IT-intensieve sector moet vuist maken voor innovatiegelden

PDF Versie

Hoewel de IT-sector alleen al goed is voor 6
procent van het bruto nationaal product, staan de
investeringen in  IT-innovaties niet in
verhouding tot de bijdrage die de IT-intensieve
sector levert aan de Nederlandse economie.  De
auteurs beschrijven hoe dit komt en welke
maatregelen nodig zijn.

ABN AMRO maakte het tweede kwartaal van dit jaar
een winst van een miljard, wat zonder IT niet
mogelijk was geweest.  De IT-sector alleen al is
goed voor 6 procent van het bruto nationaal
product, maar van oudsher wordt er heel veel
innovatiegeld gespendeerd aan de landbouw.
Dat blijkt maar weer uit het Innovatieplatform:
Flowers & Food is een innovatiespeerpunt.
Allemaal prachtig, maar IT is minstens zo
belangrijk, en de investeringen in IT-innovaties
staan absoluut niet in verhouding tot de bijdrage
die de IT-intensieve sector levert aan de
Nederlandse economie.  Software koop je niet in
Amerika, die maak je zelf, vooral software waar
geld mee te verdienen valt.  En welke software
dat is, is de kunst.  Zo verdiende ABN AMRO
onlangs ook al een klein miljard aan de dalende
rente in Amerika, dankzij een slimme
hypotheekoversluitfabriek waarmee de vele
oversluitingen door de steeds dalende rente snel
en efficient voor andere hypotheekverstrekkers
konden worden gefaciliteerd.  Als zoiets in
Amerika te koop was, had ABN AMRO er geen voet
aan de grond gekregen, laat staan een grote som
vennootschapsbelasting afgedragen aan de
schatkist.

Zulke successen zijn mooi, maar er zijn ook veel
problemen in de Nederlandse IT-sector.  We noemen
er een paar: hoe moderniseren we de vele in
gebruik zijnde softwaresystemen zodat ze voldoen
aan de eisen van vandaag en morgen? Hoe
moderniseren we onze softwareprocessen zodat we
internationaal kunnen concurreren op het gebied
van outsourcing en offshoring? Hoe overbruggen we
de afstand die er van oudsher is tussen de
itpraktijk en de onderwijs- en
kennisinstellingen? En dan de hamvraag: hoe
organiseren en financieren we de IT-innovatie die
nodig is om zulke vragen aan te pakken?
Natuurlijk zijn er nog andere belangrijke vragen
die nodig moeten worden beantwoord, maar daar
gaat het hier niet over.  De bovenstaande vragen
zijn belangrijk, maar dienen ter illustratie.
Voor IT-innovatie in het algemeen betaal je de
hoofdprijs.  Daarom moeten we eerst kijken naar
de hamvraag: hoe organiseer en financier je die
broodnodige innovatie?

Traditioneel marktfalen

We staan met 3-0 achter bij de boeren: in Den
Haag weet men dat zij stemvee met een eigen
willetje zijn---te vriend houden dus, die
sector!  Voor de IT-intensieve sector is van deze
gedachtegang helaas nog geen spoor te bekennen.
IT-innovatie blijkt namelijk een moeizame
aangelegenheid.  Natuurlijk, er zijn gunstige
uitzonderingen, maar de regel is dat bepaalde
marktmechanismen IT-innovatie sterk belemmeren.
Dit fenomeen van het zogeheten traditionele
marktfalen is bekend bij de overheid, of zou dat
moeten zijn, want de commissie-Le Pair heeft dit
in 2001 al gerapporteerd.  Voor de zekerheid
zetten we dit non-intuitieve mechanisme nog even
op een rijtje.

De IT-dienstverlener heeft baat bij uren
schrijven: hoe meer, hoe beter.  Als je in een
dergelijke markt je werk in de helft van de tijd
doet, snijd je in je eigen vlees, ondanks de
problemen die gepaard gaan met niet-innovatieve
dienstverlening.  Ook de klant heeft er geen baat
bij om problemen via juridische procedures uit te
vechten.  Stel dat een gerenommeerde zakenbank
een proces zou beginnen met als inzet "ons
systeem doet het niet": de reputatieschade zou
niet te overzien zijn.  Voorts is er een
schrijnend tekort aan echte IT'ers, dus als je
iets ingewikkelds te doen hebt, is de markt dun
en heeft klagen geen zin.  De reactie is
outsourcen, en als je je automatisering de deur
uit gedaan hebt, ga je zeker niet innoveren op
dat vlak, het is immers niet jouw probleem.  Ook
de klant zal innovatie dus maar lastig kunnen
initieren.

