Software Asset Management: van kostenpost naar asset

PDF Versie

Hoogleraar Verhoef signaleert sterk gebrek aan normering
en kwaliteitsborging bij software

In opdracht van het Ministerie van EZ onderzoekt
onderzoeksbureau Nolan Norton Institute de haalbaarheid
van een marktinitiatief tot verbetering van de strategische
inzet van software. Mogelijke follow up is een meerjarig
activiteitenplan, op te stellen door bedrijfsleven en
kennisinfrastructuur. Aanleiding vormt de breed gedragen
opvatting dat met de inzet van software nog veel mis
gaat. Met name ook de automatiseringsbranche acht een
efficientieslag noodzakelijk. En van de oplossingsrichtingen
vormt de introductie van Software Asset Management binnen
organisaties. Cic-online sprak met prof. dr. Chris Verhoef,
afdeling Information Management and Software Engineering
aan de VU.

Wat is het kernprobleem van de inzet van software? Verhoef
meent dat het nauwelijks mogelijk is dit in een zin te
omschrijven. Er is een scala aan nauw verweven complexe
vraagstukken rondom software en applicaties. Verhoef:
"Een probleem is dat voor softwareapplicaties geen
veiligheidsmaatregelen, geen kwaliteitsborging en geen
certificerende instanties bestaan. Een vliegtuig wordt
uitentreuren getest op veiligheid, uw broodrooster heeft
vijf keurmerken op de bodem, uw tandarts heeft een erkend
diploma en het stukje kip op uw bord heeft een uiterste
houdbaarheidsdatum. Maar de software die u koopt wordt
door niemand gegarandeerd, laat staan dat er een uiterste
houdbaarheidsdatum op staat - denk aan het Y2K-probleem.
Dit klemt temeer omdat software ook wordt ingezet op
plaatsen waar het mensenlevens moet redden." Bestaan daar
voorbeelden van? "Jazeker, menig voorval haalt de pers.
Vorig jaar stierf een vrouw nadat een verkeerd bloedtype
was toegediend. Een gevolg van het gemis aan regelgeving
rondom software."

Marktfalen

In de softwaresector is sprake van wat PricewaterhouseCoopers
noemt "traditioneel marktfalen": van softwareprojecten
zegt men dikwijls dat ze te lang duren, te veel kosten
en te weinig opleveren, de beruchte 'twee-twee-half
regel'.  Verhoef voegt er nog een dimensie aan toe waarin
het risico tot uitdrukking komt: "Er is bovendien nog de
dertig-vijftig-twintig regel: vijftig procent van alle
projecten voldoen aan de eerder genoemde regel, of nog
erger; dertig procent wordt tussentijds afgeblazen en
twintig procent loopt keurig op tijd, blijft binnen budget
en heeft de juiste functionaliteit. Een van de oorzaken
hiervan is het gebrek aan kennis rondom de dynamiek van
grote systeemontwikkelingstrajecten.  Bedrijven realiseren
zich onvoldoende dat ze software ook moeten managen en
dat bouw en implementatie van grote applicaties een
afbreukrisico van wel zestig procent kan bedragen."

Voor kopers is het bovendien moeilijk objectief vast te
stellen in hoeverre het ene softwarepakket kwalitatief
beter is dan het andere. De koper kijkt vooral naar het
beperkte kostenplaatje, bijvoorbeeld de eerste release
van een pakket, aldus Verhoef, terwijl de software
misschien wel twintig jaar mee moet gaan. "Het is in
studies aangetoond dat initiele bouwkosten van een systeem
in het niet vallen bij de totale gebruiks- en onderhoudskosten
over een langere periode.  Bovendien is er krapte op de
arbeidsmarkt waardoor de capaciteit van softwarebouwers
beperkt is.  Als klant ben je sneller tevreden, wat moet
je anders? Dit is een van de redenen dat grote banken,
verzekeraars en pensioenfondsen er grote eigen
softwareontwikkelafdelingen op na houden. Bij de leverancier
bestaat nauwelijks enthousiasme om meer kwaliteit op te
leveren dan gevraagd, want dan prijst hij zich uit de
markt. Het is dus niet in zijn bedrijfsbelang om te
innoveren. Zijn klanten zijn bovendien niet georganiseerd,
men kan onder de heersende economische omstandigheden
van schaarste geen vuist maken, en de overheid houdt zich
vooralsnog afzijdig."

