Ict belangrijkste kracht achter innovatie -- Virtuele ronde tafel over innovatie

PDF Versie

Hoe staan Nederland en Belgie ervoor als het gaat
om innovatie in de ict? Niet zo best, lijkt de
gangbare mening. Vier wetenschappers en ondernemers
komen in een virtuele ronde tafel aan het woord over
of dat klopt en wat eraan te veranderen is. Oplossingen
die ze aandragen gaan over visie, innoveren in
kennisketens, meer aandacht voor beta-talent en het
omvormen van het ondernemersklimaat.

Emile Aarts (49 jaar) is vice-president Philips
Research en hoogleraar aan de TU Eindhoven.

Nederlandse en Belgische ondernemingen zijn nauwelijks
innovatief. Mee eens?

Traditioneel is ict in Europa groot geworden door
mensen die uren schreven. Is dat innovatief? Ik weet
het niet? En te weinig, tja, je wilt natuurlijk
altijd meer. De Barcelona- en Lissabonverdragen
bepalen dat Europa voorop moet gaan lopen als
kenniseconomie, met ict als drijver. Waar we natuurlijk
om schreeuwen, is om DE innovatie. Maar in Nederland
en Belgie is het daar niet echt het klimaat voor:
een klimaat om samen nieuwe dingen te doen.

Toch zijn er uitzonderingen. Een goed voorbeeld is
DePinxi in Brussel (www.depinxi.be). Twee jongens
zijn daar begonnen in een oud fietsenfabriekje.
Hun stiel is simulaties met video en ze hebben een
techniek om snel gegevens uit het achtergrondgeheugen
naar de voorgrond te brengen. Ze maken prachtige
virtuele toepassingen die in hoge mate interactief
zijn, bijvoorbeeld voor het museum in Cairo. Voor
de stad Mexico hebben ze vierdimensionale representaties
gemaakt. Dus de drie dimensies plus de factor tijd.
Er werken nu zo'n twintig mensen.

De instroom van betat-alent stokt. Dat is een grote
bedreiging voor de economie. Mee eens?

Die instroom stokt zeker, en dat is een kwalijke
zaak. Je kunt niet zomaar je specs naar Azie sturen
en dan maar kijken wat er terugkomt. Dat is ook een
belangrijke rationale achter de High Tech Campus
van Philips in Eindhoven. Als je in de EU wilt
innoveren, moet je ook hier de hele waardeketen
hebben en de bereidheid tot samenwerking. Het is
goed te vergelijken met wat er in Nederland mogelijk
was in de Gouden Eeuw. Toen was er rust, stabiliteit,
verdraagzaamheid en het elan om samen mee te doen
aan die grote vernieuwing. Joden uit Portugal, Polen,
Russen---ze werkten toen allemaal samen in de
scheepvaarttechnologie. We hadden zeewaardige schepen
en geschut, dus we konden goederen inladen en de
vijand op afstand houden.  Uiteindelijk was het de
verwaarloosde technologie die onze positie de das
omdeed.

Opeens hadden de Engelsen beter geschut en dus
verloren we de slag in de Middellandse Zee.
Beta-talent is er in Nederland voldoende, dan zien
we in Jet-Net, het Jongeren en Technologie Netwerk
Nederland. Daarin werken de grote vijf samen: Akzo,
DSM, Philips, Shell en Unilever.  Jet-Net populariseert
en stimuleert exacte vakken en helpt middelbare
scholen: met profielwerkstukken, met materiaal en
met bedrijfsorientatie.  Leerlingen praten bij ons
met onderzoekers over hun profiel en dan blijken
het toch niet zulke enorme nerds te zijn. Ook meisjes
en vrouwen vinden het erg leuk.

Open source is een goed model voor toekomstige
innovaties. Mee eens?

Open innovatie betekent voor ons zeker niet in eerste
instantie dat we achter elk idee van iedereen aangaan.
Voor grote concerns is open innovatie vooral
gemeenschappelijk innoveren. Dat begint eigenlijk
al aan het eind van de negentiende eeuw in de
chemische industrie. Als we dan even een sprong
maken van honderd jaar, naar het moderne computergebruik
en de opkomst van de netwerkeconomie, dan dient zich
het concept van open innovatie des te sterker aan.
Waarom zou je je beperken tot je eigen lab, zeker
omdat in de jaren tachtig bleek dat de research
alleen maar zou afnemen. Dat was een schril contrast
met de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen
onderzoekers in ruimte en vrijheid tot fantastische
resultaten kwamen, bijvoorbeeld de ontwikkeling van
de radar.