Bovendien doen de universiteiten niet tot
nauwelijks iets aan innovatie als we ons beperken
tot applicatiebeheer.  Uit publicatiegedrag
blijkt dat academici daar weinig affiniteit mee
hebben.  Dat komt omdat het niet sexy of cool is,
en het levert geen subsidiegelden op.  En als het
dat wel doet, is er een martelende matching
nodig, want het is industrieel relevant.  Wat
zoveel betekent dat je innovatiekracht sterk
beperkt wordt door de middelen die je zonder
subsidie tot je beschikking hebt (die door de
jarenlange universitaire bezuinigingen minimaal
zijn).  Dus ook vanuit de wetenschap is het maar
mondjesmaat innoveren geblazen.  Dit is nu
marktfalen in optima forma.  De markt zou
effectiever en efficienter kunnen opereren als de
noodzakelijke innovaties konden worden gedaan.
Sinds Le Pair is de situatie alleen nog maar
verergerd, dus de analyses van de commissie zijn
meer dan ooit actueel.

Te weinig middelen

Ook het Calimero-denken van de overheid
("Nederland is te klein voor IT") is op niets
gestoeld.  Al in 1998 was Nederland nummer 4 in
Europa wat uitgaven aan IT betreft.  De ICT-markt
groeit momenteel dubbel zo sterk ten opzichte van
Nederlandse economie.  Tel daarbij op de 6
procent bijdrage aan het BNP, en de uitkomst is:
foute beeldvorming.  Dat is de schuld van de
IT-sector, ja, maar ook van de overheid.  In
Amerika zag men dit probleem door op te tellen
hoeveel er aan IT-innovatie werd gespendeerd.
Men schrok zich rot.  Ook daar was er een
nonintuitief mechanisme dat de problemen
veroorzaakte, en dat is naar Nederland
overgewaaid, zoals veel trends uit Amerika.

De bijdrage aan IT-innovatie ten opzichte van de
toegevoegde waarde bleek sterk uit balans.
Resultaten uit het verleden geven geen garantie
voor de toekomst, maar vergeet niet dat Cobol en
internet beide ontsproten zijn aan
overheidsinvesteringen in de Verenigde Staten.
Ook die innovaties hingen af van geduldig, veel
en lang investeren in fundamenteel en toegepast
onderzoek.  In de jaren vijftig en zestig van de
vorige eeuw werd een zeer stevig fundament gelegd
voor Cobol, ook door Nederland via Wim
Ebbinkhuijsen, en dat betaalt zich nu nog terug.
En koud tien jaar later was de eerste
internetverbinding (toen nog Darpanet) een feit.
De doorbraak van internet bij het grote publiek
heeft echter, net als alle andere innovaties,
lang geduurd.  Zo lang dat de gemiddelde
politicus denkt dat internet uit 1995 stamt.

Nog een citaat: "Research programs intended to
maintain the flow of new ideas in information
technology and to train the next generation of
researchers are funding only a small fraction of
the research that is needed, turning away large
numbers of excellent proposals." Dit is ook in
Nederland het geval.  Volgens NWO (Nederlandse
Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) zou
50 procent van de daar ingediende voorstellen
eigenlijk door kunnen gaan gezien de
wetenschappelijke kwaliteit.  Maar wegens gebrek
aan middelen moet men minstens de helft daarvan
eruit gooien (uiterst frustrerend voor
iedereen).  En daar komt bij: "Compounding this
problem, Federal agency managers are faced with
insufficient resources to meet all research needs
and have naturally favored research supporting
the short-term goals of their missions over
longterm high-risk investigations." En dat is ook
in Nederland aan de hand.

Senter heeft dit jaar van een grote pot met
Europees geld bestemd voor industriele
IT-innovatie geen enkel samenwerkingsproject
tussen industrie en kennisinstellingen
gehonoreerd.  "Softwarekwaliteit? Onzin! Open
Sores? Wat is dat? Legacy? Hadden ze het de
eerste keer maar goed moeten programmeren!" Dit
komt omdat software moet concurreren met alle
andere vakgebieden, die voor de casual observer
veel aansprekender zijn.

Ook bij subsidiegever STW (Stichting Technische
Wetenschappen) lijkt software uit de gratie en
NWO heeft niet genoeg geld en bovendien geen
industriele doelstellingen.  Er zijn wel kleine
potjes, maar die werken tegen.  Andere
potjesverdelers praten hun negatieve beslissingen
goed door er met zijn allen naar te wijzen: "IT,
of iets lastigs met software dat ik niet snap?
Dat is een ander loket!" In Amerika is het gevolg
bekend: "While this is undoubtedly the correct
local decision for each agency, the sum of such
decisions threatens the long-term welfare of the
nation." Juist, er wordt dusdanig veel
goedgepraat dat er te weinig onder de streep
overblijft, zodat de welvaart op de lange termijn
bedreigd wordt.  Amerikaanse subsidies voor
kritische IT-gebieden bleven gelijk of daalden
stelselmatig meer dan tien jaar achtereen,
terwijl het belang van IT zeer sterk toenam.

Niet alleen praten dus, ook doen! Men stelde voor
om boven op de normale budgetten een impuls van 5
miljard dollar te geven aan IT-innovatie, in
oplopende tranches over een tijdsbestek van 5
jaar---om te beginnen.  En met geld alleen ben je
er niet, ook het probleem van te weinig middelen
moet worden opgelost door ander management.  Doe
er nog eens 1,4 miljard bij, met als doel het
weggeebde enthousiasme dat vroeger aan
Amerikaanse topuniversiteiten gewoon was, terug
te brengen.  Want jarenlange uitholling zal ze
niet vrolijker gemaakt hebben.  Dat is ons uit
het hart gegrepen.  Wat zou je met dat geld
kunnen en ook wellicht ook moeten doen?

Legacyproblemen aanpakken

Het is algemeen bekend dat de hele samenleving
afhankelijk is van bedrijfskritische systemen die
sterk verouderd zijn.  Het merendeel van deze
systemen, zeker bij de (semi-)overheid en de
financiele instellingen, is in de
programmeertaal Cobol geschreven.  Kennis van
Cobol is niet voldoende om deze systemen te
begrijpen, ook kennis van de diverse
databasesystemen (flat files, idms, sql,
enzovoort), de diverse schermtechnologieen,
transactiemonitoren (bijvoorbeeld ims of cics) en
besturingsssystemen is onontbeerlijk.  Legacy
moet moderner, bijvoorbeeld om het onderhoud
goedkoper te maken, nieuwe wetgeving effectief te
kunnen doorvoeren, aansluiting op internet te
realiseren en, last but not least, nieuwe
business te implementeren.  Dit is overigens niet
voorbehouden aan Cobol-applicaties, elke
applicatie van enige levensduur kent dergelijke
aspecten.

Waarom bestaat legacy eigenlijk? Omdat het
rigoureus aanpakken van complexe IT-systemen
zonder innovaties niet te doen is.  En omdat dat
al heel lang het geval is, wordt het probleem
alleen maar erger.  Uitstel van executie dus.
Actie is geboden, niet nog meer gepraat.

We zullen legacyproblemen niet gaan uitmelken
hier, we gebruiken het als voorbeeld van het
soort zaken dat hoog op de IT-specifieke
innovatieagenda moet staan.  Het marktbelang is
bijzonder groot, evenals de technische
complexiteit, en de wetenschappelijke uitdaging.
Van zulke belangrijke onderwerpen moeten we
zekerstellen dat ze in de juiste mate bedeeld
worden met innovatiesubsidies.  Anders hebben we
dadelijk een hele hoop flowers nodig om al die
dode code ten grave te dragen.  Om maar te
zwijgen van de food, want van begraven krijg je
honger.

Outsourcing en offshoring

Als je je probleem over de schutting gooit, is
het niet weg, vooral IT-problemen gaan niet weg.
Het boemerangeffect komt bijzonder hard aan als
je onzorgvuldig met IT omgaat.  Momenteel worden
de deals in de outsourcingsmarkt voornamelijk
bepaald door niet-technische aspecten, maar zodra
de markt verder professionaliseert, zal techniek
belangrijk worden.  Welke partij kan de beste
service leveren tegen de laagste prijs? Hoe weet
je wat "beste service" is? Hoe weet je of
"laagste prijs" wel reeel is? Wie kan het
onderhoudsproces het meest efficient inrichten,
welke semi-automatische hulpmiddelen kan men
daarbij inzetten? Welke partij kan de bestaande
systemen werkelijk moderniseren en ze opnemen in
moderne softwarearchitecturen, zodat de reeds
bewezen functionaliteit op een flexibeler wijze
aan veel meer gebruikers (klanten, medewerkers,
partners, enzovoort) kan worden aangeboden?

Dergelijke vragen vereisen enerzijds zeer
specialistische kennis van specifieke oude en
nieuwe omgevingen en alle mogelijke
interfacetechnologieen, architectuurkennis,
domeinkennis, en meer.  Sommige mensen beheersen
misschien wel een onderdeel van dit spectrum,
maar vrijwel niemand heeft werkelijk overzicht.
Er zijn talloze vragen waarop gisteren al een
antwoord nodig was.  Nu nog het geld en de
middelen om eraan te werken.

Ook offshoring vereist een goede controle en een
hoog kennisniveau.  Hoe kan men immers aan
IT-engineers in Verweggistan een aanpassing in
het pensioenstelsel of de hypotheekrenteaftrek
uitleggen als wij zelf al niet meer weten welke
contextinformatie noodzakelijk is om de
aanpassing te begrijpen? Bovendien hebben we het
meestal over verouderde IT-systemen, met een
inwerktijd van vele maanden, zo niet enkele
jaren---voor Nederlandse IT'ers welteverstaan.

Willen we dus op een gecontroleerde wijze
systemen uitbesteden, dan moeten we zelf orde op
zaken stellen.  Dat betekent dat we zelf moeten
kunnen aangeven hoe een systeem in elkaar zit: de
architectuur, de ratio achter de
ontwerpbeslissingen (hoe moeilijk achteraf ook te
verklaren), de relevante businessinformatie,
enzovoort.  Bovendien moeten we het
onderhoudsproces echt begrijpen: hoe lever je
feature requests en requirements aan, en langs
welke weg implementeer je die? Wat zijn de
kwaliteitseisen voor zaken als documentatie,
broncode, testen en buildproces?

Voor zowel outsourcing als offshoring geldt dat
we een goede kosten-batenanalyse moeten kunnen
uitvoeren.  We moeten dus begrijpen wat de
relevantie van een systeem is voor de business,
maar ook hoe complex het in elkaar zit zodat we
de kosten van een wijziging kunnen motiveren.
Bij de huidige IT-praktijk van
kosten-batenanalyses valt elke
kostenoverschrijding van de bouwsector in het
niet.

Noodzaak van een softwarelobby

De vraag is nu hoe de broodnodige IT-innovaties
dan wel kunnen worden gefinancierd.  Het is in
ieder geval duidelijk dat de huidige mechanismen
om onderzoek op het gebied van IT te financieren
niet werken, met name niet voor het onderzoek dat
industrieel relevant is.  Het duurde ook meer dan
tien jaar voordat dit in Amerika helder was, dus
het is geen triviaal probleem.

In Nederland zijn vele rapporten verschenen die
in duidelijke bewoordingen aangeven dat software
een belangrijk thema is.  In de huidige
terminologie van het Innovatieplatform betekent
dit erkenning van software als zogenaamd
sleutelgebied.  Maar dat is het niet, in tegen
stelling tot Flowers & Food.  Maar dat kun je dan
ook ruiken en proeven, software niet.  Een
anekdote om dit te illustreren.  Als je een
vliegtuig bouwt, is er een persoon die het totale
gewicht in de gaten moet houden.  Die gaat bij
iedereen langs met de vraag: "Hoeveel weegt jouw
onderdeel?" Dus ook: "Hoeveel weegt de software?"
Om het antwoord te illustreren pakte men een
ponskaart en hield die tegen het licht: "Zie je
die gaatjes?" Ja, die zag hij.  "Nou, dat is nu
de software!" Pas toen was de gewichtscontroleur
tevreden met "nul" als antwoord.