Innovatie is nodig

Het Ministerie van EZ zou zich er op kunnen richten om
de cirkel van traditioneel marktfalen te doorbreken.
Prof. Verhoef: "Als EZ een aantal vooraanstaande bedrijven
en kennisinstellingen bij elkaar weet te krijgen die zich
realiseren dat de sector zo niet verder kan, is er een
kans van slagen. Werkelijke innovaties zijn namelijk
nodig. EZ zou een push kunnen veroorzaken door geld zo
in te zetten dat er een omslag in denken komt rondom
software: van kostenpost naar strategische asset. Een
manager van een grote hardwareleverancier zei ooit dat
een afgestudeerde violist aan het conservatorium die als
ICT-er gaat werken even veel fouten maakt in programmatuur
als iemand die van een informaticaopleiding komt. Je zou
kunnen concluderen dat informatieopleidingen niet effectief
zijn, of omgekeerd, dat interne opleidingen juist zeer
effectief zijn. Wat ik daarmee wil zeggen is dat ik niet
denk dat met het aanbieden van meer kennis het in de
sector opeens veel beter gaat. Het is ook een kwestie
van attitude, dat de automatiseerder leert begrijpen wat
de manager wil en dat de manager software als essentiele
asset leert zien."

Software als asset

Zodra men software als asset beschouwt en niet langer
als kostenpost, betreedt men het domein van Software
Asset Management, een nieuw sturingsinstrument.  Verhoef
is bezig het vakgebied Software Asset Management van de
grond te trekken. Hij meent dat er een integrale strategische
aanpak nodig is om software assets te managen. Door zijn
unieke posities bij de universiteit, het bedrijfsleven
en het Software Engineering Institute heeft hij overzicht
om de problemen te zien en oplossingen te sturen. Hij is
een warm voorstander om softwareapplicaties, net als
mensen, gebouwen, grond, machines, geld en dergelijke
als asset te waarderen en te managen. Aan assets worden
eisen gesteld, beslissingen over vervanging, uitbreiding,
sloop of verkoop worden op rationele gronden genomen. Er
wordt getoetst aan kwaliteits- en veiligheidsnormen. Dat
zou ook met software moeten gebeuren.

Efficiencyslag in ICT-uitgaven

Via Software Asset Management kan men vervolgens vaststellen
hoe men ICT-budgetten moet inzetten en hoe de directe en
indirecte kosten en baten zich verhouden. Verhoef vindt
ook de afgeleide kosten en baten interessant. Hij geeft
een voorbeeld: "Een organisatie moet zich afvragen of
het op de lange termijn kan overleven als men nu bepaalde
grote investeringen in ICT doet. Vaak wil men onder druk
van de shareholder value snel scoren. Maar daarbij worden
veel fouten gemaakt, omdat tussen het kortlopend en
langlopend belang geen goede afweging wordt gemaakt.
Bedrijven moeten hun software strategisch plannen. Het
aantal bedrijven dat zijn ICT-beleid laat sturen via
Software Asset Management is echter klein. Dat zijn vooral
de hele grote organisaties, maar ook die denken nog sterk
in termen van directe, korte termijnkosten."

Er is geen verband tussen hoeveel je uitgeeft aan IT en
de prestaties ervan, wel hoe je het uitgeeft, aldus
Verhoef. "Dit is de kern van het probleem: hoe geef je
zo efficient mogelijk je geld uit. Helaas wordt nog veel
besteed aan onzinnige zaken, aan hypes. Als er in Business
Week een openingsartikel staat dat Java het helemaal gaat
maken, dan willen topmanagers dat hun ICT-afdeling zich
ook hierop stort. Probeer zoiets als ICT-er maar eens
met niet-technische argumenten te ontzenuwen. Met Software
Asset Management kun je de management fad of the week de
baas."

Herbert Boland

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef