Een roze bril

We hebben het allemaal wel eens: wensen dat alle
problemen weg zijn. Dan is een roze bril opzetten
een probaat middel.  Eens in de zoveel tijd zie
je ook in IT-land mensen de roze bril opzetten.
Een mooie wereld zonder noeste IT-arbeid waar
bitje voor bitje veroverd moet worden op
weerbarstige hard- en software opent zich voor
ons---een IT-walhalla voor business types.  Een
mooi voorbeeld daarvan was James Martin's boek
"Applications Development Without Programmers".
Dat was in 1982, en voor zover ik het weet zijn
we daar nog steeds niet.  Martin's roze-wolk
titel sprak de wens uit dat je met een vierde
generatietaal niet langer hoeft te programmeren.
Schrijf op wat je wilt, en de 4GL doet de rest:
code generatie, compileren en runnen maar.

Uiteraard hebben we gezien dat 4GLs met hun code
generatoren soms sneller een applicatiespecifieke
toepassing in de lucht kunnen krijgen.  Denk aan
generieke bibliotheken voor GUI-functionaliteit,
en er zijn ook meer voorbeelden.  Hoge snelheid
bij aanvang behoorlijk tegen je werken in latere
fasen van de life-cycle.  Sprekend voorbeeld is
een organizatie waar 50% van de IT-portefeuille
uit mystery-sources bestond.  Dit kwam omdat een
4GL was gebruikt, waarvan de taal keer op keer
een beetje werd aangepast maar de originele
sources niet werden gehercompileerd, wegens te
hoge testkosten.  Uiteindelijk kon men geen
sources aan executables koppelen (en de
tussentaal Cobol was weggegooid om hacken in
gegenereerde code te voorkomen).  Je kunt niets
meer veranderen, en je portfolio is in een klap
legacy geworden.

In 1982 zouden we van dit soort nachtmerries
verlost zijn, maar nu is het dan zover.  Op een
conferentie van een grote adviesorganizatie werd
duidelijk dat legacy niet langer slaat op
systemen maar op denkbeelden.  Ook hoeven we ons
niet meer druk te maken over de technologie, want
software, storage, bandbreedte, processorpower is
allemaal gemeengoed.  Een soort van "IT doesn't
matter" zoals gepropageerd door Nicolas Carr,
maar dan in een adviesjasje.  Dat software uit
het stopcontact komt, dat legacy hooguit een
waandenkbeeld is, klopt uiteraard niet.  Carr's
visie is in binnen- en buitenland zwaar
bekritiseerd.  In het boek dat een en ander nog
eens dunnetjes overdoet heet dan ook "Does IT
matter?"

Voorts vertelt de adviesclub dat de
bedrijfsprocessen zelve zullen moeten
veranderen.  Want daar gaat het uiteraard om.
Een duidelijk geval van "reengineering the
coorporation" groot gemaakt door Hammer en Champy
begin 1990er jaren.  Hun manifest voor BPR kwam
niet van de grond.  De reden is zelfs per boek
verschenen.  Pagina 1, zin 1:  "Reengineering is
in trouble.  It's not easy for me to make this
admission.  I was one of the two people who
introduced the concept." Aldus Champy een paar
jaar na verschijnen van zijn manifest.  Uit
verschillende onderzoeken onder honderden
besluitvormers die BPR hadden gebruikt bleek dat
50-85% ontevreden was over het resultaat.

Ook neemt de vraag naar IT-vaardigheden af
volgens onze trendwatchers.  Want systemen worden
bedrijfszeker en zelfreparerend.  Dus kennis over
IT is minder nodig, en vanaf 2010 neemt de vraag
naar IT-vaardigheden af met 10% per jaar.
Prachtig proza, maar feit of fictie?  Wie maakt
die software dan bedrijfszeker?  En wie zorgt
voor de zelfhelende IT-functie?
Heal-thyself-software lijkt me een pracht
uitvinding, maar eerst zien dan geloven.

Belangrijker, hoe rijmen we de voorspelde afname
met statistieken van het Department of Labor van
de Verenigde Staten?  Die schrijven het
volgende:  "Computer software engineers are
projected to be one of the fastest-growing
occupations from 2004 to 2014." Niks afname met
10%, een toename van 27% of meer dan het
gemiddelde (dat is 9-17%).  Inderdaad het
routinematig programmeren kan elders of met
herbruikbare artefacten.  De beroepsgroep van
computer programmeur zal volgens het occupational
outlook handbook minder dan gemiddeld groeien
(tussen 0 en 8%) tot 2014, maar nog steeds geen
afname van 10%.

De kenniswerker van de toekomst bouwt namelijk
zelf IT met behulp van standaardcomponenten, zo
schetst men de toekomst.  Die visie lijkt minder
doordacht.  Want als dat zo is, dan is de cost of
copying dus laag.  Iedere kenniswerker kan die
kip met de gouden IT-eieren dan zo nabouwen met
zo'n prefab IT-blokkendoos.  Maar dan kun je je
nauwelijks competetief onderscheiden.
Conclusie:  geen waardecreatie  maar vaak het
omgekeerde:  waardedestructie.  Da's een
elementaire wijsheid die begin 1990 jaren al is
opgetekend in de bancaire industrie uit gegevens
blijkt dat bancaire technologie juist door
kopieergedrag wel waarde voor de klant creeert
maar je eigen winstmarge om zeep helpt.  Dit kun
je zo self checken doorje af te vragen waarom een
pinpas tegenwoordig geld kost.

Het lijkt juist de business te zijn die
gemeengoed wordt:  die van concurrentieel tot
commodity vervalt.  En nonstandaard technologie
maakt elke keer nieuwe initiatieven mogelijk, die
enige tijd waarde creeren totdat anderen
uitgedokterd hebben hoe dat te copieren.  In dat
vergezicht is juist technologie de drijfveer van
verandering van bedrijfsprocessen, en niet
omgekeerd.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica 
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij
schrijft maandelijks een column in AG II.  hij is
te bereiken via email:  x@cs.vu.nl.  Deze tekst is 
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.