 miljoen dollar wat 22%
hoger is dan de nummers 1 tot en met 7 bij
elkaar.  Dus je kunt best vraagtekens zetten bij
flowers & food als sleutelgebied want
veelbelovendheid begint bij wafersteppers, en
niet bij foelie, tulpen of wonderolie.

Het is ook te simpel om maximaal exportpotentieel
te pushen.  Bovenaan staan namelijk
tabaksproducten met een marktaandeel van 28%
(plek 68) maar een absoluut aandeel van 3146
miljoen dollar.  Dat heeft een potentieel van
ruim 8 miljard, maar roken is dodelijk.  Verder
is er op plek 96 bier te vinden.  Relatief een
aandeel van maar 24.7% maar abslouut 1525 miljoen
dollar, en daarmee nummer 2 in exportpotentieel
van de top 100: 4.7 miljard dollar.  Echter:
geniet met mate.

Nederland is een dienstenland.  Hoe zit het daar
dan?  De dienstensector heeft op nummer 1 overige
zakelijke dienstverlening---een vergaarbak van
uitzendpersoneel, veligheids- en
onderzoeksdiensten, vertalingen, fotografische
diensten, schoonmaken, onroerend goed zaken,
distributie van elektriciteit, water, gas en
andere aardolieproducten.  Een aandeel van
slechts 35,6%, maar in absolute cijfers 13.3
miljard dollar aan export.  Ter vergelijk het
totale aandeel van de gehele top honderd is 30
miljard.  Het exportpotentieel van deze
vergaarbak alleen al is 24 miljard.  Maar er
zijn nul diensten sleutelgebied bij het
innovatieplatform.

Dat is uiterst merkwaardig, want alleen al het
groepotentieel voor de top 10 van meest
concurrerende diensten bedraagt 225 miljard
dollar, terwijl het groeipotentieel van de gehele
top 100 van de meest concurrerende
goederensectoren 53.7 miljard dollar is.  Ik denk
dat een betere mix denkbaar is dan wat het
innovatieplatform heeft bedacht.  Alleen kijken
naar goederen terwijl nu al het absoluut aandeel
van de diensten top 10 met 36 miljard dat van
goederen overstijgt lijkt me een slecht plan.

Als we ons willen manifesteren als kenniseconomie
en mee willen concurreren dan hebben we meer dan
1 sector nodig waarin techniek een prominente rol
speelt.  Momenteel staat in de goederen top 100
alleen wafersteppers, en in de diensten top 10
alleen telecom.  Vrijwel iedere innovatie,
bedrijfsproces of dienst is mogelijk met en door
IT.  Die nu bestaande IT-intensieve sectoren
hebben een enorm groeipotentieel ten opzichte van
de meeste seutelgebieden die nu gekozen zijn door
het innovatieplatform.  Het lijkt me beter om
innovatie vooral te baseren op potentieel en niet
voornamelijk op de huidige winnaars in termen van
relatieve marktaandelen.

IT verdient in die mix een heel andere plek, en
dito middelen.  Daarom is het goed dat overwogen
wordt om geld te oormerken voor onderzoek naar
software als een service.  De eventuele
staatsbijdrage van 28.8 miljoen FES-gelden staat
echter niet in verhouding tot de 36 miljard
export die de top-10 dienstensectoren alleen al
realiseert.  Voorts lijkt het alsof aaibaar
software onderzoek hogere subsidiekansen geniet
dan abstracter software onderzoek dat een
kenniseconomie toch nodig heeft.  Integrale
IT-innovatie gebaseerd op potentieel en minder op
relatief marktaandeel lijkt me dan ook een
voorwaarde om te kunnen concurreren als
kenniseconomie.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij
schrijft maandelijks een column in AG II.  hij is
te bereiken via email:  x@cs.vu.nl.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.