Hoogleraar informatiesystemen Chris Verhoef: 'Voer wet op ICT in'

PDF Versie

De oogst van succesvolle ICT-projecten is mager. De
faalkans des te groter.  De arme cio probeert er grip op
te krijgen, maar zit in een weinig benijdenswaardige
positie, vindt Chris Verhoef. De hoogleraar informatiesystemen
pleit voor een wet op ICT---naar Amerikaans voorbeeld---om
geblunder en kapitaalvernietiging in de publieke sector
tegen te gaan.  Hoe leer je ICT een lesje?

Op bezoek bij 'Professor X'. Tenminste, zo lijkt het,
getuige zijn mysterieuze tegelijk uiterst eenvoudige
e-mailadres: x@cs.vu.nl. Een uiting van nerdy aanstelleritis
of innig gekoesterde anonimiteit? "Nee hoor. Het is de
kortste afkorting van Chris, net zoals de 'x' in X-mas",
legt Chris Verhoef bescheiden uit. "Kunnen studenten geen
typefouten maken, als ze me willen bereiken", zegt hij
er schertsend achteraan. De twee-na-laatste letter van
het alfabet prijkt al jaren voor het apenstaartje, ook
toen hij nog bij de Universiteit van Amsterdam werkte.
Nu is Verhoef alweer twee jaar hoogleraar informatiesystemen
aan de andere Amsterdamse universiteit, de VU. "Van
technische details tot aan politiek-strategische en
financieel-economische aspecten van informatiesystemen",
licht hij de roerselen van zijn leerstoel toe. De hoogleraar
manoeuvreert behendig op het internationale toneel.
Verhoef is bestuurslid van de IEEE Computer Society
Technical Committee Software Engineering, die de scepter
zwaait over alle tijdschriften en conferenties op dit
gebied. Van de laatste vinden er jaarlijks zo'n zestig
plaats. Tussendoor legt hij omvangrijke ICT-projecten
van bedrijven onder de academische loep. De wetenschapper
bezit een alom gewaardeerd fingerspitzengefuehl als het
gaat om complexe systemen in de IT- industrie. Niet voor
niets heeft de Deutsche Bank hem gevraagd als wetenschappelijk
hoofdadviseur. Bij de wellicht grootste bankier van de
wereld spelen allerlei ingewikkelde IT-zaken die een
wetenschappelijke kijk behoeven, verklaart Verhoef. "Maar
daar mag ik verder niet op ingaan", voegt hij er haastig
aan toe. "Dat is geheim."

De blik in de IT-keukens van het grote bedrijfsleven
heeft Verhoef een ding geleerd, en dat is beslist geen
geheim. Veel ICT-projecten zijn gedoemd te mislukken. De
cijfers bevestigen het, aldus Verhoef. Bijna een derde
van alle projecten wordt voortijdig gestaakt, zo blijkt
uit gegevens van het gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksbureau
Standish Group. Nog eens de helft van de projecten kampt
met tegenslagen. Alleen al in de VS wordt er daardoor
jaarlijks een slordige tachtig miljard dollar over de
balk gesmeten. Slechts een vijfde van de projecten is op
tijd af, binnen het gestelde budget en levert op wat de
bedoeling was. Een schrale oogst, vindt hij, die de
uiterste houdbaarheidsdatum van de gemiddelde cio niet
ten goede komt. "Doorgaans twee en een half jaar", rekent
Verhoef voor. "En dan zijn ze, zoals dat in mooi Engels
heet, made available to industry. Ze maken het niet lang,
omdat er juist veel projecten falen. In de raden van
bestuur komen significant minder IT'ers terecht. Het is
een weinig benijdenswaardige positie. Niemand wil zich
eraan branden. Wat je daarvoor soms in de plaats ziet is
een Chief Information Office. De verantwoordelijkheid is
daar al verdeeld over meerdere personen." De oorzaak
lijkt vooral van organisatorische aard. Bij driekwart
van de bedrijven is de IT het niveau van chaos en anarchie
nog niet ontstegen.  Verhoef haalt er een recent onderzoek
van Software Productivity Research (SPR) bij, dat wereldwijd
de IT-ontwikkelingen bij bedrijven polst. "Bij deze
ondernemingen wordt niet gemeten en gemonitord. Data over
kosten, resultaat en risico, broodnodig om ICT-projecten
op te zetten en te sturen, ontbreken. Hoe kun je als cio
nou iets managen, als je geen gegevens hebt."