Maar open innovatie bij Philips is tegenwoordig toch
wat anders, namelijk gemeenschappelijk innoveren in
kennisketens. Zo werkt onze halfgeleiderdivisie
intensief samen met Nokia, die zijn opdrachten weer
krijgt van de telcoes. We beinvloeden en helpen
elkaar daarin en proberen in goede samenwerking te
komen tot de definitie van de juiste componenten.
Philips Research praat ook met grote winkelketens,
en dan gaat het integraal over de inrichting van de
winkels, over de shopping experience, over het
betalingsverkeer en over de logistiek. De
halfgeleiderdivisie transformeert zich ook naar
automotive & identification.  Daarbij staat de vraag
centraal hoe de auto, als rijdend home entertainment
system, wordt vernetwerkt.

Iets anders is weer hoe bijvoorbeeld IMEC in Leuven
consortia smeedt waar wij in participeren, bijvoorbeeld
met LG maar ook met Samsung, waardoor de kosten voor
researchfaciliteiten worden gedrukt. Op deze manier
kan ook de overheid deelnemen in publiek-private
samenwerking; de Vlaamse overheid bijvoorbeeld steekt
structureel geld in de facilitering van heel grote
projecten. In Grenoble werken we op een vergelijkbare
manier aan de volgende generatie microelektronicaschakelingen.
Beredeneerde open innovatie in netwerkverband is
tegenwoordig harder nodig dan ooit. Ter illustratie:
het puissant rijke Intel kan misschien nog net een
generatie waferfabs zelf bekostigen.

Een drastische verandering van ondernemerscultuur
is nodig.  Mee eens?

Velen vinden het risico te groot om zelfstandig
ondernemer te zijn, terwijl er heel wat goede ideeen
zijn. Ook veel consumenten sturen ons mailtjes met
verbeteringen. Een student met een grandioos
conceptidee voor een emotiewekker wilde het risico
van productontwikkeling uiteindelijk toch niet lopen.

Hier is een klimaat gecreeerd dat je afbrandt op
falen. Dat is enorm jammer. De overheid zou het
aanzien van ondernemers moeten opvijzelen en ze
moeten coachen en helpen. Op dit moment gaat er heel
veel geld naar het creeren van vangnetten, bijvoorbeeld
wachtgeld. Als we dat nu eens zouden gebruiken om
wachtgelders zelf een nieuwe baan te laten creeren.

Ict als innovatieas. Wat is nodig om dat waar te
maken?

Ict kiezen als innovatieas is goed. Je moet ict dan
wel zien als gebruik van de computer in de meest
brede zin, dus inclusief zaken als workflow en
logistiek. Ict is in mijn beleving niet dat wat
Capgemini doet: dat is het traditioneel genereren
van software voor automatisering.

Belangrijk is ook de integratie van ict in bijvoorbeeld
ambient intelligence. Denk aan de toepassing van
polymere elektronica in de mode, zodat elk kledingstuk
een display is waar je met licht en patronen uit de
voeten kunt. Of aan de lamp van de toekomst als een
computertje dat licht geeft:  dat allerlei sferen
en stemmingen kan accommoderen.  Misschien heeft
mijn huiskamer straks wel duizend van die lichtunits.
Zoiets is duidelijk meer mijn soort van ict.

Patrick Morley (48 jaar) is ceo van Kluwer en was
daarvoor onder meer coo van Telfort en cto/lid van
de Raad van Bestuur van KPN.

Nederlandse en Belgische ondernemingen zijn nauwelijks
innovatief. Mee eens?

Dat kan natuurlijk niet kloppen, want er zijn altijd
uitzonderingen. En op ict-gebied in Nederland zelfs
heel belangrijke. Mijn voorbeeld, vanuit mijn
telefonieachtergrond, is natuurlijk de fameuze
sms-geschiedenis, waarvan de rechten bij het
Nederlandse CMG liggen. Maar ook Atos Origin en
Capgemini zijn voor een groot deel Nederlands. Samen
voorzien die drie voor een belangrijk deel in de
innovatieve ict-behoeften van het bedrijfsleven
alhier.

