Brevet van onvermogen

Vorige week publiceerde de Algemene Rekenkamer
het rapport less uit ICT-projecten deel B.  Dit
rapport was een opmaat om de omvang van de
IT-verspilling rijksbreed in kaart te brengen.
De Algemene Rekenkamer heeft daartoe van 5
IT-intensieve projecten de administraties
onderzocht.  Het rapport vermeld dat in 4 van de
5 gevallen onvoldoende betrouwbare informatie
beschikbaar is mbt planning en realisatie over de
KPIs tijd, omvang, beschikbare mensen en kosten.
Vervolgens is hun antwoord op de vraag van de
Tweede Kamer of zij mogelijkheden zien voor een
rijksbreed onderzoek naar de vermijdbare kosten
en vermijdbare vertragingen voor ICT-projecten
bij de overheid sinds 2000, een simpelweg
'neen'.  Waar een opmaat was beloofd is het
slotaccoord gegeven.

De Rekenkamer stelt zich op het standpunt dat ze
alleen in een perfecte wereld ICT-vragen kan
beantwoorden, maar juist dan is er weinig
meerwaarde omdat je dan hoogstwaarschijnlijk al
in control bent.  Omdat de overheid haar huiswerk
niet gedaan heeft, kan de Rekenkamer het ook niet
doen.  De crux is nu juist dat de Rekenkamer
precies in dit soort situaties meerwaarde zou
moeten hebben, en niet dat men afhaakt.

De conclusie moet zijn dat de Rekenkamer niet
ge-equipeerd is om adequaat onderzoek naar
risico's met ICT tot een goed einde te brengen.

Om de problemen op te lossen worden aanbevelingen
gedaan die volgens de Rekenkamer relatief snel
kunnen worden opgepakt.  Bijvoorbeeld zorgen voor
betrouwbare gegevens over tijd, omvang,
beschikbare mensen en kosten.  In vaktaal:  richt
een metriekenprogramma in.  Wat het
Rekenkamerrapport niet vermeldt is dat uit
longitudinaal onderzoek van de Amerikaanse
Defensie blijkt dat dit soort programma's in 80%
van de gevallen faalt.  Een andere aanbeveling:
richt portfoliobeheer in.  Dit heeft bij de
Amerikaanse overheid jaren geduurd.  Vier jaar
nadat bij wet portfolio management was opgelegd,
bleek de helft van de organisaties nog nauwelijks
iets ingericht te hebben.  En daar was nog sprake
van centrale sturing.  De aanbeveling "Probeer te
leren van de ervaringen van anderen" is relatief
snel op te pakken, maar proberen is niet goed
genoeg.

Zowel het onderzoek als de aanbevelingen van de
Rekenkamer zijn een brevet van onvermogen.

Men doet een hoop moeite om uit te leggen dat
cijfermateriaal in de ICT-sector over het
algemeen een beperkte hardheid heeft.  Terwijl je
je moet richten op het toepassen van de juiste
filters en ruisonderdrukkers op geschakeerde
data, het doen van veilige aannames zodat
onzekerheden slim afgekaart worden, gaten
opvullen met industriegemiddelden, en stukjes
additioneel onderzoek, zoals
functiepuntanalyses.  In het rapport wordt Barry
Boehm's klassieke resultaat ten tonele gevoerd
dat naarmate je verder in een project komt de
relatieve onzekerheid van KPIs af zou nemen.  Je
kunt het de Rekenkamer niet kwalijk nemen dat ze
klakkeloos software engineering boeken
overschrijven, maar Boehm's resultaat is
gebaseerd op slechts 24 data punten, stamt uit
eind 1970ger jaren, en blijkt veel genuanceerder
te liggen dan het Rekenkamerrapport suggereert.

Uit recent onderzoek, ondersteunt door grote
hoeveelheden data, volgt dat van de---volgens het
rapport---"gebruikelijke afnemende
onzekerheidsontwikkeling" van ICT-projecten
helemaal geen sprake hoeft te zijn.  Met name als
er geen onafhankelijk en overkoepelend meethuis
is ingericht.  De Rekenkamer wijst rijksbrede
coordinatie af, en precies daar moet je een
onafhankelijk meethuis positioneren voor betere
data.  Die afwijzing is met oneigenlijke
argumenten onderbouwd:  het zou aan ons
staatsbestel liggen.

Het rapport is een litanie van excuusjes in
plaats van een diepgaand onderzoek naar
verspilling.

Maar het wordt nog gekker.  Aan de ene kant zegt
het rapport dat de betrouwbaarheid van kosten en
doorlooptijden dusdanig slecht is dat bv
vertraging niet eenduidig valt vast te stellen.
Aan de andere kant begint het rapport aldus:
"ICT-projecten bij de overheid blijken veel
duurder te worden dan gedacht, vragen meer tijd
dan gepland of leveren niet het gewenste
resultaat op.  Dat is ernstig, omdat met
ICT-projecten van de overheid vaak veel publiek
geld is gemoeid."  Het is het 'e'en of het ander:
of je kunt vertraging niet vaststellen en dan kun
je niet zeggen of zaken langer duren dan gepland,
of je kunt het wel vaststellen, en dan kun je de
vertraging kwantificeren.

Het goede van dit rapport is dat nu bij meer
mensen tussen de oren komt dat het voorwaar niet
meevalt om grip op ICT te krijgen.  Deze opmaat
was een valse noot.  Nu stoppen en je afvragen
hoe de aanbestedingen zijn verlopen is een slecht
idee.  De vraag is hier niet of zaken rechtmatig
zijn verlopen maar of ze doelmatig en
doeltreffend zijn geweest.

Ik pleit er dan ook met klem voor dat de
condities geschapen worden zodat een echt
onderzoek plaats kan vinden.  Dat is broodnodig
om werkelijk te doorgronden hoe verspilling te
identificeren, en te voorkomen in de toekomst.

X

Meer weten over de wondere wereld van ICT
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar informatica
aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.  Hij
schrijft regelmatig een column in AG II.  Hij is
te bereiken via email:  x@cs.vu.nl.  Deze tekst is
copyright SDU.  Niets van deze uitgave mag zonder
schriftelijke toestemming van de uitgever worden
overgenomen of worden gepubliceerd.