Deze anekdote illustreert dat software zichzelf
niet echt verkoopt.  Om het tij te keren moet de
IT-intensieve sector zich verenigen, zodat zij
met een mond kan spreken.  Momenteel zijn er
diverse organisaties die namens de IT-industrie
spreken; een daarvan is ICT~Office.  In haar ICT
Marktmonitor van dit jaar staat dat het goed gaat
met de innovatie: er is overleg met het
Innovatieplatform en de inrichting van zogenaamde
innovatiesalons verloopt naar wens.

Echter, met innovatie bedoelt ICT~Office nieuwe
dingen met bestaande IT, niet de vernieuwing van
IT zelf, waar het hier om gaat.  En dus komen al
die belangrijke vragen en zorgen, waarvan we er
een paar ter illustratie noemden, niet voor.
Door dit overleg heeft het Innovatieplatform ICT
aangewezen als innovatieas.  Dat klinkt
natuurlijk mooi, maar het betekent dat
IT-innovaties relevant moeten zijn voor Flowers &
Food.  Gezien het intrinsieke belang van IT is
dat te mager als onderhandelingsresultaat.

Om internationaal een rol te spelen in de
modernisering van software, outsourcing en
offshoring, en alle andere belangwekkende
ontwikkelingen in de IT, is echt meer nodig dan
Flowers & Food faciliteren.  De status van IT als
innovatieas is niet voldoende, IT is zelf een
sleutelgebied, alleen kun je IT niet ruiken,
proeven, zien of wegen.  En daarom kan het
Innovatieplatform er niets mee.  Omdat de sector
zelf niet met een stem spreekt, kan het
Innovatieplatform wegkomen met het toewerpen van
wat afgekloven botjes die nog over waren van de
jaarlijkse barbecue op het binnenhof.  Uiteraard
georganiseerd door de Productschappen Vee, Vlees
en Eieren...

Conclusie

Van alle vennootschapsbelasting die de
IT-intensieve sector betaalt, mag best iets
terugkomen om diezelfde sector te innoveren.
Maar dan moet de IT-intensieve sector zich wel
verenigen, met een mond spreken, en de regie
nemen over innovatie en onderzoek op het gebied
van IT.  Om die vuist te maken moet de sector
zelf een duidelijke agenda opstellen, waarin
legacy, outsourcing, offshoring, IT-governance,
IT-economics en andere belangrijke onderwerpen
aan bod komen, evenals onderwijs en
certificering.  Anders komen we niet verder dan
een vertaalcomputertje dat "bedankt voor die
mooie bloemen" in 160 talen afspeelt.  We moeten
ook kritisch naar onszelf kijken, zowel
IT-dienstverleners, IT-grootverbruikers als
kennisinstellingen.  Er zijn nu vele stemmen en
daardoor geen stem.  Andere partijen buiten dat
uit en gaan er met de poet vandoor.  Samen de
taart vergroten en dan de stukken verdelen, dat
levert meer op dan nu.  Een gebundelde branche
met economisch gewicht heeft een plek aan de
onderhandelingstafel.

Steven Klusener en Chris Verhoef

Dr Steven Klusener is werkzaam als
onderzoeker/projectleider bij de afdeling
Informatica van de Vrije Universiteit Amsterdam.
E-mail: steven@cs.vu.nl.

Prof. dr Chris Verhoef is hoogleraar
Informatica bij de afdeling Informatica van de
Vrije Universiteit Amsterdam.  E-mail:
x@cs.vu.nl.

Samenvatting

De IT-intensieve sector levert een grote bijdrage
aan de economie, maar de investering van
innovatiesubsidies in IT-innovaties is in
verhouding ver onder de maat.  Daarom moet de
IT-intensieve sector zich verenigen en zelf de
regie nemen over IT-innovatie en -onderzoek.  Om
die vuist te maken moet de sector zelf een
duidelijke agenda opstellen met belangrijke
onderwerpen zoals legacy, outsourcing en
offshoring.

Meer weten over de wondere wereld van ICT 
in Jip en Janneke taal? Ga dan naar de
knipselkrant van Chris Verhoef

Deze tekst is copyright SDU.  Niets van deze uitgave 
mag zonder schriftelijke toestemming van de uitgever
worden overgenomen of worden gepubliceerd.