We denken natuurlijk altijd dat er te weinig wordt
ontwikkeld. Maar daar moet je erg mee oppassen, is
mijn ervaring. De markt heeft namelijk maar een
beperkt absorptievermogen. Overdaad schaadt dus
onmiddellijk. Bij innovatie moeten we zeker ook
denken aan vernieuwing van het bestaande portfolio.
Het is absoluut niet zo dat innovatie alleen maar
radicale vernieuwing zou moeten betekenen.

Daarnaast hebben de lage landen natuurlijk maar
beperkte resources. Ict wordt hier voornamelijk
ingezet in het kader van procesinnovatie, ten dienste
van productie en logistiek. Dat soort ondersteunende
innovatie is misschien niet echt wereldschokkend,
maar toch van cruciaal belang voor de continuiteit
en de slagkracht van ondernemingen.

De instroom van beta-talent stokt. Dat is een grote
bedreiging voor de economie. Mee eens?

In de Verenigde Staten drijft de ict-economie
grotendeels op buitenlanders. Je moet er dus niet
voor terugschrikken om gekwalificeerde mensen binnen
te halen. Ongetwijfeld hebben andere economieen last
gehad van de brain drain naar Amerika, maar in
omgekeerde richting komt er nu een brain gain tot
stand van Aziaten die vanwege de vooruitzichten
teruggaan en hun vaderland daar helpen opbouwen.
Die bewegingen zijn van alle tijden. Bij alle
negativiteit die hier soms heerst, moeten we niet
vergeten dat het Nederlandse onderwijssysteem in
principe goed is en dat er hier nog veel meer andere
voordelen zijn. De kwaliteit van het leven is in
Nederland erg hoog. Ook de veiligheid is nog steeds
erg groot, al beleven we dat op dit moment misschien
wat minder. De factor geluk, je levensverwachting.
Uiteindelijk is aantrekkelijkheid zeker ook een
kwestie van marketing.  Inhuren in India of waar
dan ook, dat moet je natuurlijk gewoon doen als dat
uitkomt. Maar bottom-line is het belangrijk om niet
alles alleen met eigen mensen te willen doen. Een
mooi voorbeeld daarvan zijn voetbalclubs.

Open source is een goed model voor toekomstige
innovaties.  Mee eens?

Om te beginnen moeten bedrijven geloven in de eigen
kracht. En open innovatie is ook zeker geen
haarlemmerolie. Maar partners kun je altijd gebruiken
waar je zelf niet zo goed bent. Wachten tot je zelf
zo goed bent, maakt je traag en je verliest kostbare
tijd. Not invented here is gewoonweg de dood in de
pot. En verder: praten over paradigma's is aardig
maar uitvoering is waar het bij innovatie om gaat.
Snelheid van uitvoering is je kritische competentie.
Wat dat betreft moeten we research en innovatie
scherp onderscheiden: bij het eerste vloeit er
zogezegd geld naar kennis en bij het andere wordt
kennis omgezet in geld.

Een drastische verandering van ondernemerscultuur
is nodig.  Mee eens?

Laat ik eens bij de ondernemers zelf blijven. Vooraf
moet men zich goed beseffen en accepteren dat men
gaat falen. Vanuit die onvermijdelijke mislukking
moet je als ondernemer je succes vinden.  Dat is
een zoektocht en als we dan even naar techniek
kijken, dan duurt het vaak decennia voordat je dat
echt goed kunt inzetten. Voordat Edison een bruikbaar
materiaal vond voor de gloeilamp, had hij duizend
dingen geprobeerd die allemaal niet werkten. Edison
bleef bij zijn leest en bleef zoeken naar een
combinatie die naar behoren functioneerde. Op
verschillende innovatievlakken is dat meestal een
precair evenwicht.

In mijn concrete ervaringen met overheden, bij
Kenniswijk, moet ik zeggen dat er van overheidswege
goed werd meegewerkt. Natuurlijk was er het
spanningsveld tussen centraal en regionaal, maar
dat zou ik als gezond willen bestempelen.  In dat
specifieke project was er een algemene overtuiging
dat het resultaat telde. We konden overgaan tot
uitvoering. Er zijn in Eindhoven en Nuenen nu ruim
tienduizend aansluitingen op glasvezel en dat is
uniek in de wereld. Het grote voordeel van de
bureaucratie, zoals we er daar mee te maken hadden,
was dat er in ieder geval heldere procedures waren.

Ict als innovatieas. Wat is nodig om dat waar te
maken?

Ict is een belangrijke innovatieas en dat zal zo
blijven, naast opkomende disciplines als nano- en
biotechnologie. Als je dan kijkt waar het precies
over gaat, kom je uit op de situatie dat ict voor
de verschillende economische sectoren natuurlijk
een verschillende relevantie heeft. Banken, logistiek
en de tuinbouw bijvoorbeeld zijn compleet andere
werelden. Ook de uitgeverij wordt steeds meer
afhankelijk van ict: opslaan, doorzoeken en metadatering
zijn daar de kern van. Om van daaruit tot realisatie
te komen werkt Kluwer via een geordend proces met
maatstaven doorlopend aan een pijplijn met nieuwe
producten. Alle nieuwe ideeen, verbeteringen,
combinaties, noem maar op, worden doorgetrechterd
naar de directie, die ze snel beoordeelt.

Prof. Chris Verhoef (43 jaar) is hoogleraar
informatiesystemen Vrije Universiteit Amsterdam.

Nederlandse en Belgische ondernemingen zijn nauwelijks
innovatief. Mee eens?

Software is de onzichtbare innovatiemotor van de
economie. Het is niet zomaar een toeleverend trucje,
het is essentieel. Wat een bedrijf tegenwoordig ook
doet, it is een belangrijke component.  Vreemd genoeg
hebben sommige bedrijven in de it-sector, de
traditionele detacheringsbedrijven, er economisch
belang bij om neet te innoveren.  Een werkelijke
innovatieve oplossing van het legacyprobleem
bijvoorbeeld zal hoogstwaarschijnlijk niet van
it-leveranciers komen. Want zij hebben er juist
belang bij dat ze zo veel mogelijk werk kunnen
blijven verrichten rond legacysystemen.
PriceWaterhouseCoopers noemt dat in een rapport
marktfalen. De Nederlandse en Belgische bedrijven
lijken op dit punt in ieder geval niet voldoende
innovatief, omdat een economisch belang in de weg
zit.

De instroom van beta-talent stokt. Dat is een grote
bedreiging voor de economie. Mee eens?

Er is op korte termijn een groot tekort aan beta-talent.
Zonder goede beta-studenten uit Nederland en Belgie
stokt de innovatie. Bij de Vrije Universiteit trekken
we ook topstudenten uit Oost-Europa aan, maar voor
industrieel relevante projecten is kennis van de
cultuur ook een groot issue. Verder vertrekken veel
van die buitenlandse studenten ook weer, zodat we
er op de lange termijn niet genoeg aan hebben. Een
kenniseconomie kan niet zonder beta-talent. Het
aantal informatici in opleiding is bijvoorbeeld
alarmerend laag. De aantrekkingskracht van het
vakgebied zou omhoog moeten. De problematische
instroom zien we bij veel it-opleidingen en dat
terwijl it op dit moment het beste beroepsperspectief
heeft van alle studies. Een aansporend beleid vanuit
overheid en bedrijfsleven zou hier op zijn plaats
zijn.

Open source is een goed model voor toekomstige
innovaties. Mee eens?

Ik noem het liever open sores. Open source is in
mijn ogen vooral een anti-Microsoft-lobby. Het lijkt
me niet het beste model voor innovatie. Als je iets
wilt maken, en je geeft veel uit aan r&d, wil je er
zeker van zijn dat die kennis beschermd wordt. Kijk
naar de farmacie, naar Philips, er zou veel minder
innovatie zijn zonder kennisbescherming.  Een
alternatief op patenten is dat je je vinding
publiceert, zodat je die claimt zonder deze direct
met een octrooi dicht te timmeren. Je kunt je afvragen
of open source in de it-industrie wel werkelijke,
disruptieve innovaties heeft opgeleverd. Linux
bijvoorbeeld, dat is toch gewoon een herimplementatie
van Unix.

Een drastische verandering van ondernemerscultuur
is nodig.  Mee eens?

De overheid zou beter kunnen sturen met geld, maar
dan wel vanuit een verkoepelende visie.  Bush zegt:
we gaan naar Mars. Kijk, dat is een visie. Hij zegt
er direct achteraan: en die Hubbletelescoop kan wat
mij betreft neerstorten. Dat zijn keuzes. En je kunt
discussieren of het ook jouw keuzes zouden zijn,
maar hij geeft wel sturing. En Bush laat het niet
alleen bij woorden, hij zet er ook direct een heleboel
geld tegenover. Met alleen maar positieve energie
kom je er niet.  Veder eist men naar aanleiding van
het PITAC-rapport dat voor elke dollar r&d-subsidie
een vast percentage aan it-onderzoek dient te worden
besteed. Zo bouw je een sterk sturingsmechanisme.

Ict als innovatieas. Wat is nodig om dat waar te
maken?

De overheid zou veel dwingender een bepaalde visie
kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld onderzoek naar
legacy. Dertig procent van de code ter wereld is
Cobol, 250 miljard regels Cobol. Dat is een enorme
uitdaging voor innovatie. Of investeren in onderzoek
om ons cultureel erfgoed digitaal te maken en die
informatie ook tijdloos te maken. Dat is ook een
soort naar Mars gaan. En dat heeft ook een spin-off
naar allerlei nuttige zaken in de praktijk, zoals
e-mailverkeer bewaren tussen overheid en burgers.
Verder zijn er tal van mogelijkheden in sectoren
als food & flowers of gezondheidszorg. Aan ideeen
is geen gebrek, volgens mij zouden we in Nederland
en Belgie ons vooral moeten richten op kapitaalintensieve
it-toepassingen, zoals software voor mri-scanners,
nachtkijkers, chipmachines. Je zou kunnen beginnen
door een analyse te maken van bedrijfsovernames de
afgelopen tien jaar. Dat levert een schat aan
inzichten op want uiteindelijk overleeft altijd het
meest innovatieve bedrijf.

Ton van der Veldt (50 jaar) is lid van de Raad van
Bestuur van AFAS, een succesvolle Nederlandse
erp-leverancier.

Nederlandse en Belgische ondernemingen zijn nauwelijks
innovatief. Mee eens?

Zeker. Als je kijkt hoeveel ouwe it-meuk er in
Nederland nog in de lucht wordt gehouden, mag je
constateren dat we inderdaad te weinig innovatief
zijn. Ons bedrijf is ontstaan toen we een managementbuyout
deden bij Raet. Afas wilde innoveren rond een compleet
nieuw te bouwen architectuur, Raet wilde vernieuwen
op services.  Afas is dus ontstaan omdat Raet de
innovatie van software niet zag zitten. Innovatie
begint altijd met visie. Afas is ontstaan vanuit de
visie dat dingen anders kunnen en moeten. Dat drijft
innovatie. En innovatie is pas succesvol als er
krachtig leiderschap achter zit. Gelukkig kreeg Afas
de kans om te innoveren dankzij niet zulke innovatieve
klanten. Als iedereen en masse van zijn AS400- en
dos-systemen af was gegaan, hadden we een groot
probleem gehad. Wij konden onze innovaties betalen
dankzij de licentie- inkomsten op onze oude producten.

De instroom van beta-talent stokt. Dat is een grote
bedreiging voor de economie. Mee eens?

Natuurlijk is het belangrijk dat goede automatiseringskennis
in Nederland voor handen is. Maar ik ben een
techno-optimist en je moet de toekomst niet door de
bril van vandaag beschouwen. Er is heel veel dat
nog (beter) geautomatiseerd kan worden. De vraag is
alleen hoeveel mensen je daarvoor nodig hebt. Toen
wij begonnen, hadden we zes man op de administratie
zitten. Nu zitten er nog maar drie terwijl onze
klantenbase bijna is verdriedubbeld. Als je iets
vanuit een goede architectuur bouwt, heb je al die
mensen niet nodig.

Open source is een goed model voor toekomstige
innovaties.  Mee eens?

Ik ben faliekant tegen open-sourcesoftware. Ik ben
meer een man van standaarden. Ik snap ook niet dat
je als bedrijf afhankelijk zou willen zijn van eigen
ontwikkelaars. Onze software wordt steeds eenvoudiger,
daar ligt de toekomst. Tegelijkertijd realiseer ik
me heel goed dat belangrijke innovaties ook van
buiten het eigen bedrijf komen. De wereld om ons
heen verandert en wij plukken ook de vruchten. Dat
iemand nu in Japan rechtstreeks in zijn gegevens
kan kijken op de server van zijn hoofdkantoor, is
niet aan ons te danken. Dat krijgen we gratis
aangeleverd door innovaties in de wereld om ons
heen.

Een drastische verandering van ondernemerscultuur
is nodig.  Mee eens?

