Opheffen concurrentiebeding brengt kenniseconomie niet in gevaar

Het transfersysteem dat Bergstra, Delen en Verhoef voorstellen
in AG nr.  10, is voor de stimulering van de kenniseconomie
een te grote stap en bovendien een in de verkeerde richting,
betoogt Marcel Claessen.

In hun bijdrage in AG van 5 maart 2004 signaleren Bergstra,
Delen en Verhoef (BDV) het probleem van een tekort aan
kennisontwikkeling in de IT-sector. Uitgaande van de door hen
veronderstelde oorzaak van het probleem, suggereren ze als
oplossing een transfersysteem voor kenniswerkers. Zowel bij
het probleem, bij de oorzaak en bij de oplossing uit hun betoog
kunnen vraagtekens worden gezet.

Om te beginnen is het niet zeker of er echt sprake is van een
onderinvestering in IT-kennisverwerving. Er is zeker sprake
van een conjuncturele teruggang. Tijdens een recessie lozen
IT-werkgevers eerst hun ondergeschoolde personeel en zijn
IT-opdrachtgevers huiverig voor nieuwe investeringen. Zo zijn
er voor minder vooruitstrevende IT-projecten minder bij te
scholen IT-kenniswerkers nodig en volgt een structurele
teruggang van de opleidingsbehoefte.

Ook als werkelijk sprake zou zijn van onderinvestering in
IT-kennisverwerving moet de oplossing van dat probleem worden
gebaseerd op een juiste analyse van de oorzaak. Het is een
beetje flauw, dat BDV hun gram richten op het kersverse PvdA-
kamerlid Hannie Stuurman (en niet:  Schuurman). Zij sprak
slechts uit wat de vakcentrales FNV, CNV en UnieMHP al in 2002
in een nota hadden onderbouwd. De regering wil in het nieuwe
Burgerlijk Wetboek vaste, wettelijke grenzen aan de inhoud en
duur van het concurrentiebeding. De vakbeweging gaat nog een
stap verder, en wil dat de nietigheid van het concurrentiebeding
klip en klaar wordt vastgelegd.

Van arbeidsovereenkomsten zonder de mogelijkheid van een
concurrentiebeding verwachten BDV desastreuze gevolgen voor
de kenniseconomie. Maar ze noemen precies die gevolgen, die
ook n al zichtbaar zijn terwijl het concurrentiebeding nog
welig tiert: Uitstroom van kenniswerk naar lagelonenlanden en
IT-dienstverleners die steeds minder aan kennisontwikkeling
doen. Opleidingscentra worden gesloten.

Deze argumentatie is niet sterk, want afschaffing van het
concurrentiebeding zou dan hoogstens de kenniseconomie nog mr
in gevaar brengen. Toch zien BDV ook in, dat er mr nodig is
om het probleem van onderinvestering in IT-kennisverwerving
te verhelpen. Vandaar ook hun voorstel voor een verplicht
transfersysteem voor IT-kenniswerkers.

De oorzaak voor de onderinvestering in IT-kennisverwerving
zoeken BVD in het verschijnsel, dat er altijd partijen zijn
die ongestraft mensen willen wegkopen en zo kennisinvestering
van andere werkgevers te cashen. Economen noemen dit het
free-riders argument. In het Nederlandse kartelparadijs is
dit (al dan niet vermeende) stropersgedrag vroeger vaak een
beslissend argument geweest voor het door de overheid sanctioneren
van concurrentie-beperkende ondernemersregelingen.

Het grote bezwaar van zulke regelingen is steeds, dat een
bepaald bedrijfsmodel als uitgangspunt dient, en soms zelfs
wordt voorgeschreven, en dat er inefficinte elementen in de
kostprijs van producten en diensten worden gebracht. Zulke
regelingen blijken bovendien moeilijk te beindigen:  ze blijven
voortbestaan, lang nadat de oorspronkelijke oorzaak is verdwenen.
En uiteindelijk dienen ze soms ook als kapstok voor geheime
prijskartels, zoals recent in de bouwsector nog eens mocht
blijken.

