Pensioenering geen drama -- Geld is het probleem bij instandhouding van verouderde ict

De pensioenering van it'ers maakt de dreiging van
legacy-systemen niet groter. Dat vindt
VU-hoogleraar informatiesystemen Chris Verhoef.
"Het onderhoud slokt steeds meer geld op. En dat
bedreigt de innovatie."

Een softwarebedrijf als Micro Focus leeft van het
moderniseren van verouderde ict-systemen. Zo'n
bedrijf gebruikt als verkoopargument onder meer
de dreigende pensionering van mainframebeheerders
of programmeurs met kennis van Cobol, PL/I of
Fortran.  Volgens Chris Verhoef, hoogleraar bij
de Vrije Universiteit, valt die dreiging mee. In
Nederland draait nog heel veel legacy-ict, erkent
hij. Daar zijn hoge onderhoudskosten mee gemoeid.
Hij schat dat bij grote bedrijven 60 tot 100
procent van het ict-budget daaraan opgaat.  "Dat
is de echte druk van legacy." De ict-budgetten
verdubbelen bij de grotere bedrijven eens in de
drie tot vijf jaar---zonder dat er een link is
met bijvoorbeeld de winst-ontwikkeling. "Dan
blijft er geen geld over om te innoveren. Dat is
de echte kenniscrisis."

Handleiding

Dat met pensionering van it'er de kennis over
mainframes of Cobol-applicatie verdwijnt, is
volgens de hoogleraar onwaar. "We leren onze
studenten weliswaar geen Cobol. Maar bij negen
van de tien stages komen ze het tegen. Dan pakken
ze de handleiding, en maken ze het zich meester."
Datzelfde doet de ict'er die door een bedrijf
gevraagd wordt een voor hem nog onbekende
toepassing te beheren.

Een voorbeeld van het legacy-probleem is volgens
Verhoef een ict-systeem waarin een dataveld moet
worden veranderd. Is dat in een regel van de
software, of "bij een wat minder goed
uitgeprogrammeerd systeem" op hooguit tien
plaatsen, dan is het nog wel te overzien.

Bij een echt groot systeem moet zo'n veld echter
op misschien wel duizend plaatsen worden
aangepast. Vervolgens wordt de applicatie opnieuw
gecompileerd en getest. "Die test kan echter op
zoveel plaatsen verkeerd gaan, daar is geen
overzicht over mogelijk."

Verhoef: "Met zo'n probleem, beginnen ict'ers er
omheen te programmeren. Dat maakt de legacy
alleen maar sterker." Geen wonder dat Verhoef de
ontwikkeling onderzoekt van software die wel
overzicht heeft in zo'n groot systeem,
aanpassingen kan doen en tests kan draaien. "Dan
hoeft de ict'er niet meer te onthouden in welk
van de tienduizend bestandjes hij gistermiddag is
gestopt met verbeteringen."

Verhoef verwacht dat over tien jaar bij alle
ict'ers kennis van dergelijke software vereist
is. Legacy zal er namelijk altijd zijn: "De
nieuwe ict van vandaag, is morgen op zijn best
legacy. Anders is het overbodig."

Kader: Als het niet stuk is....

Een van de bedrijven die geld verdienen met het
onderhoud van legacy is Computer Associates (CA).
Het Amerikaanse bedrijf is via overnames eigenaar
van flink wat softwarepakketten die niet meer
echt in de mode zijn. "Alle software eindigt ooit
bij CA", wordt wel gezegd.

CA verkoopt voor al die systemen nog steeds
diensten. Geen slechte handel.  "Als het niet
stuk is, moet je het niet repareren", citeert
Gregor Petri, in Nederland verantwoordelijk voor
de marketing van CA.

De afgelopen jaren begonnen veel bedrijven aan
SAP. Dat heeft de hoeveelheid legacy behoorlijk
verminderd, aldus Petri. "Wat overblijft is de
onvervangbare uitkerings-engine van een
overheidsinstelling, of de gasmeter-toepassing
van een energiebedrijf." Voor zulke specifieke
applicaties een moderne database inrichten, is
kostentehcnisch niet slim, vertelt Petri.

Een legacy-mainframe vervangen met een database
op een moderen en kostbaar platform ligt niet
voor de hand. Een alternatief, zo bepleit CA, is
het overzetten van een toepassing naar Linux in
combinatie met (CA's) open source database
Ingress.

Kader: Begeleiding nodig

Een aantal ict-bedrijven ziet in de legacy een
markt voor software die bestaande applicaties
helpt te vertalen naar modellen. Is dat model
goed, dan kan, zo gaat de theorie, een applicatie
vrij makkelijk worden overgezet naar een ander
systeem.

"Het is wel iets meer dan een simpele druk op de
knop", vertelt Petri over Allfusion Gen (voorheen
Cool Gen).  "Maar je exporteert via zo'n model
dan wel naar Java of naar Cobol, en naar Unix of
naar Windows." Code-conversie is een
onderzoeksonderwerp voor ict-professor Verhoef.
Hij maakt gehakt van de uitspraak van Petri.
"Even een model vinden uit de sources van legacy
systemen is nogal een uitdaging. Geen
wetenschapper durft dat soort resultaten te
claimen."

In een artikel in IEEE Software in december 2000,
maakt de hoogleraar via de conversie van
tweeregelige codevoorbeeldjes korte metten met
dergelijke beloften. "Taalconversies zijn net zo
makkelijk als het omzetten van een worst in een
varken. Pas als we ons dat realiseren, dan zijn
we gereed om vooruitgang te boeken."

Petri geeft Verhoef gelijk. "Allfusion Gen kan
het niet zonder begeleiding.  De eerste keer dat
je het draait gaat er van alles mis. De tweede
keer moet je ook helpen. Maar daarna gaat het
steeds beter. En zo helpen we een
verzekeringsbedrijf. Van de negenhonderd
polisprogramma's kunnen we er zevenhonder snel
omzetten."

Gijs Hillenius