IT-beroepsverenigingen willen gezamenlijk NIR

Verschenen in Automatisering Gids nr. 6, 2006

Als het aan de grote verenigingen van
ICT-professionals ligt krijgt Nederland een
Nationaal Informatica Register (NIR). Het
register moet onder Nederlandse IT-professionals
het kaf van het koren scheiden en de
herkenbaarheid van de beroepsgroep vergroten.
Maar de weg is nog lang.

Drie grote beroepsverenigingen voor
IT-professionals, het NGI (Nederlands Genootschap
van Informatici), de VRI (Vereniging van
Registerinformatici) en KIVI-NIRIA Informatica,
werken sinds eind vorig jaar aan de oprichting
van een Nationaal Informatica Register (NIR).
Doel van het register is 'het verbeteren van het
aanzien en de positie van de IT-professional door
het bevorderen van de kwaliteit van de
IT-professional'. Het register moet, beter dan
het bestaande register voor Informatici van de
VRI, een onderscheid aanbrengen tussen de goede
en de minder goede ICT-professionals. Het neusje
van de zalm onder de vaderlandse automatiseerders
is als de plannen werkelijkheid worden, straks
ingeschreven in het register.

Het VRI-register zal de basis vormen voor het
nieuwe landelijke register.  De leden van de drie
genoemde beroepsverenigingen en van
IT-beroepsverenigingen die zich in de toekomst
bij het register aansluiten, kunnen in het
register worden inschreven. Deze ICT'ers moeten
voldoen aan de kwaliteitseisen die het register
stelt. Daarnaast krijgen de deelnemende
verenigingen de mogelijkheid om aanvullende eisen
te stellen ten aanzien van bijvoorbeeld
kwaliteitsniveau en scholingsverplichtingen.  In
november vorig jaar ondertekenden de voorzitters
van NGI, VRI en KIVI-NIRIA Informatica een
intentieverklaring om tot oprichting van het
nationaal register te komen. Op dit moment is er
nog veel onduidelijk over het register. De nu
vigerende gedragscodes van de verschillende
verenigingen moeten voor het register op een lijn
worden gebracht. Er moet een beslissing worden
genomen over de toelatingsvoorwaarden waar
informatici aan moeten voldoen. Ook de juridische
basis en de bestuursstructuur van het register
moet nog vorm krijgen. Verder zal duidelijk
moeten worden aan welke eisen qua permanente
educatie de ingeschrevenen moeten voldoen, en
welk systeem voor het meten van de
opleidingsinspanningen er gebruikt gaat worden.

Het mag duidelijk zijn, een enorme operatie voor
de door drukbezette vrijwilligers gerunde
IT-beroepsverenigingen, die niet bepaald bekend
staan om daadkracht en doortastendheid. Van de
beslissingen die nu genomen hangt veel af, want
de inzet is het Nationaal Informatica Register
meer gewicht en uitstraling te geven dan het
bestaande VRI-register nu heeft.

Michel de Meijer, CEO GetronicsPinkRoccade
Nederland zegt desgevraagd over het in oprichting
zijnde Nationaal informatica Register: "Wij
vinden het belangrijk dat de professionaliteit
van de beroepsgroep wordt herkend en bevestigd.
De toegenomen complexiteit van ICT en de snelheid
van de technologische ontwikkelingen stellen
immers steeds meer eisen aan deze
professionaliteit, terwijl het imago van de
branche en daarmee van de beroepsgroep in de
afgelopen jaren onder druk heeft gestaan. Het ge-
eigende middel om dit te bereiken is niet evident.
Het opzetten van een Nationaal Informatica
Register kan een goede stap zijn, maar het succes
zal sterk afhangen van de wijze waarop dit
register zich openstelt voor de beroepsgroep en
de mate waarin aansluiting ontstaat bij
professional development programma's van de
grotere marktspelers, mede in hun internationale
context."