Ik zie dat de grootste belemmering om te innoveren
angst is: de angst om mensen tegen de haren in te
strijken. De heilige huisjes mogen niet om, we moeten
maar vooral zo doorgaan zoals we dat tientallen
jaren gedaan hebben. Die lafheid breekt je uiteindelijk
op. Ik kan voorbeelden geven van bedrijven die
onnodig hele afdelingen in stand houden door
veranderingen maar uit te stellen.  We moeten van
die angst af en ondernemerschap en visie moeten
daarvoor in de plaats komen.  Outsourcen naar India
is in ieder geval geen oplossing: Het enige wat men
met India doet, is er zijn legacy naartoe verhuizen.
Je kunt je ict-ontwikkeling gewoon in Nederland
houden door een veel betere en goedkopere architectuur.

Ict als innovatieas. Wat is nodig om dat waar te
maken?

Het Nederlandse innovatieplatform is heel veel bla
bla. Het praat in algemeenheden over it alsof het
dan over hetzelfde gaat. Als ik in een it-forum zit,
zit er links van mij een telecombedrijf en rechts
een hardwareleverancier. Ict is zo breed.  We moeten
af van die gebakken lucht door de zaken concreet te
maken. Benoem concrete items.  Per sector en dan
gewoon zeggen welke doelen we willen bereiken en
hoe we dat gaan doen.

Cobra

In Nederland hoor je voornamelijk economen en
bedrijfskundigen over innovatie theoretiseren.
Laatst was ik bij NWO: allemaal theoretisch gedoe
met als aanbeveling natuurlijk dat er meer onderzoek
naar innovatie moet worden gedaan.

Technologie zal nooit innoveren. De mensen---in de
meest brede zin---moeten het doen. Kijk bijvoorbeeld
naar de boekdrukkunst. De innovatie was daar niet
de techniek, maar het feit dat mensen gingen lezen
en schrijven.  Innovatie is een ander woord voor
vernieuwing:  in de markt, in de samenleving, noem
maar op. Ik heb altijd de Cobra-schilder Constant
voor ogen. Die zegt: een goed schilderij is gewoon
nieuw; er is echte vernieuwing.  En wat dat precies
is, weet je van tevoren natuurlijk nooit helemaal.
Toen de dvd als drager werd ontwikkeld, was het de
bedoeling speelfilms te publiceren nadat ze in de
bioscoop hadden gedraaid. Maar wat blijkt nu: de
meeste dvd's die in de winkel liggen, bevatten series
die op tv zijn geweest. Is dat nou innovatief...?
--EA

Personalisatie

Innovatie kan heel goed worden gedreven door
personalisatie. Ik geloof heel erg in masscustomization
en in de beleveniseconomie.  Neem de gezondheidszorg.
Tegenwoordig staat die synoniem met wachttijden,
maar met moderne ict kunnen we zorgverlening
tegenwoordig heel goed toesnijden op de individuele
patient. Dat is een enorme stap vooruit, want sinds
de Renaissance hebben we altijd maar gewerkt aan
oplossingen voor gemiddelde gevallen.

Wat in the eye of the beholder betreft: kijk eens
naar de ontwikkelingen op het gebied van media, onze
Ambilight-tv bijvoorbeeld. De kosten van de elektronica
om de kleuren op de buis via verlichting gedoseerd
te laten doorlopen op de wand, zijn relatief laag.
Het belevingsgenot is enorm en wij hebben de zaak
met patenten afgeschermd. Dat is natuurlijk een
prachtige manier om innovatief te zijn in een markt
die absoluut verzadigd is. --EA

Business solutions

Bill Gates heeft de ambitie geformuleerd om zijn
business solutions tot 2010 te laten groeien naar
$10 miljard.  Wat betekent dat voor Afas? Ik ben in
het begin heel erg boos geweest op Microsoft. Ze
hebben gezegd: van jouw markt blijven we af, maar
nu komt hun ware aard naar boven. We verkopen embedded
heel veel MS SQL Server mee in onze producten. En
nu zijn het ineens concurrenten geworden met de
software van onder andere Navision. De clou van ons
hele spelletje is architectuur. We hebben 11.000
klanten, een installatie-cd-tje en maar weinig
developers voor de functionaliteit nodig. Op prijs
en daadkracht kunnen we de concurrentie aan. Tot
2009 werkt Microsoft aan een nieuwe architectuur.
We moeten nu toeslaan door zo veel mogelijk klanten
in te pikken. Een gezond klantenbestand is van
wezensbelang.  Onderschat nooit de kracht van een
goede installed base. --PM

Jaap Bloem, Menno van Doorn en Frank Noe

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave 
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.