Leren van fouten

Doorslaggevend, aldus Verhoef, is echter dat bedrijven
maar ook overheden niet bereid zijn te leren van hun
fouten. "Met de regelmaat van de klok worden er projecten
gestart waar miljoenen mee gemoeid zijn, zonder dat er
een businesscase is. De serieuze vraag of er waarde
gecreeerd wordt, is niet gesteld. Men weet van tevoren
niet of het wat oplevert. Marktonderzoek blijft achterwege.
Kijk naar de vele slachtoffers van de dotcom-hype. Nooit
over klanten nagedacht. Van een 'leuk idee' alleen kun
je niet leven. Dan ga je nat." Verhoef geeft het gekwelde
voorbeeld in eigen land van het mislukken van het Hoger
Beroep Systeem (HBS) bij Justitie. Dit ambitieuze
automatiseringsproject (kosten: ruim 12 miljoen euro)
moest de behandeling van strafzaken vergemakkelijken,
maar ging aan zijn eigen geavanceerdheid ten onder.
IT-architectuur en techniek bleken niet te combineren
met de werkprocessen bij de gerechtshoven en de daar
toegepaste systemen.  Gebruikers vonden het ontworpen
systeem een wangedrocht. Eind vorig jaar is het HBS-project
door de toenmalige minister Korthals ten grave gedragen.
Verhoef: "Erg pijnlijk. Vooral als je beseft, dat bij
andere overheidsinstellingen, zoals de Informatie Beheer
Groep, vergelijkbare projecten zijn gestrand, zonder dat
men daar blijkbaar iets van heeft opgestoken. Gebruikers
werden onvoldoende in het project gekend."

De ontbrekende kennisoverdracht is Verhoef een doorn in
het oog.  "Instanties weten elkaar niet te vinden. Als
iedereen hetzelfde wiel moet uitvinden, wordt steeds
dezelfde beginnersfout gemaakt. Fouten maken is niet erg,
maar steek er wel wat van op." In de Verenigde Staten
heeft de overheid, na een reeks van blunders en verkwisting
van publieke middelen, van zijn fouten geleerd. Daar
moeten ICT-projecten sinds de komst van de zogenoemde
Clinger Cohen Act uit 1996, voldoen aan strenge criteria.
Verhoef: "Het is verboden grote projecten uit te voeren,
als van tevoren ook maar het geringste vermoeden bestaat,
dat het mis kan gaan. Daarnaast moet eerst worden nagegaan
of het systeem dat men wil bouwen niet al op de markt
is. Overheden die geen grip hebben op hun werkprocessen,
krijgen geen fiat. Slecht werkende processen mogen niet
geautomatiseerd worden." De Amerikaanse rekenkamer, de
General Accounting Office, ziet toe op de naleving van
de ICT-wetgeving. Een stok-achter-de-deur is dat slecht
draaiende ICT-projecten gedwongen worden te stoppen. De
gezaghebbende rekenmeesters rapporteerden al enkele malen
vernietigend, om falen van projecten voor te zijn. Vijf
jaar terug is een bij wet gedecreteerde Federal Council
van cio's van ministeries, politie en andere overheden
opgericht, kortweg de FCIOC, om de praktijk van het
managen van publieke ICT-projecten te verbeteren en falen
en verkwisting voor te zijn. Voorop staat dat
overheidsinstellingen informatie uitwisselen over lopende
projecten en technische ontwikkelingen in het vakgebied.

Verhoef is voorstander van een dergelijke ICT-wet in
eigen land. "Zo kan voorkomen worden, dat er veel geld
wordt gespendeerd aan volstrekt nutteloze IT. Ook zou
men aan moeten geven wat de uiterste houdbaarheid van
een systeem is." Verhoef gokt erop dat er een wet op de
ICT komt in Europa, mogelijk op initiatief van de Europese
Unie. "Het lost de zaak niet voor honderd procent op,
maar leidt in elk geval wel tot verantwoording." De arme
cio uit het bedrijfsleven is daar nog niet mee geholpen.
Verhoef is optimistisch. "Veel bedrijven ontwikkelen
mechanismen, waarmee ze kunnen zien hoe riskant een
project is. Met externe reviews kun je de slechte projecten
eruit halen. Je ziet vaak in plannen, dat bedrijven
moeilijke stappen heel elementair aangeven. Over makkelijke
zaken wordt graag breed uitgewijd. Van de moeilijke
stappen is weinig detailkennis voorhanden.  Juist daar
gaat het mis. Zaak is dit zo scherp mogelijk in beeld te
krijgen. Je kunt niet in een klap alles in een nieuw
systeem stoppen. De specifieke bedrijfskennis is in de
loop der jaren in IT-systemen geslopen.  Dat zijn de
cash-cows, het kloppend hart van het bedrijf geworden.
Het is een evolutionair proces. Uit onderzoek van de
Gartner Group blijkt dat negentig procent van de
implementaties van ERP-systemen faalt. Er moeten in een
keer te veel ingebakken gewoontes overboord worden gezet.
Het personeel kan dat niet aan. Twintig procent verandering
is het maximum. Alleen een beetje innoveren is mogelijk."
Verhoef vindt dat iedere cio zijn voordeel kan doen met
het Amerikaanse voorbeeld van ICT-wetgeving. "Net zoals
het burgelijk huwelijk een aantal zaken wettelijk van
tevoren regelt, regelt de wet op de ICT in de Verenigde
Staten ook een aantal zaken van tevoren. Op die manier
kun je je een hoop gestuntel met ICT besparen waar we
nu, als het te laat is, mee geconfronteerd worden. Voor
cio's is het nuttig, om kennis te nemen van die wet op
de ICT."

Pieter van den Brand

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef