Onzakelijke argumenten regeren investeringsbeleid

Investeringen in IT worden onvoldoende onderbouwd met
zakelijke argumenten.  Miljarden euro''s verdwijnen in
een bodemloze put. Het moet en kan anders, zegt prof.dr.
Egon Berghout. Dit artikel is een bewerkte versie van de
inaugurele rede die hij afgelopen dinsdag 22 oktober in
Groningen heeft uitgesproken.

Het gaat niet zo goed in het vakgebied informatiesystemen.
Bijna dagelijks halen mislukte automatiseringsprojecten
of failliete automatiseringsbedrijven de krant. Ondanks
het feit dat er reeds veertig jaar informatiesystemen
worden gebouwd, mislukt gemiddeld nog steeds ongeveer 40
procent van alle automatiseringsprojecten en verdwijnt
er in Nederland alleen al naar schatting jaarlijks voor
8 miljard euro in de bodemloze put van de informatietechnologie.

Er kunnen veel oorzaken worden genoemd waarom het nog zo
vaak fout gaat.  De toepassingen van informatietechnologie
zijn nog steeds sterk vernieuwend en bijna altijd complex,
de onderliggende technologie ontwikkelt zich eveneens
snel en de ervaring van de diverse betrokkenen is over
het algemeen nog steeds beperkt. Het is echter de vraag
of er toch niet veel van die 8 miljard aan mislukkingen
had kunnen worden voorkomen.

Mijn stelling is dat dit inderdaad het geval is. Veel
projecten worden gestopt, omdat gaande het project pas
blijkt dat het van onvoldoende nut is voor de organisatie.
Met een betere aansturing van ITprojecten en van de
informatietechnologie in haar geheel, had dit nut ook
voorafgaand aan de investeringsbeslissing bekend kunnen
zijn. Investeringen in informatietechnologie worden in
veel gevallen met onvoldoende, en vooral ook onvolledige,
zakelijke argumenten onderbouwd: er is nog steeds een
grote kloof tussen de informatica en de bedrijfseconomie.

Het dichten van deze kloof is niet eenvoudig, maar wel
essentieel. Het belang van informatietechnologie voor
bedrijven, overheden en de maatschappij in haar geheel,
zal de komende jaren alleen nog maar toenemen.  Het
effectief en efficint benutten van deze technologie is
dan ook een belangrijke bron van welvaart voor de komende
jaren. Als wij er niet in slagen de huidige manier van
werken te verbeteren, blijft informatietechnologie voor
een belangrijk deel het huidige karakter van een bodemloze
put behouden.

Tijdens mijn studie aan de Universiteit van Tilburg
behoorde het boekje:  ''Waarom falen informatiesystemen
nog steeds'', geschreven door prof. drs.  J.A.M. Oonincx,
tot de standaardliteratuurlijst. Het boekje is in 1982
gepubliceerd en bevat achttien oorzaken waarom
informatiesystemen zo vaak falen. Het boekje kan twintig
jaar later bijna ongewijzigd in herdruk. Er zijn nauwelijks
oorzaken weggenomen.

Wat gaat er nu zo fout en wat zijn mogelijke verbeteringen?
Is het bijvoorbeeld mogelijk om problemen met een hogere
prioriteit aan te wijzen? Hoe cynisch moeten we worden
over de toekomst, als er sprake is van zo weinig vooruitgang
in twintig jaar?

De omvang van alle ITgerelateerde activiteiten is moeilijk
vast te stellen. Het CBS registreert diverse kengetallen
van de ITsector, maar legt de grens van wat tot die sector
wordt gerekend bij de juridische grens van een organisatie.
Dit betekent dat als een industrieel bedrijf een IT''er
inhuurt voor bepaalde werkzaamheden, deze activiteiten
tot de ITsector behoren. Als men dezelfde werkzaamheden
door een eigen medewerker laat doen, worden deze
werkzaamheden tot de industrile sector gerekend.  Daarnaast
zitten er in de CBSdata ook zaken die men veelal niet
onder de ITgerelateerde projecten rekent, zoals de
productie van radio''s. Iedereen die bekend is met de
praktijk weet ook dat de meeste financile administraties
van informatietechnologie, waar dit soort macroeconomische
cijfers weer van zijn afgeleid, nog in de kinderschoenen
staan.

Afhankelijk van de exacte definitie zijn er dan ook grote
verschillen ten aanzien van bijvoorbeeld de geschatte
ITuitgaven. Met een groot aantal aannames kom ik op
ongeveer 50 miljard euro. Hiermee is de ITsector goed
voor ongeveer 7,7 procent van de Nederlandse economie en
dit is 3 procentpunten meer dan het CBScijfer.

Als we ervan uitgaan dat de ontwikkeling van nieuwe
informatiesystemen ten opzichte van het beheer van
bestaande informatiesystemen ongeveer 40 procent van het
bovenstaande bedrag uitmaakt en dat van deze 40 procent
ontwikkeling, ongeveer 40 procent van de projecten mislukt,
dan bedraagt de verspilling in de ITsector momenteel
jaarlijks ongeveer 8 miljard euro. Dit bedrag is overigens
nog steeds lager dan de inschatting van Gartner, die
uitgaat van 20 procent van de totale uitgaven.

Deze 8 miljard euro is overigens vergelijkbaar met de
begroting van het ministerie van Defensie en drie keer
het bedrag dat wij in Nederland uitgeven aan academisch
onderwijs. Los van het exacte bedrag: het gaat in ieder
geval om erg veel geld.

Niet alleen wat betreft de omvang is informatietechnologie
belangrijk, maar ook wat betreft de toepassingsgebieden.
Organisaties investeren continu in het verbeteren van
hun producten en diensten, relaties met klanten,
schaalvoordelen, relaties met afnemers en medewerkers.
In toenemende mate zijn hiermee investeringen in
informatietechnologie gemoeid. Informatietechnologie
maakt het mogelijk om grote hoeveelheden klanten,
medewerkers of leveranciers aan te spreken als individuen.
Bestaande schaal, tijd en locatievoordelen worden juist
onder invloed van informatietechnologie ter discussie
gesteld.

Voor een groot aantal organisaties is IT dan ook van
cruciaal belang. Bij het uitvallen van de informatievoorziening
over een langere periode dan enkele dagen dreigt een
faillissement. De positie die een organisatie op langere
termijn weet te bemachtigen in de markt, hangt voor een
belangrijk deel af van het efficint en effectief inzetten
van informatietechnologie.

Het vakgebied informatiesystemen is momenteel nog steeds
vooral gericht op het optimaliseren van het technische
aspect. Voorbeelden hiervan zijn het ontwerpen van een
database zonder redundantie en het ontwerpen van de meest
volledige beheerstructuur voor het beheren van operationele
informatiesystemen. Daar moeten we zeker niet vanaf, maar
er moet wel iets bij: het inventariseren van de kosten
en opbrengsten van datgene wat we willen automatiseren.

Mensen die het gebrek aan economische rechtvaardiging
van informatietechnologie zoeken in een algeheel gebrek
aan aandacht voor en kennis over het onderwerp komen
bedrogen uit. Publicaties over het onderwerp zijn ongeveer
zo oud als de informatietechnologie zelf. In 1974 is n
van de eerste conferenties over het onderwerp gehouden,
de conferentie Economics and Informatics. In 1980 verscheen
n van de eerste boeken op dit gebied: Computers and
profits van prof. dr. J.P.C. Kleijnen van de Universiteit
van Tilburg. Er is dan ook altijd wel sprake geweest van
een bepaalde erkenning van het belang van een economische
evaluatie van informatietechnologie. Zo bevat de bekende
projectmanagementmethode: System Development Methodology
(SDM), diverse richtlijnen voor de economische evaluatie
van ITprojecten.

Vooral vanaf het einde van de jaren tachtig wordt de
onderzoeksgemeenschap op het gebied van economie en
informatietechnologie steeds omvangrijker.  Wellicht,
omdat er rond deze tijd ook een aantal belangrijke studies
zijn gepubliceerd met kritiek op het nut van alle
investeringen in informatietechnologie. In 1993 wordt
bijvoorbeeld de eerste European Conference on the Evaluation
of Information Technology gehouden. Ook binnen de
International Conference on Information Systems (ICIS)
en de European Conference on Information Systems (ECIS)
krijgt het onderwerp sinds een aantal jaren ruime aandacht.

Een groot aantal onderzoekers en professionals hebben
inmiddels enkele honderden methoden ontwikkeld om het
economisch belang van informatietechnologie vast te
stellen. Langzamerhand komt er ook onderzoek van de grond
om deze methoden te valideren.

Een belangrijke voorlopige conclusie is dat het bij
onderzoek naar de economische aspecten van informatietechnologie
essentieel is om de gehele levenscyclus van informatiemanagement
te beschouwen: vanaf het idee tot de operationele fase,
inclusief onderhoud en eventuele beindiging.

In de praktijk dienen er belangrijke aanpassingen te
komen ten aanzien van de cordinatie van de informatievoorziening
(ITgovernance). Deze ITgovernance dient in alle opzichten
meer integraal te worden. In het verlengde hiervan dienen
veel van de huidige werkmethoden te worden herzien. Van
de vele honderden ontwikkelde methoden biedt nog geen
enkele methode een adequate ondersteuning, gericht op de
economische optimalisatie van de gehele levenscyclus van
een informatiesysteem.

Een voorbeeld van een methode die met name naar een
technisch optimum streeft is het veelgebruikte Capability
Maturity Model (CMM/CMMi) voor kwaliteitsmanagement van
de ontwikkeling van informatiesystemen. Het bereiken van
het hoogste ''maturity level'', niveau 5, brengt voor de
meeste organisaties een hoeveelheid kosten met zich mee
die in geen enkel opzicht meer in verhouding staan tot
de opbrengsten. Men ziet dan ook veel organisaties intutief
stoppen rond niveau 2 of 3. Ook de levenscyclusgedachte
is nog niet verwerkt in CMM: de methode richt zich
uitsluitend op het ontwikkelen van informatiesystemen.

Hoewel er nu ruim veertig jaar min of meer gestructureerd
informatiesystemen worden ontwikkeld, is er van het
opnemen van een economische component in deze ontwikkeling
nog nauwelijks sprake. Het economische nut van
informatiesystemen wordt zelden expliciet gemaakt. Dit
gebeurt onvoldoende vooraf en bijna nooit achteraf. De
theoretische ontwikkeling en praktische validatie en
implementatie van methoden en technieken staan nog in de
kinderschoenen en dat geldt ook voor het resulterende
''life cycle management''.

Het onderzoek in Nederland op het gebied van informatica
en economie wordt momenteel uitgevoerd door een kleine
groep van veelal individuele onderzoekers. Regelmatig
worden er kleine stappen voorwaarts gezet op het gebied
van de informatica en economie. Deze leiden dan veelal
tot interessante nieuwe inzichten. Zo schreef prof. C.
Verhoef van de Vrije Universiteit enige tijd geleden in
Automatisering Gids dat ''beter'' ontwikkelde programmatuur
duurder in bouw en vooral ook in onderhoud is, omdat deze
meer uitnodigt om onnuttige veranderingen in aan te
brengen.

Wetenschappelijk onderzoek op het betreffende gebied is
niet eenvoudig.  Meetgegevens ten aanzien van de inzet
van informatietechnologie in organisaties zijn hierbij
essentieel, maar er zijn nog maar weinig betrouwbare
meetgegevens beschikbaar. Individuele bedrijven hebben
hierover vaak nog maar weinig informatie voorhanden en
hieruit vloeit voort dat men de beperkte hoeveelheid
macro economische cijfers ook met enige voorzichtigheid
dient te interpreteren. Voor het wetenschappelijk onderzoek
is het essentieel dat er betere datasets worden ontwikkeld.

ITeconomics is een onderzoeksgebied dat goed past bij
een economische faculteit, maar ook bij een faculteit
bedrijfskunde of informatica. Om een economische doelstelling
te bereiken is namelijk over het algemeen een multidisciplinair
instrumentarium noodzakelijk. Door het multidisciplinaire
karakter heeft het onderzoek helaas ook een grote kans
om tussen wal en schip te vallen, als het gaat om toekenning
van onderzoeksfondsen.

De situatie omtrent de financiering en bemensing van het
onderzoek is zorgwekkend te noemen. De onderwijs en
bezuinigingsdruk hebben de afgelopen jaren de ruimte voor
onderzoek op het gebied van de informatiesystemen sterk
negatief benvloed. Dit is zichtbaar bij economische
faculteiten, maar ook bij de faculteiten bedrijfskunde
en informatica.

Er zijn diverse initiatieven gestart om deze situatie te
verbeteren, voorbeelden hiervan zijn de Nationale
Onderzoeksagenda Informatica (NOAGI) en het ICTforum voor
het stimuleren van ITonderzoek in Nederland. Het ziet er
ook naar uit dat er gelden beschikbaar komen, bijvoorbeeld
in het kader van het initiatief ''Strategische Inzet van
Software in Nederland''. Helaas is de overheid daarnaast
van plan om verder op universiteiten te bezuinigen. Op
de korte termijn blijft dit type onderzoek dan ook in
hoge mate afhankelijk van financiering door het bedrijfsleven.

Er is een groot aantal maatregelen noodzakelijk om het
huidige niveau van 40 procent verspilling van ITprojecten
te voorkomen. Deze maatregelen hebben betrekking op het
integraal management van de gehele levenscyclus van
informatietechnologie. Hiervoor zijn nieuwe methoden en
technieken met een aantoonbare betrouwbaarheid nodig. En
van de allereerste stappen in die richting wordt het
integreren van de economische analyse in het besturen
van informatietechnologie: breng economie in de nieuwe
economie.

In de Verenigde Staten heeft men ervoor gekozen om bij
overheidsprojecten op het gebied van informatietechnologie
een financile verantwoording verplicht te stellen, de
zogenaamde Clinger Cohen Act. Hoewel de meeste mensen
intutief een aversie tegen dit soort - op perfectie
gerichte - wetten zullen hebben, zijn er toch diverse
argumenten vr een dergelijke verplichting aan te dragen.
Burgers hebben er recht op dat overheidsgeld goed wordt
besteed en de introductie van een soort ''financile
bijsluiter'' bij ITprojecten zal daar zeker bij helpen.
De Amerikanen zijn er in ieder geval mee begonnen om hun
veelvoud van onze 8 miljard euro aan verspilling terug
te dringen.

Er zijn overigens weinig redenen om aan te nemen dat er
meer ITprojecten mislukken bij de overheid dan in het
bedrijfsleven. Wel dient de overheid vanzelfsprekend meer
openheid te betrachten bij haar bedrijfsvoering en komen
mislukkingen daar dus eerder in de openbaarheid. Bedrijven
doen er net zo goed verstandig aan om hun eigen financile
bijsluiter te ontwikkelen.

Het belang van informatietechnologie voor bedrijven,
overheden en de maatschappij in haar geheel zal de komende
jaren alleen maar toenemen. Het effectief en efficint
benutten van IT blijft dan ook een belangrijke bron van
welvaart. Het verbeteren van de huidige manier van werken
verdient een hoge prioriteit. Als wij hier niet in slagen,
blijft informatietechnologie in ieder geval voor een
substantieel deel het karakter van een bodemloze put
behouden. Laat het ons niet gebeuren dat we over twintig
jaar wederom het boekje ''Waarom falen informatiesystemen
nog steeds'' kunnen uitbrengen.

Egon Berghout is hoogleraar Business & ICT aan de
Economische Faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen
en associate bij M&I/Partners in Amersfoort. Voor de
volledige tekst van de intreerede zie: info@mxi.nl.
(Egon Berghout)

Weekblad 2002, week 43

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.