In de IT-branche heeft het stropersargument als opmerkelijke
karakteristiek, dat er wl sprake zou zijn van oneerlijke
concurrentie tussen ondernemers, maar niet van oneerlijke
concurrentie dr ondernemers.  Er is immers geen sprake van
ongestraft cashen door de nieuwe werkgever:  die betaalt aan
zijn nieuwe werknemer wat die waard is, en dat was dan blijkbaar
mr dan de oude werkgever betaalde. Als er al iemand zou cashen,
dan is het de werknemer.

In de praktijk blijkt ondertussen in de Nederlandse economie
van zulk cashen in het algemeen weinig of gn sprake te zijn.
Nog in 2002 kwam de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek
(OSA) tot de bevinding, dat werknemers die bedrijfsopleidingen
volgens hun werkgevers juist net eerder verlaten dan werknemers
die geen opleidingen volgen. Verstandige werkgevers weten hun
door scholing productievere werknemers aan zich te binden.
Verstandige werkgevers kiezen voor verstandig personeel, en
verstandige werknemers voor verstandige werkgevers. Dat zullen
veelal de grotere werkgevers zijn. Investeren legt immers een
onzeker beslag op kapitaal, en kleine werkgevers hebben minder
mogelijkheden om dit risico van investeringen in personeel te
dragen, dan het grootbedrijf. In de kennis-intensieve sectoren
zal het kleinbedrijf daarom vooral overleven door specialisatie.
Wie klein wil blijven, heeft daarom ook meer aan een zakelijke
partner dan aan een werknemer.

Volgens BDV kan de kenniseconomie alleen in stand blijven als
de IT-branche onderling zou regelen wat IT-kenniswerkers bij
hun transfer gaan kosten. Zij signaleren alleen het probleem
van de opleidingskosten. Er is in hun betoog geen sprake van
het meenemen van klanten naar een nieuwe werkgever, van het
gebruiken van beschermde programmacode of van gevoelige,
bedrijfsspecifieke informatie.

BDV gaan ook voorbij aan het bestaan van meer gebruikelijke,
specifiek op de bevordering van scholing gerichte oplossingen.
Zo kennen veel bedrijfstakken, zoals de elektrotechniek, sinds
jaar en dag opleidings- en ontwikkelingsfondsen, die de
bijscholing van medewerkers van aangesloten bedrijven subsidiren.
Aangesloten (betalende) werkgevers kunnen uit zon fonds een
vergoeding krijgen voor de kosten van relevante bijscholingscursussen
van hun werknemers.

BDV gaan ook voorbij aan minder ver gaande oplossingen. Zo
concludeerde de werkgeversorganisatie VNO-NCW in 2002, dat
het veilig stellen van investeringen in personeel beter kon
gebeuren met een terugbetalingbeding dan met een concurrentiebeding.
En inderdaad tiert in arbeidscontracten het beding tot
terugbetaling van opleidingskosten welig, sinds de Hoge Raad
in 1983 de criteria heeft vastgesteld voor het terugvorderen
van die kosten.  Zo bevatte ook de niet-algemeen bindende CAO
2003-2004 voor de Informatie-, Communicatie- en
Kantoortechnologiebranche [ICK] enkele bescheiden bepalingen
over terugbetaling van opleidingskosten.

Het transfersysteem van BDV is voor de stimulering van
investeringen in kennisverwerving een veel te grote stap. In
de verkeerde, want collectivistische richting. Hun systeem
zou ook zeker struikelen over de uitgestrekte benen van de
vakbeweging, van de Nederlandse Mededinging autoriteit, en
niet in de laatste plaats: van de aan hun onafhankelijkheid
gehechte IT-ondernemers. Dat betekent niet dat door de aanstaande
beperking of afschaffing van het concurrentiebeding de
kenniseconomie een onbereikbaar ideaal zal worden. De Nederlandse
IT-branche kan ook met kleinere stappen ter bevordering van
investeringen in kennisverwerving vooraan blijven lopen.

Marcel Claessen is informaticus en econoom.

Bijdragen in de rubriek Opinie staan los van de redactionele
opvattingen van AG. De redactie behoudt zich het recht voor
artikelen te redigeren en in te korten. Bijdragen voor de
rubriek kunnen worden gestuurd aan:  ag@sdu.nl onder vermelding
van opinie. (Marcel Claessen)

Weekblad 2004, week 14

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.