Volgens Jan Verhoef, voorzitter van de VRI, is
het idee voor een Nationaal Informatica Register
ontstaan na het mislukken van het
Spits-initiatief in 2001. "Spits werd een
mislukking omdat het door de
IT-beroepsverenigingen werd gezien als een coupe
van de twee grote verenigingen om het ICT-veld
van professionals te domineren.  De aanvankelijke
argwaan en de angst om de eigen identiteit te
verliezen en door niet-deskundigen overgenomen te
worden, hebben bijgedragen aan de nu voorliggende
inrichting van het register. Die zou je kunnen
typeren met de calvinistische politieke leuze
'soevereiniteit in eigen kring'. De afzonderlijke
verenigingen stellen de eisen op voor de
toelating van hu leden tot het register. Het
register zelf stelt minimumeisen, waar iedereen
aan moet voldoen om ingeschreven te kunnen
worden."

Verhoefs regelmatige informele gesprekken met
Joep Frijdal, de toenmalige voorzitter van die
andere grote vereniging van ICT-professionals het
NGI, vormden de basis voor het nationaal
informatica register. "Frijdal voelde ook voor
een nationaal register en we hadden de les van
het Spits-debacle wel geleerd. Een groter
draagvlak onder de verenigingen werd uitgangspunt
en vereiste. Toen we daarnaar op zoek gingen
begon de grote vertraging."

Want ondertussen voltrok zich een andere
ontwikkeling: een aantal kleinere
IT-beroepsgroepen vormde het samenwerkingsverband
ITB. Halverwege 2004 maakten GIA (Genootschap
voor informatiearchitecten), GvIB (Genootschap
van Informatie Beveiligers), ISPG (Information
Services Procurement Group), NESMA (Nederlandse
Software Metrieken Associatie), NGN (Netwerk
Gebruikersgroep Nederland), NVBI (Nederlandse
vereniging van gecertificeerde
Informaticadeskundigen), SCIA (Society for the
Certification of information Architects) en
TestNet (Vereniging van Softwaretesters) hun
samenwerking als beroepsverenigingen bekend.

Verhoef: "Dat leek handig, maar de getrapte
manier van praten, waarbij het ITB-bestuur steeds
ruggespraak moest houden omdat het geen mandaat
had, was omslachtig. Toen het moment voor de
ondertekening van de 'letter of intent' daar was
haakte ITB toch af. gelukkig sprak ik kort daarna
Erik Otto, die voorzitter is van KIVI NIRIA
Informatica over het Nationaal Register voor
informatici. Hij was meteen enthousiast en kreeg
zijn leden mee, waardoor het gewenste grote
draagvlak een feit werd. Het inhaken van KIVI
NIRIA Informatica was de duw in de rug die het
Register nodig had."

Erik Otto is de voorzitter van KIVI NIRIA
Informatica, de derde initiatiefnemende
beroepsvereniging van het nationale register.
Otto denkt dat het register van groot belang kan
worden. "Het hangt af van de mate waarin de markt
het oppakt. Voor consultants die zich willen
onderscheiden kan het een belangrijk instrument
zijn. Voor de klant kan het resulteren in meer
zekerheid ten aanzien van de ICT'ers die aan een
project werken.  Opdrachtgevers weten iets meer
over de persoon die ze binnenhalen als deze
ingeschreven is in zo'n register."

KIVI NIRIA Informatica wil projectevaluaties,
ingevuld door de opdrachtgevers een rol laten
spelen in het register. Otto: "Het is voor
opdrachtgevers een kleine moeite om een
beoordeling te geven van de prestaties van een
professional tijdens het project." Maar volgens
Otto zijn de overige verenigingen daar geen
voorstanders van. "Een van de bezwaren is
bijvoorbeeld dat de naam van de klant geheim moet
blijven. Ons lijkt het een goed middel waarvan de
kosten laag zijn en het effect groot.  We zullen
het er nog over moeten hebben."

Met de aansluiting van de Informatici van KIVI
NIRIA doemt hetzelfde gevaar op wat destijds het
Spits-initiatief de das om deed. Daarvan is
VRI-voorzitter Verhoef zich bewust. "Het
coupe-gevoel ligt inderdaad weer op de loer. We
zullen aan iedereen duidelijk moeten maken dat
het register een zelfstandige entiteit wordt los
van de verenigingen. De deelnemende verenigingen
praten mee over het reilen en zeilen."

Voor Michiel Borgers, de jonge voorzitter van het
NGI, is het Nationaal Register een belangrijke
exercitie om de samenwerking tussen de
verenigingen gestalte te geven. "Dit is een mooie
proef om te kijken hoe dat loopt." Borgers ziet
het als uitdaging om alle partijen bij het
register te betrekken en stelt zich beschikbaar
voor de leden van de kleinere verenigingen die
bang zijn dat hun club overschaduwd zal worden
door het register. "Iedereen die die angst voelt,
mag mij erover bellen. Ik zal de bellers proberen
duidelijk te maken dat die angst ongegrond is."

De kwalitatieve borging van ICT-bedrijven en
individuele professionals is nu volgens Borgers
niet optimaal. "Bedrijven zetten eigen
certificatiesystemen op, die buiten die
ondernemingen relatief weinig zeggingskracht
bezitten. De CV's van veel professionals is een
samenraapsel van werkervaring en met succes
afgelegde examens. Een Nationaal informatica
Register kan op dit punt echt het verschil
maken."

Chris Verhoef, hoogleraar Informatica aan de
Vrije Universiteit in Amsterdam, vindt het
Nationaal Informatica Register op zich een goede
gedachte. Hij pleit al langer voor het licenseren
van IT-professionals.  "Als burger wil je toch
ook niet behandeld worden door een huisarts die
gecertificeerd is door leverancier Bayer? Maar we
vertrouwen wel de programmeurs met een
certificaat van Microsoft of IBM. Dat klopt niet.
Dan ben je met de kalkoen aan het onderhandelen
over het kerstmaal en daar kan nooit iets goeds
van komen."

"De medische wereld heeft de kwakzalverij
effectief bestreden. Als de ICT-sector ook maar
een fractie zou hebben van hoe het in de medische
wereld is georganiseerd, zou dat een aanzienlijke
verbetering betekenen.  Het kan ook helemaal geen
kwaad als de initiatiefnemers van het NIR daar
eens goed gaan kijken. Een belangrijk fundament
onder het succes in de medische wereld is het
feit dat de verantwoordelijkheid voor de
diplomering van de medici is neergelegd bij
geaccrediteerde instituten met goedgekeurde
curricula. Het lijkt me en voorwaarde voor succes
van het Informatica Register dat de verenigingen
de zorg voor diploma's uitbesteden aan de
universiteiten."

Tijdens de ITxpo in Cannes afgelopen najaar
stelde Gartner-analist Richard Hunter dat
overheden tot regulering overgaan, als reactie op
de consequenties van de slechte producten die
ICT-bedrijven leveren. "Je krijgt dan te maken
met toezicht van buitenaf en dat betekent tal van
bureaucratische verplichtingen, hogere kosten
voor onderzoek en langere ontwikkelcycli. Alleen
grote bedrijven zullen de kosten nog kunnen
opbrengen om producten op de markt te brengen."

Volgens Hunter is regulering door overheden te
vermijden door een acceptabele vorm van
zelfregulering. Maar hij is niet optimistisch
over de kansen dat de ICT-sector daarin slaagt.
"Het ontbreekt op dit moment aan een organisatie
met voldoende gewicht om standaarden af te
dwingen. In de advocatuur en in de medische
wereld is wel sprake van gezaghebbende instituten
die beroepsbeoefenaren ook kunnen royeren. Voor
zover er in het ICT-werkveld sprake is van
certificering, gebeurt dat per beroep. En het
ontbreekt de ICT-beroepsgroepen aan effectieve
sanctiemogelijkheden."

Is de tijd rijp voor een Nationaal Informatica
Register? VRI-voorzitter Verhoef: "Dat weet je
nooit helemaal zeker. Als je naar de politiek in
Nederland kijkt is de tijd er zeker rijp voor.
Daar is een duidelijke neiging te zien om de
wettelijke bescherming van beroepen af te
schaffen, in ruil voor beroepsspecifieke
certificatie. De IT-sector staat aan het begin
van een nieuwe periode van hoogconjunctuur. Zo'n
register kan een uitstekend instrument zijn om de
misstanden die zich in de afgelopen periode van
krapte hebben voorgedaan te voorkomen en het kaf
van het koren scheiden. Wij als initiatiefnemers
zien het liefst dat opdrachtgevers en werkgevers
gaan vragen om mensen de zijn ingeschreven in het
Nationaal Informatica Register.

Chris Nap

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.